België herverdeelt vermogen veel sterker dan gemiddeld in de eurozone
België kent een aanzienlijke vermogensongelijkheid, maar die ongelijkheid ligt wel duidelijk lager dan gemiddeld in de eurozone. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers die de Nationale Bank van België over de verdeling van het nettovermogen van huishoudens aan onze redactie communiceerde. De Belgische vermogensverdeling is volgens de Gini-coëfficiënt minder ongelijk dan die van de eurozone als geheel.
België kent minder vermogensongelijkheid dan de eurozone
De Gini-coëfficiënt is een veelgebruikte maatstaf om ongelijkheid in kaart te brengen. Bij de verdeling van vermogen geldt dat een hogere Gini-coëfficiënt wijst op een grotere ongelijkheid. Een waarde van nul zou staan voor een volledig gelijke verdeling, terwijl een waarde van 100% de uiterste vorm van ongelijkheid zou betekenen.
Voor België komt de Gini-coëfficiënt van het nettovermogen uit op 68,8%. In de eurozone bedraagt die 73,1%. België zit daarmee 4,3 procentpunt onder het gemiddelde van de eurozone.
Dat verschil is aanzienlijk genoeg om te stellen dat het vermogen in België volgens deze maatstaf gelijkmatiger verdeeld is dan gemiddeld in de eurozone. Dat betekent overigens niet dat België een gelijkmatige vermogensverdeling heeft. Een Gini van 68,8% wijst nog altijd op een sterke concentratie van vermogen.
Ongelijkheid neemt licht toe
De nieuwe cijfers tonen bovendien een kleine stijging van de vermogensongelijkheid in België. De Gini-coëfficiënt steeg van 68,5% naar 68,8%. Die stijging van 0,3 procentpunt is beperkt. De NBB benadrukt dan ook dat het algemene beeld van de Belgische vermogensverdeling door de nieuwe gegevens slechts in beperkte mate verandert.
Wie alleen naar de Gini-coëfficiënt kijkt, krijgt niet het volledige verhaal over de vermogensverdeling. Ook het aandeel van het totale vermogen dat de rijkste huishoudens bezitten, geeft informatie over hoe geconcentreerd het vermogen is.
Rijkste 10 procent bezit meer dan de helft
De cijfers van de Nationale Bank maken duidelijk dat België ondanks de lagere Gini-coëfficiënt ten opzichte van de eurozone nog altijd een sterk geconcentreerde vermogensverdeling heeft.
In het eerste kwartaal van 2026 bezat de rijkste 10% van de Belgische huishoudens 54,4% van het totale nettovermogen. Om tot die rijkste 10% te behoren, was een nettovermogen van ongeveer 1,16 miljoen euro nodig.
Daar staat tegenover dat de onderste 50% van de huishoudens samen 7,7% van het totale nettovermogen bezit. De vermogensongelijkheid blijft dus aanzienlijk, ook al ligt de Belgische Gini-coëfficiënt onder het gemiddelde van de eurozone.
Is België een sterk herverdelend land?
De vergelijking met de eurozone roept een interessante vraag op: waarom is de vermogensongelijkheid in België lager dan gemiddeld in de eurozone? België heeft een uitgebreid systeem van belastingen, sociale bijdragen en sociale bescherming. Daarnaast spelen factoren zoals het hoge aandeel gezinnen dat een eigen woning bezit een belangrijke rol in de vermogensverdeling.
België verdeelt vermogen gelijkmatiger dan het eurozonegemiddelde
De cijfers geven wel een duidelijke internationale vergelijking. De Gini-coëfficiënt bedraagt 68,8% in België tegenover 73,1% in de eurozone. Dat betekent dat België volgens deze maatstaf een minder ongelijke vermogensverdeling heeft dan de eurozone als geheel. Het verschil bedraagt 4,3 procentpunt.
Daarmee behoort België niet tot een situatie waarin vermogen gelijk verdeeld is. Integendeel: de rijkste 10% bezit nog altijd meer dan de helft van het totale nettovermogen. Maar tegenover het gemiddelde van de eurozone is de vermogensconcentratie in België beperkter.
Dat is een belangrijk onderscheid. België combineert een aanzienlijke vermogensongelijkheid met een vermogensverdeling die volgens de Gini-coëfficiënt minder ongelijk is dan gemiddeld in de eurozone.