Het verkiezingsdebat tussen de twee partijvoorzitters werd georganiseerd met de begroting als centrale thema. De niet nagekomen belofte van NV-A in 2014 om tot een begrotingsevenwicht te komen werd als openingsstatement van het debat gebruikt.

Crombez legde de vinger nog eens op de wonde: “Het gat in de begroting wordt groter. De koopkracht is gedaald. Wat is er dan gebeurd met al dat geld, die extra facturen die zijn doorgeschoven naar de mensen. Stijgende facturen voor energie, onderwijs, zorg. Waar is dat geld dan naartoe? Mensen betalen meer en grote farmabedrijven krijgen 600 miljoen via achterpoortje.”

De Wever wees op de structurele veranderingen die NV-A heeft doorgevoerd en legde de verantwoordelijkheid bij Wallonië en Brussel: “Als 80 procent van alle mensen in dit land zou werken, wat men vooral in Wallonië en Brussel níet doet, dan hebben we geen probleem meer met onze schuld, onze vergrijzing… Maar je moet daar, zoals in Vlaanderen, een beleid voor voeren dat dat onderbouwt.” Hij probeerde tegelijk ook het pessimistische beeld dat Crombez schepte te nuanceren: “Op gezondheidszorg gaan we nog altijd groeien, maar het zal minder zijn, men doet alsof priester Daens door de straten loopt”.