Wie gaat sociale zekerheid nog betalen als werken en ondernemen steeds minder loont?
België heeft geen gebrek aan belastinginkomsten, maar kampt wel met een structureel probleem aan de uitgavenkant en een tekort aan mensen die effectief bijdragen aan de economie. Toch klinkt bij Conner Rousseau Conner Rousseau is een politicus bij de partij Vooruit en een bekende Vlaming.
Conner Rousseau


België behoort tot de zwaarst belaste landen van Europa
De Belgische belastingdruk behoort tot de hoogste van Europa. Dat blijkt nogmaals uit de recentste cijfers van Eurostat, gepubliceerd op 29 oktober 2026. In 2025 bedroegen de belastingen en sociale bijdragen samen 44,7 procent van het Belgische bruto binnenlands product. Alleen Frankrijk deed het met 46 procent nog hoger. Het Europese gemiddelde bedroeg 40,7 procent.
Wie kijkt naar de belastingdruk op arbeid, ziet ook hoe zwaar België scoort. Volgens de OESO bedroeg de zogenaamde tax wedge voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon in 2025 maar liefst 52,5 procent van de totale loonkosten. Daarmee staat België bovenaan de internationale vergelijking.
En toch blijven de begrotingstekorten oplopen. Dat roept een fundamentele vraag op: is het werkelijk verstandig om telkens opnieuw naar extra belastingen te grijpen, of moet de overheid eerst toch maar eens kritisch kijken naar haar uitgaven en naar het aantal mensen dat financieel bijdraagt aan het systeem?
Econoom Geert Noels verwoordde zijn kritiek op de verdeling van de belastingdruk bijzonder scherp. "25% van de Belgische bevolking betaalt bijna 70% van de belastingen. 50% betaalt 7% van de belastingen. En dat is zonder allerhande andere voordelen die de overheid creëerde voor die laatsten", stelt hij op X.
Volgens Noels is het daarom intellectueel oneerlijk om te blijven spreken over een te geringe bijdrage van de sterkste schouders. "De sterkste schouders betalen nu al quasi alles in dit land."
Meer dan 500.000 extra werkenden nodig
Een belangrijk deel van de oplossing ligt op de arbeidsmarkt. België heeft immers relatief weinig mensen aan het werk in vergelijking met de ambities van de regering. De doelstelling is een werkzaamheidsgraad van 80 procent, maar in 2025 bleef die steken op 72,8 procent. Dat betekent dat er ruim 500.000 extra mensen aan het werk moeten om de doelstelling te halen.
De regionale verschillen zijn bovendien bijzonder groot. In Vlaanderen bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2025 77,3 procent, tegenover 67,9 procent in Wallonië en amper 63,9 procent in Brussel.
Ook de tewerkstelling van mensen met een niet-EU-nationaliteit verdient aandacht. Een rapport van UGent stelt dat de werkzaamheidsgraad van personen met een niet-EU-migratieachtergrond in België 51,6 procent bedraagt, tegenover 65 procent gemiddeld in de Europese Unie. Dat betekent dat bijna de helft van deze bevolkingsgroep niet aan het werk is.
Geert Noels wijst op hetzelfde structurele probleem: "Er zijn te weinig actieven, en we moeten meer sterke schouders vormen. Minder belasten helpt daarbij."
Het gespin rond de te geringe bijdrage “van de sterkste schouders” is pure intellectuele oneerlijkheid. De sterkste schouders betalen nu al quasi alles in dit land. Er zijn te weinig actieven, en we moeten meer sterke schouders vormen. Minder belasten helpt daarbij.
— Geert Noels (@GeertNoels) November 2, 2026
Langdurige ziekte en sociale zekerheid vragen om hervormingen
Een ander belangrijk aandachtspunt is het stijgende aantal langdurig zieken. In 2025 ontvingen in België meer dan 576.000 werknemers en zelfstandigen al langer dan een jaar een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat is een zware kost voor de sociale zekerheid.
Natuurlijk kan niet iedereen opnieuw aan het werk. Wie ernstig ziek is of medisch niet in staat is om te werken, moet kunnen rekenen op bescherming. Maar tegelijk moet de overheid veel sterker inzetten op preventie, begeleiding, aangepaste jobs en re-integratie waar dat medisch mogelijk is. Het huidige systeem moet mensen beschermen die niet kunnen werken, maar mag de terugkeer naar werk evenmin onnodig bemoeilijken.
Extra belastingen dreigen economische groei af te remmen
Vooruit wil tijdens de begrotingsonderhandelingen 1,5 miljard euro aan bijkomende inkomsten bij de sterkste schouders halen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar hogere belastingen op meerwaarden en beursverrichtingen.
Maar extra belastingen hebben ook mogelijke neveneffecten. Wie sparen, beleggen en ondernemen minder aantrekkelijk maakt, riskeert investeringen en economische activiteit af te remmen. Ondernemers kunnen hun plannen uitstellen, investeerders kunnen andere markten verkiezen en werknemers kunnen minder gemotiveerd raken om extra inspanningen te leveren wanneer daar netto steeds minder tegenover staat.
De economische vooruitzichten maken die discussie des te relevanter. De Europese Commissie verwachtte in haar voorjaarsprognose van 2026 een Belgische economische groei van amper 0,7 procent voor dat jaar. De begroting blijft ondertussen zwaar onder druk staan, met een geraamd tekort van 5,2 procent van het bbp.
Dat betekent niet dat iedere belastingverhoging automatisch tot minder groei leidt. Wel moet elke bijkomende heffing worden afgewogen tegen de mogelijke gevolgen voor investeringen, ondernemerschap en werkgelegenheid. Een economie die nauwelijks groeit, kan haar sociale zekerheid immers moeilijk duurzaam financieren wanneer de groep die de rekening betaalt niet mee groeit.
De sterkste schouders nog zwaarder belasten: hoe eerlijk is dat?
De vraag is uiteindelijk wat een eerlijke bijdrage betekent. Wanneer Geert Noels stelt dat een kwart van de Belgen bijna 70 procent van de belastingen betaalt, verdient zijn kritiek op de verdeling van de fiscale lasten een ernstig debat. Kan je als Vooruit pleiten voor nog meer belastingen en die in deze context nog als 'eerlijke bijdrage' benoemen?
Het uitgangspunt voor de regering-De Wever zou daarom niet moeten zijn hoe de overheid bijkomende inkomsten kan ophalen. Op dit moment is belangrijker hoe ze meer mensen aan het werk krijgt, langdurige inactiviteit terugdringt, ondernemerschap stimuleert en de groeiende uitgaven onder controle houdt.
Een sociale zekerheid die betaalbaar moet blijven, heeft immers voldoende mensen nodig die eraan bijdragen. Dat lukt niet door dezelfde groep werkenden en ondernemers telkens opnieuw een groter deel van de rekening te presenteren. De uitdaging is om meer mensen de kans en de stimulans te geven om bij te dragen aan de welvaart. Want uiteindelijk kan een land zijn sociale bescherming alleen in stand houden wanneer het ook voldoende economische welvaart creëert.