Marc Coucke haalt uit: “Altijd is er wel iemand die alles tegenhoudt”
Marc Coucke Marc Coucke is een Belgische ondernemer. Hij is de zoon van een vader die zelfstandig apotheker was.
Marc Coucke

Vergunningsbeleid zit hem hoog
Marc Coucke ervaart dat het vandaag bijzonder moeilijk is om vooruit te raken met investeringen in België. Volgens hem duurt het veel te lang voor er duidelijkheid is en blijven projecten vaak jarenlang geblokkeerd.
Hij zegt: “Het duurt jaren voordat je iets kan doen, want altijd is er wel iemand in een of ander hoekje die de vergunning aanvecht.”
Volgens Coucke veroorzaakt dat niet alleen vertraging, maar vooral frustratie bij wie wil ondernemen en investeren.
“Er staan miljarden klaar, maar niets beweegt”
Coucke stelt dat er veel geld beschikbaar is om te investeren in projecten die de economie vooruithelpen. Toch blijven die middelen volgens hem onaangeroerd omdat bezwaren en procedures alles verlammen.
"Er staan miljarden klaar om geïnvesteerd te worden, maar het lukt niet omdat een of andere lokaal superverantwoordelijke het nodig vindt om bezwaar aan te tekenen", merkt Coucke op.
Volgens hem is de wil er wel, maar het systeem laat het niet toe.
Voorstel: maximum zes maanden om bezwaar in te dienen
Coucke schuift zelf een oplossing naar voren. Voor hem is een beperkte bezwaarperiode essentieel om vooruitgang te garanderen.
"Mijn oplossing is eenvoudig", gaat Coucke verder. "Geef iedereen zes maanden de tijd om een vergunning aan te vechten en daarna moet het gedaan zijn.”
Hij benadrukt dat zo’n termijn toelaat dat betrokkenen hun stem kunnen laten horen, maar dat er daarna duidelijkheid moet komen. Pas dan kunnen investeringen volgens hem eindelijk doorgaan.
“Het is niet dat we het geld niet nodig hebben”
Coucke wijst erop dat België de investeringen hard nodig heeft. Hij vindt het onbegrijpelijk dat grote middelen klaarstaan maar niet gebruikt worden omdat procedures blijven aanslepen.
Hij besluit: “Alleen op die manier kunnen die miljarden aangewend worden. Het is niet dat we het geld niet nodig hebben, dacht ik.”