Oktober begint en maak deze fout niet bij het aanzetten van je verwarming

verwarming
Afbeelding bron: Photonews

Met de start van oktober komt ieder jaar hetzelfde moment dichterbij. 's Morgens en 's avonds kan het in huis plots een stuk frisser aanvoelen, terwijl het overdag soms nog aangenaam warm wordt. Meteen de verwarming aanzetten lijkt dan misschien overdreven, maar eindeloos wachten is evenmin nodig. Een vaste datum waarop de thermostaat omhoog moet, bestaat eigenlijk niet. Veel belangrijker is de temperatuur die je in huis meet en hoe comfortabel je woning nog aanvoelt.

Kijk niet naar de datum maar naar de temperatuur in huis

De verwarming hoeft dus niet automatisch op 1 oktober aan. Een goed geïsoleerde woning kan de warmte van zonnige dagen bijvoorbeeld lang vasthouden, terwijl het in een oudere of minder goed geïsoleerde woning veel sneller fris wordt.

Een handige richtlijn is ongeveer 20 graden in de woonkamer. Op de officiële verwarmingstips van Vlaanderen wordt 20 graden aanbevolen voor onder meer de woonkamer, eetkamer en werkruimte. Voor slaapkamers volstaat doorgaans 16 tot 18 graden.

Zakt de temperatuur in je woonkamer structureel richting 18 of 19 graden en vind je dat niet meer comfortabel, dan heeft het weinig zin om koste wat kost te proberen de verwarming uit te laten. Je kunt ze beter gecontroleerd inschakelen en de thermostaat niet onnodig hoog zetten.

In oktober kan wachten nog lonen

De herfst is een lastig seizoen voor de thermostaat. Een frisse nacht kan ervoor zorgen dat het 's morgens koud aanvoelt, terwijl de zon de woning enkele uren later opnieuw gratis opwarmt.

Daarom kan het in het begin van de herfst lonen om een verwarmingsketel nog wat langer in zomerstand te houden. Wanneer je merkt dat je woning tijdens de nacht te sterk afkoelt, kun je de verwarming op een lage temperatuur laten staan.

Een temperatuur van ongeveer 16 graden kan dan als ondergrens worden ingesteld. Komt er overdag voldoende warmte binnen door de zon, dan zal de verwarming vanzelf weinig of niet aanslaan. Meer praktische informatie hierover staat bij de energiebesparende maatregelen van Vlaanderen.

Eén graad kan al een verschil maken

Het loont om niet meteen naar 22 of 23 graden te gaan zodra de verwarming weer wordt aangezet. Verwarming is namelijk met afstand de grootste energieverbruiker in huis. In 2024 ging 71,3 procent van het huishoudelijke energieverbruik naar het verwarmen van de woning, blijkt uit cijfers over het energieverbruik van huishoudens.

Een kleine aanpassing van de thermostaat kan daardoor relatief veel verschil maken. Wie de thermostaat één graad lager zet, kan ongeveer 7 procent brandstof besparen. Een instelling van 20 graden overdag en 16 graden 's nachts wordt als een goede richtlijn beschouwd.

Dat betekent natuurlijk niet dat iedereen exact dezelfde temperatuur moet gebruiken. Oudere mensen, baby's of mensen die veel stilzitten kunnen bijvoorbeeld behoefte hebben aan een warmere kamer.

Niet iedere kamer hoeft even warm te zijn

Een andere fout is het hele huis op dezelfde temperatuur verwarmen. In een woonkamer is ongeveer 20 graden aangenaam, maar in een slaapkamer is dat meestal niet nodig. Daar wordt doorgaans 16 tot 18 graden aanbevolen.

Ook een gang, toilet of kamer die nauwelijks wordt gebruikt, hoeft niet voortdurend op 20 graden gehouden te worden. Thermostatische radiatorkranen kunnen helpen om de temperatuur per ruimte te regelen.

Let tegelijkertijd op met een woning helemaal te laten afkoelen. Zeker in slecht geventileerde ruimtes kan bij zeer lage temperaturen gemakkelijker condensatie ontstaan. Dagelijks ventileren blijft daarom belangrijk, ook wanneer je probeert energie te besparen.