Vanaf dit bedrag behoor je tot de 10% rijkste Belgische huishoudens
Wie wil weten hoeveel vermogen nodig is om tot de rijkste Belgen te behoren, krijgt een opvallend concreet antwoord. De Nationale Bank van België communiceerde de cijfers van het eerste kwartaal van 2026 in een bericht aan onze redactie. Je moet al miljonair zijn om tot de 10% rijkste huishoudens te behoren.
Vanaf 1,16 miljoen euro behoor je tot de rijkste 10 procent
De belangrijkste grens is duidelijk: een Belgisch huishouden behoort volgens de NBB tot de 10 procent rijkste huishoudens vanaf een nettovermogen van ongeveer 1,16 miljoen euro. Wie bijvoorbeeld een woning van 900.000 euro bezit, 400.000 euro aan beleggingen en spaargeld heeft, maar nog 100.000 euro aan schulden moet aflossen, komt uit op een nettovermogen van 1,2 miljoen euro. Dat huishouden zou daarmee boven de grens van de rijkste 10 procent uitkomen.
Het gaat dus nadrukkelijk om nettovermogen en niet om inkomen. Een hoog salaris betekent niet automatisch dat iemand tot de rijkste 10 procent behoort. Omgekeerd kan een huishouden met een relatief bescheiden inkomen toch een groot nettovermogen hebben opgebouwd, bijvoorbeeld door vastgoedbezit, beleggingen of een onderneming.
Hoeveel is 1,16 miljoen euro tegenover het gemiddelde?
De grens van 1,16 miljoen euro ligt aanzienlijk boven het gemiddelde vermogen van Belgische huishoudens. In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg het gemiddelde nettovermogen ongeveer 610.000 euro per huishouden.
De grens voor de rijkste 10 procent ligt daarmee bijna twee keer zo hoog als het gemiddelde. Anders gezegd: een huishouden heeft ongeveer 1,9 keer het gemiddelde nettovermogen nodig om de drempel van de rijkste 10 procent te bereiken.
Dat verschil laat meteen zien waarom het gemiddelde vermogen op zichzelf weinig zegt over de financiële positie van een doorsnee huishouden. Een gemiddelde wordt immers sterk beïnvloed door huishoudens met zeer grote vermogens.
Belgische huishoudens bezitten samen 3.145 miljard euro
Het totale nettovermogen van de Belgische huishoudens bedroeg in het eerste kwartaal van 2026 maar liefst 3.145 miljard euro. Dat bedrag omvat het vermogen van alle Belgische huishoudens samen, na aftrek van hun schulden. Het gaat dus niet alleen om geld op bankrekeningen, maar om het volledige nettovermogen dat de NBB in haar vermogensstatistieken in rekening brengt.
De rijkste 10 procent bezit meer dan de helft van het vermogen
De verhouding is bijzonder duidelijk. Terwijl de rijkste 10 procent uit slechts één op de tien huishoudens bestaat, beschikken deze huishoudens samen over 54,4 procent van het totale nettovermogen. Dat betekent ook dat de overige 90 procent van de Belgische huishoudens samen 45,6 procent van het nettovermogen bezit.
De cijfers zeggen niets over hoeveel vermogen ieder afzonderlijk huishouden binnen die groepen heeft. De groep van de rijkste 10 procent is immers zelf zeer uiteenlopend: een huishouden dat net boven de grens van 1,16 miljoen euro zit, bevindt zich binnen dezelfde categorie als een huishouden met een veel groter vermogen.
Rijkste 10 procent is niet hetzelfde als rijkste Belgen
Er is ook een belangrijk onderscheid tussen huishoudens en personen. De NBB spreekt in deze statistieken over huishoudens. De grens van 1,16 miljoen euro betekent dus niet dat iedere individuele Belg met een nettovermogen van 1,16 miljoen euro automatisch tot de rijkste 10 procent van personen behoort.
Een huishouden kan bijvoorbeeld uit één persoon bestaan, maar ook uit een koppel of een gezin met meerdere gezinsleden. Het vermogen wordt voor deze statistiek op het niveau van het huishouden bekeken. De populaire formulering “de 10 procent rijkste Belgen” is daarom handig als omschrijving, maar strikt genomen gaat het om de 10 procent rijkste Belgische huishoudens.
Nettovermogen is meer dan spaargeld
Een veelgemaakte fout bij het interpreteren van vermogenscijfers is om vermogen gelijk te stellen aan spaargeld. Dat is niet correct. Voor het bepalen van het nettovermogen wordt gekeken naar de bezittingen van een huishouden en worden de schulden daarvan afgetrokken.
Ook financiële bezittingen en andere vermogensbestanddelen spelen een rol. Daardoor kan een huishouden met een relatief beperkt bedrag op de bank toch een nettovermogen van meer dan 1 miljoen euro hebben.