Ramses Debruyne maakt heel opvallende keuze in het peloton
Ramses Debruyne heeft een wattagemeter op zijn fiets, maar tijdens wedstrijden kijkt hij bewust niet naar zijn cijfers. De renner van Alpecin-Premier Tech vertrouwt liever op zijn gevoel dan op data.
Debruyne kijkt bewust niet naar cijfers
In het hedendaagse wielrennen zijn cijfers overal. Renners beschikken tijdens wedstrijden over informatie over vermogen, hartslag, snelheid en soms zelfs hun positie ten opzichte van ploegmaats. Toch kiest Ramses Debruyne voor een opvallend andere aanpak.
De renner van Alpecin-Premier Tech beschikt wel degelijk over een wattagemeter, maar tijdens de koers laat hij het gegevensscherm links liggen. In een gesprek met Het Nieuwsblad maakte hij duidelijk dat hij bewust voor die methode kiest. “Ik heb er wel één, maar ik kijk gewoon niet naar mijn gegevensschermpje tijdens de koers”, vertelt Debruyne.
Koersen op gevoel
Voor Debruyne is het vooral belangrijk dat cijfers zijn gevoel tijdens een wedstrijd niet beïnvloeden. Hij vertrouwt op zijn jarenlange ervaring om te bepalen hoe diep hij kan gaan en wanneer hij moet doseren.
“Ik koers nu eenmaal het beste op gevoel. Ik fiets al lang genoeg om te weten wat ik aankan en niet aankan”, legt de renner uit.
Volgens Debruyne kunnen vermogensgegevens zelfs een negatieve invloed hebben op zijn mentale ingesteldheid. Een getal kan immers een indruk bevestigen die helemaal niet noodzakelijk klopt met wat er in de wedstrijd gebeurt.
Wat meet een wattagemeter precies?
Een wattagemeter meet hoeveel vermogen een wielrenner op dat moment levert. Het apparaat registreert de kracht die tijdens het trappen wordt uitgeoefend en combineert die met de snelheid waarmee de crank, het pedaal of het wiel ronddraait. Het resultaat wordt uitgedrukt in watt.
Op het fietscomputerscherm kunnen renners onder meer hun actuele vermogen, gemiddeld vermogen en genormaliseerd vermogen bekijken. Vaak worden ook het vermogen over een bepaalde tijdsperiode en het totale energieverbruik weergegeven.
Die informatie kan bijzonder nuttig zijn tijdens trainingen. Renners kunnen bijvoorbeeld een vooraf bepaalde vermogenszone aanhouden en hun inspanning veel nauwkeuriger doseren dan wanneer ze uitsluitend naar snelheid kijken.
Cijfers kunnen ook tegenwerken
Tijdens wedstrijden kan diezelfde informatie volgens Debruyne echter voor twijfel zorgen. Een renner die zwaar afziet, kan bijvoorbeeld verwachten dat hij een bepaald vermogen produceert. Valt het getal lager uit, dan kan dat psychologisch een verkeerd signaal geven.
“Die cijfers op dat schermpje dreigen anders in mijn hoofd te kruipen”, zegt Debruyne. Als hij zwaar aan het afzien is en zijn wattagemeter minder aangeeft dan verwacht, kan hij daardoor denken dat hij een slechte dag heeft. Terwijl zijn concurrenten op datzelfde moment misschien exact even diep gaan.
Debruyne kiest daarom voor een eenvoudige aanpak: de wattagemeter gebruiken, maar er tijdens de koers niet naar kijken. In een peloton waarin data steeds belangrijker wordt, is dat een opvallend staaltje vertrouwen in eigen gevoel en ervaring.