Opvallende getuigenis over doping: “Ik geloof niet dat het wielrennen nu schoon is”

Afbeelding bron: Photonews

Voormalig topsprinter Marcel Kittel gaf in een gesprek met Domestique zijn visie op de dopingproblematiek in het wielrennen anno 2025. Hij gelooft niet dat de koers clean is.

Loopbaan en achtergrond

De Duitser, inmiddels 37 jaar, beëindigde zijn carrière op 31-jarige leeftijd na een mooie reeks successen. Hij boekte veertien ritoverwinningen in de Tour de France, vier in de Giro en één in de Vuelta. Twee seizoenen reed hij voor Quick-Step. Na zijn afscheid koos hij voor zijn gezin en bouwde een leven uit met zijn partner Tess von Piekartz en hun drie kinderen.

Hoewel hij al zes jaar gestopt is, bleef Kittel actief als analist en commentator. Vanuit die rol volgt hij de koers nauwgezet en geeft hij geregeld zijn zakelijke kijk op actuele thema’s. Het interview met Domestique bood hem de gelegenheid om in te gaan op recente dopinggevallen, waaronder de positieve test van Oier Lazkano.

Kittel herinnerde eraan dat hij prof werd in een periode waarin de grote dopingonthullingen al achter de rug waren. Hij benadrukte dat het systematische gebruik in de jaren negentig en daarna algemeen bekend was.

“Iedereen wist van het systematische dopinggebruik, zeker in de jaren 90 en daarna. Er waren fans die naar ons schreeuwden en spuugden”, vertelt hij. “Ik vroeg me af wat dit met míj te maken had. Het wielrennen verloor een been. Het is nodig om de spiegel voor te houden voor de renners van toen, maar ook die van nu.”

Twijfel

In zijn analyse liet Kittel weinig ruimte voor twijfel. “Ik geloof niet dat het wielrennen nu schoon is. Absoluut niet. Wie dat denkt, kijkt niet goed naar de realiteit.” Hij stelde dat er altijd individuen zullen zijn die proberen het systeem te omzeilen. Daarbij wees hij op de stijgende budgetten en de hoge lonen die renners tegenwoordig kunnen verdienen.

Kittel besloot met de vaststelling dat de verleiding voor sommigen groot blijft. “Ik zeg niet dat het wijdverspreid is, maar dat er renners zijn die een mogelijkheid zien. Niet om vals te spelen, maar om een beter leven te creëren voor zichzelf. Journalisten en fans hebben het recht om te twijfelen”, besloot hij.