De Rubiks kubus hield kinderen in de jaren 80 uren bezig maar hoe los je het op?
Je had er geen batterijen voor nodig en er kwam geen scherm aan te pas. Toch kon dit kleine stuk speelgoed al je aandacht opeisen. Even proberen werd al snel nog een poging, want je dacht telkens dat je er bijna was. Een paar bewegingen later leek je juist verder van de oplossing verwijderd. Herinner jij je nog dat mengsel van enthousiasme en frustratie, met iets kleurrijks tussen je handen?
De Rubiks kubus veroverde de jaren 80
Het gaat natuurlijk over de Rubiks kubus. Die draaipuzzel met zes gekleurde vlakken werd begin jaren 80 een wereldwijde rage. De opdracht begreep je meteen: draai de kubus tot elke zijde opnieuw volledig dezelfde kleur heeft. Alleen bleek dat in de praktijk een stuk moeilijker dan het klonk.
Bij de klassieke uitvoering bestaat elk vlak uit negen gekleurde vakjes. Door een laag te draaien, verander je tegelijk de kleurenverdeling op meerdere zijden. Precies daar zit de uitdaging. Wat aan de voorkant een goede zet lijkt, kan aan de achterkant iets door elkaar halen dat je net goed had gekregen.
Misschien kreeg jij ooit een volledig vlak in dezelfde kleur. Dat voelde als een overwinning, tot je de rest van de kubus bekeek. Eén zijde oplossen en de hele puzzel afwerken zijn nu eenmaal twee verschillende opdrachten.
Het begon niet als een speelgoedrage
Achter de kubus zit de Hongaarse ontwerper en docent Erno Rubik. Hij ontwikkelde in 1974 een beweegbare driedimensionale puzzel om zijn studenten ruimtelijke verhoudingen beter te laten begrijpen. Het voorwerp dat later zoveel huiskamers zou bereiken, had dus aanvankelijk een educatieve bedoeling.
De puzzel droeg eerst de naam ‘Magic Cube’. In 1980 kreeg hij de naam ‘Rubik’s Cube’ en volgde de internationale lancering. Daardoor hoort de kubus zo sterk bij de herinneringen aan de jaren 80, hoewel de uitvinding zelf uit het vorige decennium komt.
Het bijzondere aan het ontwerp merk je zodra je hem vastpakt. Je kunt verschillende lagen bewegen, terwijl de puzzel toch als geheel bij elkaar blijft. Je hebt geen losse stukjes die je op tafel moet leggen. Alles gebeurt in dat kleine blok tussen je handen.
Van rustig proberen naar een wereldkampioenschap
De belangstelling ging al snel verder dan thuis wat draaien. In 1982 vond in Boedapest het eerste wereldkampioenschap Rubiks kubus plaats. Er namen negentien deelnemers aan deel.
De Amerikaan Minh Thai won met een oplossing in 22,95 seconden. De Nederlander Guus Razoux Schultz eindigde tweede met 24,32 seconden. De Hongaar Zoltán Lábas werd derde met 24,49 seconden. Terwijl je thuis misschien al blij was met wat vooruitgang, werkten deze deelnemers de volledige puzzel in minder dan een halve minuut af.
Zo kreeg hetzelfde speelgoed twee heel verschillende kanten. Je kon er zonder tijdsdruk mee puzzelen, maar je kon ook proberen de juiste bewegingen zo snel mogelijk uit te voeren. De opdracht bleef dezelfde; het tempo maakte er een wedstrijd van.
Waarom zomaar draaien zo lastig blijft
De kubus vraagt dat je verder kijkt dan het vlak dat naar je toe gericht is. Elke draai beïnvloedt meerdere stukjes. Daardoor is de verleiding groot om iets wat verkeerd staat meteen te verplaatsen, terwijl je daarmee elders opnieuw een probleem veroorzaakt.
Een vaste aanpak helpt om daar structuur in te brengen. Er bestaan stapsgewijze handleidingen voor de klassieke kubus die het oplossen opdelen in kleinere opdrachten. Je hoeft dus niet te blijven gokken tot de kleuren toevallig goed staan.
Dat maakt de Rubiks kubus ook zo geschikt om nog eens uit de kast te halen. Je kent het doel al zodra je hem ziet. Dan begint het draaien, verschijnt er ergens een rijtje in dezelfde kleur en denk je opnieuw: nog heel even proberen.