Johan Boskamp maakt de ultieme afrekening over RSC Anderlecht: “Nu besef ik dat”

Johan Boskamp
Afbeelding bron: Photonews

In een scherpe analyse blikt Johan Boskamp terug op zijn tijd bij RSC Anderlecht en uit hij zijn bezorgdheid over de koers die de club de afgelopen jaren heeft gevolgd.

Sinds de overname door Marc Coucke in 2017 heeft RSC Anderlecht geen enkele grote prijs meer gewonnen. Johan Boskamp, voormalig trainer en momenteel aan de slag als analist, stelt zich de vraag of de juiste verantwoordelijken wel ter verantwoording worden geroepen.

Hij benadrukt dat het probleem niet enkel bij Wouter Vandenhaute ligt, die de afgelopen vijf jaar voorzitter was. “Om een instituut als Anderlecht goed te kunnen leiden, moet je een feeling hebben met die club,” stelt Boskamp. Volgens hem ontbreekt die verbondenheid al jaren.

Komst Coucke

Boskamp verwijst naar een cruciaal moment waarop de club zes spelers van KV Oostende aantrok. Voor hem was dat een teken van een structureel probleem. Hij merkt op dat het doorschuiven van verantwoordelijkheid geen oplossing biedt. “In plaats van de zwarte piet elke keer door te schuiven naar een ander, zou Coucke beter eens in de spiegel kijken.”

De emotionele band die Boskamp met Anderlecht heeft opgebouwd, blijkt uit zijn herinneringen aan een periode die hij als bijzonder waardevol beschrijft. “Ik heb vijf fantastische jaren meegemaakt met die club,” zegt hij.

Ziel verloren

Die jaren waren volgens hem niet enkel professioneel verrijkend, maar ook persoonlijk betekenisvol. Hij spreekt over vriendschappen en herinneringen die een leven lang meegaan. Toch is zijn conclusie hard: de grootsheid van Anderlecht lag volgens hem niet in de structuur van de club, maar in de mensen die haar vormgaven.

Nu besef ik dat het vooral de verdienste was van de Vanden Stocks en Mister Michel,” aldus Boskamp. Sinds hun vertrek, stelt hij, is de ziel van de club verloren gegaan. Hoewel Boskamp zijn kritiek niet spaart, benadrukt hij dat hij respect heeft voor iedereen die zich inzet voor de club. Zijn opmerkingen zijn niet bedoeld als persoonlijke aanvallen, maar als een oproep tot reflectie.