Een contrast met de huidige renners: “Mijn generatie verdiende niet genoeg om te rentenieren”

Evenepoel en Pogacar
Afbeelding bron: Photonews

Johan Vansummeren moest in 2016 noodgedwongen stoppen met koersen na de vaststelling van een hartprobleem. De beslissing viel in een dokterskabinet en betekende het definitieve afscheid van het peloton. De impact op zijn privéleven was aanzienlijk.

Leegte na afscheid en zoektocht naar werk

De voormalige profrenner gaf aan dat hij het afscheid moeilijk kon verwerken. “In een dokterskabinet werd beslist dat ik geen coureur meer was. Ik kwam buiten en het was voorbij”, stelde hij in Het Nieuwsblad.

Zijn huwelijk liep stuk en hij had moeite om opnieuw aansluiting te vinden. De eerste keer dat hij een koers bijwoonde, bleef hij achter een omheining staan. “Huilend ben ik naar huis gereden”, vertelde hij. Pas toen hij aan de slag ging bij Mobiele Tandartsen, kon hij die periode achter zich laten.

Vansummeren reed vijftien jaar als prof en bouwde daarmee een beperkte financiële buffer op. Hij woont schuldenvrij en heeft een vaste baan. “Ik ben niet rijk, ik ben niet arm. Mijn huis is afbetaald en ik doe mijn job graag”, klonk het. In de beginfase na zijn carrière vond hij niet meteen werk. Hij overweegt nog steeds een terugkeer naar de koers, indien zich een geschikte functie aandient.

Financiële realiteit en sportieve herinneringen

Volgens Vansummeren was het loon in zijn generatie onvoldoende om te rentenieren. “Mijn generatie verdiende over het algemeen niet genoeg om te rentenieren”, stelde hij. Voor hem woog het sportieve zwaarder dan het financiële. De ervaring van het WK en de Olympische Spelen blijft voor hem onvervangbaar.

Hij benadrukte dat dergelijke momenten niet te koop zijn. “In Belgische trui aan de start van het WK staan, rondwandelen in het Olympisch dorp: die sensatie kunnen zelfs Elon Musk en Mark Zuckerberg met al hun miljarden niet kopen”, zei hij.

Vansummeren blijft actief buiten de wielersport, maar sluit een terugkeer niet uit. Zijn verhaal illustreert de financiële en mentale uitdagingen waarmee ex-profs geconfronteerd worden na hun actieve loopbaan.