Zo krijg je minder onkruid in je tuin zonder er gek van te worden
Het is iets wat menig tuinliefhebber niet kan zien. Er is niets zo vervelend als onkruid hebben in je tuin.
Onkruid: het lijkt wel alsof het sneller groeit dan al het andere in je tuin. Je trekt het uit, keert je om, en het staat er alweer. Veel mensen vragen zich dan ook af hoe je ervoor kan zorgen dat er minder onkruid groeit en dat zonder telkens urenlang te moeten wieden.
Het geheim zit hem in slim voorkomen in plaats van eindeloos te bestrijden. Een goed onderhouden tuin met zo weinig mogelijk kale grond is al een belangrijke stap. Onkruid heeft vooral ruimte en licht nodig om te groeien. Laat je dus plekken open, dan nodig je het eigenlijk zelf uit.
Door dicht te beplanten met bodembedekkers of mulch (denk aan boomschors, houtsnippers of cacaodoppen) geef je onkruid weinig kans. Die natuurlijke lagen houden zonlicht tegen en zorgen ervoor dat onkruidzaadjes minder makkelijk ontkiemen. Bovendien blijft de grond er ook nog eens vochtig en luchtig door.
Regelmaat is ook belangrijk. Wie elke week een korte inspectieronde doet en meteen het jonge onkruid verwijdert, spaart zichzelf later veel werk. Want hoe langer je wacht, hoe sterker de wortels en hoe moeilijker je het kwijtraakt.
Sproeien kan in sommige gevallen helpen, maar dat doe je beter gericht én zo ecologisch mogelijk. Alternatieven zoals azijn of kokend water worden vaak genoemd, maar werken alleen op korte termijn én kunnen ook andere planten beschadigen. Wees daar dus voorzichtig mee.