De verwarming opnieuw aan? Zó hou je het warm zonder je energiefactuur te laten stijgen
De ochtenden worden kouder, de dagen korter en het huis voelt plots een stuk frisser aan. In oktober en november rijst elk jaar dezelfde vraag: zetten we de verwarming al aan, of wachten we nog even? Met de hoge energieprijzen van de voorbije jaren denken veel gezinnen twee keer na. Toch hoeft comfort niet te betekenen dat de thermostaat meteen omhoog moet.
Warmte begint bij je gewoontes
De eenvoudigste manier om het langer warm te houden, is je dagelijkse routine lichtjes aanpassen. Wie ’s morgens de gordijnen opent om de zon binnen te laten, profiteert van natuurlijke warmte. Sluit ze zodra het donker wordt, zodat de kou buiten blijft. Kleine gewoontes zoals een warme trui aantrekken of een paar pantoffels klaarleggen, zorgen ervoor dat je lichaam minder snel afkoelt.
Ook koken en douchen geven extra warmte af in huis. Door de deur van de keuken of badkamer even open te laten staan, verspreidt die warmte zich naar de rest van je woning. Zo gebruik je warmte die er toch al is, zonder extra verbruik.
Vergeet de isolatie niet
Warmteverlies is een stille energievreter. Een spleet onder de deur, enkel glas of een slecht afgesloten raam kan op koude dagen verrassend veel warmte laten ontsnappen. Een tochtstrip of een dikke deurmat helpt al.
Wie in een oudere woning woont, merkt vaak dat één kamer sneller afkoelt dan de andere. Daar helpt een eenvoudig tapijt of een dikke gordijnstof wonderen. Het kost weinig, maar het verschil in comfort is groot.
Slim omgaan met je verwarming
Moet de verwarming toch even aan? Doe het bewust. Verwarm enkel de kamers waar je vaak bent en hou de deuren gesloten. Een thermostaat op 19 graden voelt vaak warmer dan verwacht, zeker als je actief bezig bent.
Verwarm liever iets langer op een lage temperatuur dan kort en fel. Zo blijft de warmte beter behouden en stijgt je energiefactuur niet nodeloos.