David Dehenauw is zeker over het weer dat we de rest van het jaar krijgen
De zomer loopt stilaan op zijn laatste benen en dat merk je steeds vaker. De avonden worden korter, de nachten langer en stilaan duiken de eerste vragen over de komende maanden op. Na enkele koude of natte dagen kan het snel lijken alsof we meteen een heel ander seizoen induiken. Toch zegt het weer van vandaag bijzonder weinig over wat ons later nog te wachten staat. De eerste vooruitzichten voor de langere termijn geven inmiddels wel een interessante aanwijzing.
Nieuwe seizoensmodellen geven eerste aanwijzing
Weerman David Dehenauw David Dehenauw is sinds januari 2013 weerman bij VTM. Hij presenteert ook weerpraatjes bij Radio 2. Verder is Dehenauw ook werkzaam bij het KMI.
David Dehenauw

Ze bekijken vooral grotere patronen. Zo kan worden ingeschat of een langere periode gemiddeld warmer, kouder, droger of natter zou kunnen verlopen dan gebruikelijk. Volgens Dehenauw zit er momenteel een vrij duidelijk signaal in de temperatuurverwachtingen.
"De nieuwe Europese seizoensmodellen wijzen op warmer weer dan normaal", zegt hij. Voor grote delen van Europa liggen de verwachte temperaturen gemiddeld ongeveer een halve tot één graad boven de normale waarden. Ons land zit volgens hem eveneens in die zone.
Dat verschil lijkt misschien klein. Bij een gemiddelde over een langere periode is een halve of hele graad echter behoorlijk betekenisvol. Het wil bovendien niet zeggen dat iedere dag zacht zal verlopen. Een koude week of enkele frisse nachten blijven perfect mogelijk.
Warm zeewater speelt een belangrijke rol
Een deel van de verklaring moeten we volgens Dehenauw op zee zoeken. Zowel de Atlantische Oceaan als de Middellandse Zee is op veel plaatsen warmer dan gebruikelijk. Dat water verliest zijn warmte veel trager dan het land.
Dat kan invloed hebben zodra lucht vanaf zee naar onze streken wordt aangevoerd. "Wanneer de wind over dat warme water waait, is de lucht ook niet echt koud", legt Dehenauw uit.
Dat effect kennen we ook dichter bij huis. Het KMI legt in zijn Klimaatatlas uit dat zeewater veel trager van temperatuur verandert. Daardoor worden de seizoensverschillen aan de kust afgezwakt: winters zijn er doorgaans zachter en zomers frisser dan verder landinwaarts.
Voor de komende periode wordt dus belangrijk uit welke richting de wind vaak zal waaien. Komt de lucht geregeld over relatief warm zeewater naar onze omgeving, dan wordt het moeilijker om langdurig zeer koude lucht vast te houden.
Een koude periode blijft wel mogelijk
Daarmee is zeker niet gezegd dat je dikke winterjas in de kast kan blijven. Seizoensverwachtingen gaan over gemiddelden en niet over afzonderlijke dagen of weken. Zelfs tijdens een periode die uiteindelijk warmer dan normaal eindigt, kunnen enkele koude episodes voorkomen.
Dehenauw gaat dan ook niet zover om koude volledig uit te sluiten. Hij kijkt vooral naar de kans dat zeer koud weer zich gedurende lange tijd zou vastzetten. "Het zou me verbazen als we echt een zeer koude periode krijgen", zegt hij daarover.
Het verleden laat zien hoe groot de verschillen binnen één seizoen kunnen zijn. Een herfst kan gemiddeld zacht eindigen en tussendoor toch een reeks behoorlijk frisse dagen tellen. Zo registreerde het KMI ook in eerdere warme herfstseizoenen tijdelijke periodes met temperaturen onder de normale waarden.
Wat betekent warmer dan normaal eigenlijk?
Bij dergelijke verwachtingen ontstaat snel een verkeerd beeld. Een voorspelling van gemiddeld een graad boven normaal betekent niet dat je straks voortdurend temperaturen krijgt die exact één graad hoger liggen.
Sommige dagen kunnen veel zachter uitvallen, terwijl andere net kouder zijn. Pas wanneer al die temperaturen over een langere periode bij elkaar worden genomen, ontstaat het gemiddelde waarop seizoensmodellen zich richten.
Ter vergelijking: voor de herfst bedraagt de normale gemiddelde temperatuur in Ukkel 11,2 graden, berekend over de referentieperiode 1991-2020. De voorbije jaren hebben bovendien laten zien dat zachte herfstseizoenen zeker mogelijk zijn. In 2025 kwam het gemiddelde bijvoorbeeld uit op 12 graden.
Voorzichtig blijven met voorspellingen op lange termijn
Een seizoensmodel blijft uiteindelijk iets anders dan de weersverwachting die je 's morgens op je telefoon bekijkt. Hoe verder vooruit meteorologen kijken, hoe moeilijker het wordt om concrete weersituaties te voorspellen.
De huidige signalen vertellen daarom vooral iets over de richting waarin het seizoen mogelijk evolueert. Voorlopig lijkt de kans op een langere periode met bovengemiddelde temperaturen groter. Het relatief warme zeewater kan daarbij meehelpen.
Of we daardoor ook minder vaak de autoruiten moeten krabben of de verwarming later kunnen aanzetten, valt nu nog niet te zeggen. Daarvoor zullen de gewone weersverwachtingen op kortere termijn uiteindelijk veel belangrijker worden.