Vermijd problemen: zéér belangrijke verkeersregel voor diabetespatiënten
Wie de diagnose diabetes krijgt, moet niet alleen nadenken over behandeling, voeding en opvolging. Ook het rijbewijs moet worden aangepast. In België geldt namelijk dat personen met diabetes binnen vier werkdagen na de diagnose een aangepast rijbewijs moeten aanvragen. Dat schrijft Domus Medica vzw, de grootste vereniging van en voor huisartsen in Vlaanderen en Brussel. Die verplichting geldt voor iedereen met diabetes, welk type diabetes of welke behandeling je ook hebt. Ook wie slechts een voorlopig rijbewijs heeft, valt onder deze regel.
Nagaan of iemand medisch geschikt is voor het verkeer
Europese en Belgische regels willen vooral nagaan of iemand medisch geschikt is om veilig aan het verkeer deel te nemen. Bij diabetes kunnen bloedglucosewaarden sterk schommelen, wat gevaarlijk kan zijn als je een voertuig bestuurt.
Een te lage bloedsuikerspiegel, ook wel een hypo genoemd, kan bijvoorbeeld klachten veroorzaken zoals beven, zweten, duizeligheid, hartkloppingen of concentratieproblemen. Dat kan de rijvaardigheid beïnvloeden.
Ook andere gevolgen van diabetes, zoals problemen met het gezichtsvermogen, zenuwschade of hart- en vaatproblemen, kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de rijgeschiktheid.
Bestuurders moeten langsgaan bij de huisarts of endocrinoloog
De aanvraag verloopt via een behandelend arts. Voor bestuurders met een gewoon rijbewijs kan de huisarts of endocrinoloog een rijgeschiktheidsattest invullen. Daarmee kan de bestuurder zich bij de gemeente aanmelden om het rijbewijs te laten aanpassen.
Het is belangrijk om niet alleen de eerste aanvraag te regelen, maar ook de geldigheidsduur van het aangepaste rijbewijs goed op te volgen. Voor gewone bestuurders moet het rijbewijs om de vijf jaar worden vernieuwd. Voor professionele bestuurders geldt een kortere termijn van drie jaar.
Naar CARA bij meer complexe situaties
Voor professionele bestuurders verloopt de procedure anders. De huisarts of endocrinoloog geeft een rijgeschiktheidsadvies, waarna de arbeidsgeneesheer de rijgeschiktheid beoordeelt en het nodige attest geeft.
Bij meer complexe medische situaties kan een doorverwijzing naar CARA, het rijgeschiktheidscentrum van Vias institute, nodig zijn. Daar zal een multidisciplinair onderzoek plaatsvinden voordat wordt beslist of iemand rijgeschikt is.
22% heeft geen aangepast rijbewijs
Toch is de regelgeving niet bij iedereen met diabetes bekend. Uit een online bevraging van de Diabetes Liga, Association du Diabète en Vias institute, blijkt dat 18% van de in totaal 1136 personen met diabetes die deelnamen, denkt dat diabetespatiënten geen aangepast rijbewijs nodig hebben.
27% denkt dat dat enkel nodig is bij specifieke typen diabetes of complicaties of wanneer je een bepaalde leeftijd hebt bereikt. 22% van de ondervraagden had geen aangepast rijbewijs.
Mogelijke juridische gevolgen
Rijden zonder aangepast rijbewijs kan juridische gevolgen hebben, omdat je in principe met een ongeldig rijbewijs rijdt. Wie niet in orde is met de rijgeschiktheidsregels, kan bij een ongeval bovendien problemen ondervinden met de verzekering, ook wanneer het ongeval niet rechtstreeks door de diabetes werd veroorzaakt.
Wie diabetes heeft, doet er volgens Diabetes Liga goed aan te praten met zijn of haar huisarts, endocrinoloog of diabeteseducator als je vragen of twijfels hebt. Het wordt ook aangeraden om je rijbewijs op tijd te checken, zodat je problemen kunt vermijden.
Blijvende sensibilisering is nodig
Ook tijdens het rijden blijven een goede voorbereiding en het voorkomen van een hypo belangrijk. 36% neemt altijd snelwerkende suikers mee in de auto, terwijl 25% frequent een pauze inlast en 18% frequent de bloedsuikerspiegel checkt.
"Rijden met diabetes is vandaag veiliger dan ooit dankzij betere behandelingen en technologie", zegt Aurélie Lampaert, de inhoudelijk directeur van Diabetes Liga. "Maar technologie vervangt de verantwoordelijkheid van de bestuurder niet."
"Het is wel hoopvol dat de overgrote meerderheid van personen met diabetes nu al voorzorgen neemt wanneer ze de weg op gaan. Toch tonen deze resultaten aan dat blijvende sensibilisering nodig is."