Een superlekkere ovenschotel gemaakt van enkel restjes
Een paar bakjes in de koelkast lijken soms te weinig om nog iets mee te beginnen. Er liggen wat groenten, een schep puree en een stukje kaas dat telkens opnieuw naar achteren schuift. Apart krijg je er misschien niemand meer enthousiast voor. Samen kunnen ze verrassend goed uitpakken. Met de juiste combinatie zet je een warme maaltijd op tafel waarvoor je niets nieuws hoeft te kopen.
Van losse restjes naar een goudbruine ovenschotel
Een ovenschotel met overgebleven groenten, aardappelpuree en kaas is een eenvoudige manier om verschillende restjes samen te brengen. Een beetje overgebleven tomatensaus houdt de onderste laag smeuïg. De puree vormt een zachte bovenlaag en het laatste stukje kaas zorgt voor een goudbruin korstje. Zelfs een droog broodkorstje kan nog mee in de schaal.
Voor deze versie gebruik je uitsluitend wat al over is. Je hoeft dus geen verse eieren, room of nieuw pak gehakt te voorzien. De hoeveelheden hieronder zijn een richtlijn voor twee personen. De uiteindelijke porties hangen af van wat er precies in je koelkast ligt en hoeveel honger je hebt.
Deze restjes passen bij elkaar
Neem ongeveer 400 gram overgebleven aardappelpuree, 300 gram gare groenten, 150 gram tomatensaus en 40 tot 60 gram overgebleven kaas. Een droog sneetje brood of een broodkorstje is optioneel. Met bijvoorbeeld wortelen, broccoli en een restje courgette krijg je verschillende smaken en structuren in dezelfde schaal. Gebruik alleen ingrediënten die nog veilig te eten zijn en correct werden bewaard.
De groenten hoeven niet allemaal uit hetzelfde gerecht te komen. Gekookte wortelen kunnen prima naast geroosterde bloemkool of gebakken paprika. Let wel op de smaakmakers die er al bij zitten. Groenten met een uitgesproken zoete saus combineren minder vanzelfsprekend met tomatensaus en kaas. Een paar smaken die bij elkaar passen geven een beter resultaat dan alle bakjes zonder onderscheid samen te voegen.
Zo bouw je de ovenschotel op
Verwarm de oven voor op 200 graden, of ongeveer 180 graden bij hetelucht. Snijd grote stukken gare groenten kleiner, zodat je straks gemakkelijk een hap met verschillende ingrediënten kunt nemen. Laat groenten met veel aanhangend vocht eerst uitlekken. Anders kan er onder in de schaal een waterige laag ontstaan.
Meng de groenten met de overgebleven tomatensaus en verdeel alles over een kleine ovenschaal. Schep de puree erbovenop en strijk die voorzichtig uit met de achterkant van een lepel. Trek daarna met een vork enkele ondiepe groeven door de bovenkant. De uitstekende randjes krijgen tijdens het bakken wat meer kleur.
Rasp het stukje kaas of snijd het in dunne plakjes en verdeel het over de puree. Heb je ook nog droog, onbeschimmeld brood? Maak daarvan broodkruim en strooi het dun over de kaas. Zo krijgt ook dat restje een plaats in het gerecht, zonder dat je nog een verpakking paneermeel hoeft open te maken.
Een krokant korstje en een goed warme binnenkant
Zet de schaal ongeveer 25 tot 35 minuten in de oven. Die tijd is een richtlijn: een diepe schaal of ingrediënten die rechtstreeks uit de koelkast komen, kunnen langer nodig hebben. De ovenschotel moet ook in het midden door en door stomend heet zijn. Alleen gesmolten kaas bovenaan zegt niet genoeg over de temperatuur van de onderste laag.
Kleurt de bovenkant al sterk terwijl het midden nog niet voldoende warm is? Dek de schaal dan losjes af met aluminiumfolie en laat verder verwarmen. Serveer zodra de volledige schotel goed heet is. De combinatie van zachte puree, groenten in saus en een krokante bovenkant maakt van afzonderlijke overschotjes opnieuw een samenhangend gerecht.
Restjes verwerken verlengt de bewaartijd niet
Bij dit gerecht telt ook hoe de ingrediënten eerder werden bewaard. Laat bereide restjes binnen twee uur afkoelen en zet ze afgedekt in de koelkast op 4 graden. Gebruik gekoelde maaltijdrestjes binnen twee dagen. Door ze samen in een nieuwe ovenschotel te verwerken, begint die bewaartermijn niet opnieuw.
Gebruik voor deze bereiding geen maaltijdrestjes die al opnieuw werden opgewarmd. Maak liefst precies genoeg om meteen op te eten. Zo blijft het idee achter de schotel overeind: met bruikbare overschotjes een lekkere maaltijd maken, zonder opnieuw een rij halfvolle bakjes over te houden.