Doet jouw baas dit nog? Eigenlijk mag het al drie jaar niet meer
Drie jaar na de invoering van het recht op deconnectie blijkt dat veel Vlaamse bedrijven nog steeds moeite hebben om werk- en rusttijd strikt te scheiden, ondanks duidelijke wettelijke kaders en groeiende bezorgdheid bij werknemers.
Drie jaar deconnectierecht, maar praktijk blijft weerbarstig
Uit nieuw onderzoek van Protime bij 1.000 Vlaamse bedienden blijkt dat het recht op deconnectie nog lang niet overal is ingeburgerd. Zes op de tien werknemers worden buiten de werkuren nog steeds gecontacteerd door hun leidinggevende. De contactmomenten variëren van berichtjes tot telefoons en mails. Volgens Protime-CEO Jan Van Autreve speelt de toenemende flexibiliteit een grote rol. “We werken steeds flexibeler, waardoor het moeilijker wordt om een duidelijk overzicht te houden op wanneer werknemers aan het werk zijn én wanneer niet”, klinkt het in een mededeling aan onze redactie.
Flexibele schema’s bemoeilijken duidelijke grenzen
Een derde van de Vlaamse bedienden werkt intussen zonder vast uurrooster. Daardoor overlappen schema’s minder en weten leidinggevenden niet altijd wanneer iemand beschikbaar is. Dat leidt tot contactmomenten op avonden en weekends. Van Autreve benadrukt dat tijdsregistratie een hulpmiddel kan zijn om rustmomenten te bewaken. “Tijdsregistratie kan helpen om werknemers te beschermen tegen overbelasting.”
Werknemers voelen druk om toch te reageren
Hoewel het deconnectierecht werknemers beschermt tegen nadelige gevolgen wanneer ze niet reageren buiten de werkuren, voelt 62,4% zich toch verplicht om snel te antwoorden. Die druk ligt hoger bij vrouwen dan bij mannen. In vier op de tien gevallen gaat het bovendien om zaken die volgens werknemers gerust kunnen wachten. Arbeidsgeneeskundige Lode Godderis wijst op het belang van duidelijke afspraken. “Bedrijven doen er goed aan expliciet aan te geven welke verwachtingen ze hebben en duidelijke afspraken te maken met hun werknemers.”
Richtlijnen ontbreken vaak binnen organisaties
Slechts 41,1% van de respondenten geeft aan dat hun organisatie duidelijke regels heeft over bereikbaarheid buiten de werkuren. Bijna evenveel werknemers zeggen dat zulke afspraken ontbreken, terwijl een deel niet weet of er richtlijnen bestaan. Volgens Van Autreve werkt het deconnectierecht pas optimaal wanneer organisaties transparantie creëren. “Wanneer de werktijden en planning transparant zijn, kunnen werknemers zich tijdens de werkuren focussen op hun taken en zijn ze productiever, om daarna ook écht los te koppelen.”
Positieve effecten, maar evenwicht blijft fragiel
Ondanks de uitdagingen vindt 85% van de respondenten het deconnectierecht een goed initiatief. Een derde ervaart minder werkstress en een vergelijkbaar aandeel wordt minder vaak gebeld buiten de werkuren. Ook het aantal mails en berichten na werktijd daalde voor een deel van de werknemers. Toch blijft het zoeken naar een werkbaar evenwicht. Godderis benadrukt dat flexibiliteit wederzijds moet zijn. “Flexibiliteit werkt enkel als ze aan beide kanten geldt: je kan niet verwachten dat werkgevers soepel omgaan met telewerk en tussentijdse privéafspraken, terwijl werknemers zich strikt vasthouden aan hun vaste werkuren als van hen flexibiliteit gevraagd wordt.”