Ferme discussie laait op na zege van Club Brugge tegen Antwerp

Club Brugge
Afbeelding bron: Photonews

Twee strafschoppen na een bal tegen de arm zorgen opnieuw voor discussie over de handsbalregel. Arnar Vidarsson pleit voor een terugkeer van het begrip ‘aangeschoten bal’ en vindt dat verdedigers hun natuurlijke beweging moeten kunnen behouden.

Twee strafschoppen, dezelfde discussie

De handsbalregel zorgt opnieuw voor frustratie in de Jupiler Pro League. Zowel OH Leuven als Antwerp kreeg afgelopen weekend een strafschop tegen na een bal die van dichtbij tegen een arm terechtkwam.

Bij OH Leuven was het bijzonder opvallend. Een vrije trap werd voorbij de tweede paal terug voor doel gebracht, waarna de bal op korte afstand tegen de arm van Oscar Gil belandde. Birger Verstraete uitte achteraf zijn onvrede over de beslissing.

Ook Antwerp kreeg een gelijkaardige strafschop tegen. Daar verhinderde Tsunashima met zijn positie dat het schot van Virgili richting doel kon gaan.

Vidarsson wil oude interpretatie terug

Volgens Arnar Vidarsson ligt het probleem vooral bij de manier waarop dergelijke fases tegenwoordig worden beoordeeld. De voormalige voetballer vindt dat beelden in superslowmotion een situatie soms veel ernstiger laten lijken dan ze tijdens de wedstrijd is.

“In superslowmotion is het allemaal veel erger dan het is. Ik mis interpretatie”, zegt Vidarsson tegenover Sporza.

Daarbij haalt hij een term uit het verleden opnieuw boven: de ‘aangeschoten bal’. Wanneer een verdediger van zeer dichtbij wordt geraakt en nauwelijks tijd heeft om te reageren, zou volgens Vidarsson opnieuw meer rekening moeten worden gehouden met die omstandigheden.

Armen achter de rug is geen oplossing

De discussie raakt ook aan de manier waarop verdedigers tegenwoordig leren verdedigen. Spelers proberen hun armen steeds vaker achter hun lichaam te houden om het risico op een handsbal te beperken.

“Verdedigers worden nu opgeleid om te verdedigen met hun armen achter hun rug. Maar dat gaat tegen alle logica in”, stelt Vidarsson.

Volgens hem beperkt die houding de natuurlijke beweging van een verdediger. Een speler die voortdurend moet nadenken over de positie van zijn armen, kan volgens Vidarsson minder vrij bewegen en verdedigen.

Voetbal mag geen hockey worden

Vidarsson beseft dat een perfecte handsbalregel moeilijk bestaat. Toch ziet hij liever opnieuw ruimte voor interpretatie dan een systeem waarbij elke aanraking automatisch zwaar doorweegt. “Ik zou graag teruggaan naar die aangeschoten bal. Dat was niet perfect, maar het zal nooit perfect zijn”, klinkt het.

Hij verwijst daarbij naar hockey, waar bepaalde overtredingen volgens hem veel duidelijker afgebakend zijn. Voetbal moet volgens Vidarsson echter zijn onvoorspelbaarheid en emotie behouden. De discussie over de ‘aangeschoten bal’ lijkt daarmee opnieuw helemaal terug van weggeweest.