Veel bestuuders kennen betekenis van dit verkeersbord niet

verkeersbord
Afbeelding bron: Archieffoto

Een snelheidsbord herken je meteen en over een stopbord hoef je niet lang na te denken. Toch kom je onderweg ook tekens tegen waarvan je de precieze betekenis misschien vergeten bent. Je begrijpt het pictogram, maar daarmee ken je nog niet alle details. Bij dit blauwe verkeersbord is vooral de informatie eronder het bekijken waard. Het helpt je om je voor te bereiden op een weggedeelte waar een kleine fout grote gevolgen kan hebben.

Wat betekent verkeersbord F8?

Het rechthoekige blauwe bord met het pictogram van een tunnelopening draagt de code F8. Het duidt een tunnel van meer dan 500 meter aan. Daarmee vertelt het meer dan alleen dat de weg even onder de grond verdwijnt. De lengte maakt deel uit van de officiële betekenis.

Het bord wordt aan de ingang geplaatst. Op een onderbord staat de lengte van de tunnel en eventueel ook de naam. Lees die afstand dus niet alsof je de tunnel pas zoveel meter verderop bereikt: hier gaat het om de lengte van het traject dat je binnenrijdt.

Voor tunnels van meer dan 3.000 meter wordt de resterende lengte om de 1.000 meter aangegeven. Zo krijg je onderweg informatie over hoeveel tunnel er nog voor je ligt. Die aanduidingen veranderen op zichzelf niets aan de toegestane snelheid.

Het tunnelbord bepaalt geen aparte maximumsnelheid

Het verkeersbord bevat geen getal dat je maximumsnelheid vastlegt. Kijk daarvoor naar de snelheidsborden en eventuele elektronische signalisatie. Ook de andere verkeersregels blijven gelden. Een tunnelbord geeft je bijvoorbeeld geen toestemming om een doorlopende lijn te overschrijden of een afgesloten rijstrook te gebruiken.

Let vooral op signalen boven de rijstroken. Een rood kruis betekent dat je die rijstrook niet mag gebruiken. Een groene pijl naar beneden geeft een toegelaten rijrichting aan. Die rijstrooksignalen verdienen je aandacht, ook wanneer je dezelfde tunnel al honderden keren hebt genomen.

Afstand houden is hier extra belangrijk

In een tunnel is de ruimte om uit te wijken beperkt. Houd daarom voldoende afstand en kijk verder vooruit dan de achterlichten van je voorligger. Zo merk je sneller dat het verkeer vertraagt. Te dicht volgen kan bij plots remmen tot een kop-staartbotsing leiden.

De gevolgen kunnen verder reiken dan schade aan twee auto’s. Een ongeval kan de tunnelkoker blokkeren en de toegang voor hulpdiensten bemoeilijken. Ook zij hebben er minder ruimte om te werken. Die beperkte ruimte maakt voldoende afstand in tunnels bijzonder belangrijk, ook als het verkeer traag rijdt.

Controleer je verlichting voordat je binnenrijdt

Schakel je dimlichten in en zet je zonnebril tijdig af als die je zicht in de tunnel belemmert. Reken niet alleen op de verlichting in de tunnel. Je eigen verlichting helpt je om te zien en om zichtbaar te zijn. Houd ondertussen je aandacht bij het verkeer en vermijd plotseling remmen aan de ingang.

Stop ook niet zomaar om iets op te zoeken of je navigatie aan te passen. Stilstaan en parkeren op de rijbaan in een tunnel zijn verboden. Noodgedwongen stoppen door file, pech of een ongeval is uiteraard een andere situatie dan vrijwillig je auto aan de kant zetten.

Wat doe je bij pech of brand?

Krijg je pech en kun je de tunnel nog veilig uitrijden, doe dat dan. Lukt dat niet, zet je alarmknipperlichten aan en probeer zo dicht mogelijk bij de tunnelwand te stoppen. Schakel de motor uit en vraag bij voorkeur hulp via een hulppost. Volg de aanwezige instructies.

Bij rook of brand moet je snel handelen. Ga niet keren om terug naar de ingang te rijden. Breng jezelf en je passagiers via de aangeduide nooduitgangen in veiligheid en volg aanwijzingen van de tunnelbeheerder en hulpdiensten. De veiligheidsadviezen voor tunnels maken duidelijk dat je een brandend voertuig onmiddellijk moet verlaten wanneer verder rijden niet mogelijk is.

Het blauwe F8-bord is dus een nuttig moment om je aandacht aan te scherpen. Controleer je snelheid, verlichting en afstand voordat je de tunnel binnenrijdt. En kijk onderweg ook naar de nooduitgangen: weten waar je heen kunt, helpt als een gewone rit onverwacht wordt onderbroken.