Niet-EU-migranten werken nergens in Europa zo weinig als in België
België wil de werkzaamheidsgraad optrekken tot 80 procent, maar op de arbeidsmarkt blijft een grote groep mensen opvallend ondervertegenwoordigd. Vooral bij migranten van buiten de Europese Unie is de situatie problematisch. Uit een nieuwe analyse van UGent@Work blijkt dat België op dat vlak zelfs het slechtste resultaat van de hele Europese Unie neerzet. Amper iets meer dan de helft van de niet-EU-migranten tussen 20 en 64 jaar heeft een job. Het verschil met mensen van Belgische herkomst is bijzonder groot.
België is het slechtste land van de Europese Unie
De cijfers komen uit een nieuwe Policy Brief van UGent@Work, getiteld 'Migranten op de Belgische arbeidsmarkt: een stand van zaken in 10 figuren'. De onderzoekers analyseerden onder meer de meest recente arbeidsmarktgegevens van Statbel en Eurostat, die betrekking hebben op 2025.
De conclusie is opvallend: geen enkel EU-land doet het slechter dan België wanneer het gaat over de tewerkstelling van mensen met een niet-EU-nationaliteit. In België bedraagt hun werkzaamheidsgraad amper 51,6 procent. Dat betekent dat bijna de helft van de 20- tot 64-jarigen met een nationaliteit van buiten de Europese Unie geen werk heeft.
In Nederland ligt de werkzaamheidsgraad van niet-EU-migranten op 63,8% en in landen zoals Slowakije, Polen en Tsjechië ligt de werkzaamheidsgraad van deze groep zelfs boven de 80 procent. België bengelt helemaal onderaan de Europese rangschikking.
Groot verschil tussen Belgen en niet-EU-migranten
Ook binnen België zijn de verschillen aanzienlijk. Van de 20- tot 64-jarigen met een Belgische herkomst is 77,4 procent aan het werk. Bij mensen met een niet-EU-nationaliteit bedraagt dat slechts 51,6 procent. Dat is een verschil van 25,8 procentpunten. Anders gezegd: waar bijna acht op de tien mensen met Belgische herkomst een job hebben, gaat het bij mensen met een niet-EU-nationaliteit om vijf op de tien.
De cijfers tonen ook dat niet alle groepen met een migratieachtergrond dezelfde arbeidsmarktpositie hebben. Mensen met een herkomst binnen de Europese Unie halen doorgaans een werkzaamheidsgraad van meer dan 70 procent. Bij verschillende groepen met een herkomst buiten de EU blijft dat cijfer onder 60 procent.
Zo bedraagt de werkzaamheidsgraad bij mensen met een Noord-Afrikaanse herkomst 52,4 procent. Bij mensen met een Sub-Sahara-Afrikaanse herkomst is dat 58,3 procent. Het gaat hier om een andere indeling dan de vergelijking op basis van nationaliteit: bij herkomst kijkt Statbel ook naar de nationaliteit van de ouders.
Doelstelling van 80 procent blijft veraf
De lage tewerkstelling van niet-EU-migranten is extra opvallend omdat België zichzelf een ambitieuze doelstelling heeft opgelegd. De regering wil de algemene werkzaamheidsgraad optrekken tot 80 procent.
In 2025 bedroeg die werkzaamheidsgraad volgens UGent@Work 72,8 procent. Dat was weliswaar een record, maar België heeft dus nog een aanzienlijke afstand af te leggen. Bovendien hebben inmiddels tien andere EU-landen de grens van 80 procent al bereikt.
Een grotere deelname van mensen met een migratieachtergrond aan de arbeidsmarkt kan een belangrijke bijdrage leveren aan die doelstelling. Meer mensen aan het werk betekent immers meer inkomsten uit belastingen en sociale bijdragen en minder afhankelijkheid van uitkeringen.
Dat is ook belangrijk met het oog op de vergrijzing en de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. Migratie werd de voorbije decennia geregeld naar voren geschoven als een manier om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Maar die redenering verliest een belangrijk deel van haar kracht wanneer een groot gedeelte van de nieuwkomers niet aan het werk raakt.
Waarom raken zoveel niet-EU-migranten niet aan het werk?
De onderzoekers wijzen erop dat er niet één verklaring is voor de lage werkzaamheidsgraad. Verschillen in kennis en vaardigheden, opleidingsniveau en cultuurgebonden voorkeuren spelen mogelijk een rol. Uit praktijktesten blijkt dat kandidaten met een Midden-Oosterse of Noord-Afrikaanse herkomst gemiddeld 26,7 procent minder positieve reacties krijgen dan vergelijkbare kandidaten uit de meerderheidsgroep.
Professor Stijn Baert benadrukt evenwel dat uit het onderzoek blijkt dat discriminatie niet verklaart waarom niet-EU-migranten zoveel minder werken in België. "Discriminatie wordt vaak naar voren geschoven als kernverklaring voor lage tewerkstelling. Wat we echter vinden, is dat gemeten discriminatie bij ons lager is dan in meeste andere landen. Kan dus niet verklaren dat in België laagste aantal migranten werken", schrijft hij op X.
Ook de inactiviteit bij vrouwen met een niet-EU-achtergrond valt op. Een deel van deze vrouwen heeft geen werk en zoekt ook niet actief naar een job.
@UGentAtWork Eye-opener is fig. 7. Discriminatie wordt vaak naar voren geschoven als kernverklaring voor lage tewerkstelling. Wat we echter vinden, is dat gemeten discriminatie bij ons lager is dan in meeste andere landen. Kan dus niet verklaren dat in België laagste aantal migranten werken. https://t.co/yytPjC9WFm
— Stijn Baert (@Stijn_Baert) November 3, 2026