Hoeveel spaart een Belgisch gezin? Uitgaven stijgen sneller dan inkomen

rijkdom sparen Belg belastingen taks
Afbeelding bron: Redactie24

De Belgische gezinnen hebben in 2025 meer geld uitgegeven, maar hun inkomen kon dat tempo niet helemaal volgen. Volgens cijfers die de Nationale Bank van België aan onze redactie communiceerde, stegen de gezinsuitgaven met 3,7 procent, terwijl het nominaal beschikbaar inkomen met 2,8 procent toenam. Het verschil lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar het heeft wel gevolgen voor hoeveel gezinnen opzij kunnen zetten.

Gezinnen geven meer uit dan er aan inkomen bijkomt

In 2025 stegen de uitgaven van Belgische gezinnen met 3,7 procent. Hun beschikbare inkomen nam in dezelfde periode met 2,8 procent toe. Met het beschikbare inkomen bedoelt de Nationale Bank het geld dat gezinnen overhouden nadat belastingen en sociale bijdragen zijn betaald en eventuele uitkeringen zijn ontvangen. 

Het gaat dus om het geld waarmee ze hun dagelijkse leven betalen, zoals boodschappen, huur, energie, kleding en vervoer, maar ook om het bedrag dat ze eventueel opzijzetten. Dat inkomen steeg minder snel dan de uitgaven. Daardoor bleef er gemiddeld minder ruimte over om te sparen. 

Het verschil betekent overigens niet dat elk gezin meer uitgeeft dan het verdient. Het gaat om de gemiddelde ontwikkeling bij de Belgische gezinnen samen. Als producten en diensten duurder worden, kan een gezin meer geld uitgeven zonder dat het daarvoor ook meer producten of diensten krijgt.

Waar geven Belgische gezinnen meer geld aan uit?

Volgens de Nationale Bank kwam een belangrijk deel van de stijging door uitgaven aan diensten. Gezinnen besteedden meer aan financiële diensten en verzekeringen, maar ook aan diensten die met hun woning te maken hebben.

Daarnaast droegen aankopen van kleding bij aan de hogere uitgaven. Daarbij speelt ook online winkelen een steeds grotere rol: een groeiend deel van de kledingaankopen gebeurt via webshops.

Hoeveel sparen Belgische gezinnen nog?

In 2025 spaarden Belgische gezinnen gemiddeld 13,7 procent van hun beschikbare inkomen. Dat is iets minder dan voordien, maar volgens de Nationale Bank ligt het percentage nog altijd in de buurt van het gemiddelde van de afgelopen vijftien jaar. Dat percentage wordt ook wel de spaarquote genoemd. Dat betekent eenvoudigweg welk deel van het inkomen gezinnen opzijzetten in plaats van uit te geven. 

Stel dat een gezin 2.500 euro per maand beschikbaar heeft en daarvan 250 euro spaart. Dan spaart het 10 procent van zijn inkomen. De spaarquote van 13,7 procent is een gemiddelde voor de Belgische gezinnen. Dat betekent dus niet dat ieder gezin precies dat deel van zijn inkomen spaart.

Het cijfer vertelt bovendien niet hoeveel geld er al op de spaarrekening staat. Een gezin kan een aanzienlijke reserve hebben opgebouwd, terwijl een ander gezin nauwelijks iets opzij kan zetten.

Moeten gezinnen zich zorgen maken?

Als de uitgaven jarenlang sneller stijgen dan het inkomen, wordt het moeilijker om extra spaargeld op te bouwen. Daardoor kan het lastiger worden om onverwachte kosten op te vangen, zoals een dringende autoreparatie, een kapotte verwarmingsketel of een tijdelijke terugval van het inkomen.

De cijfers over 2025 bewijzen echter niet dat Belgische gezinnen als geheel in financiële problemen zitten. De spaarquote blijft in lijn met het gemiddelde van de afgelopen vijftien jaar. Bovendien verschilt de situatie sterk van gezin tot gezin. Wie hoge woonlasten heeft of een beperkt inkomen ontvangt, houdt doorgaans minder financiële ruimte over dan een huishouden met lagere vaste kosten.

Voor gezinnen is het daarom nuttig om regelmatig na te gaan hoeveel geld er binnenkomt en waaraan het wordt besteed. Wie merkt dat er aan het einde van de maand minder overblijft, kan bekijken of bepaalde uitgaven kunnen worden aangepast en of er nog ruimte is om een financiële reserve op te bouwen.