Worden dienstencheques opnieuw duurder?
De Belgische dienstenchequesector staat opnieuw in het middelpunt van het debat. Econoom Gert Peersman (UGent) stelt in Het Laatste Nieuws dat de overheid hier mogelijk te veel geld uitgeeft. “Wij betalen 10 euro om iemand een uur te laten poetsen of strijken. De werkelijke kostprijs is 30 euro. De overheid legt dus twee derde bij. Is het logisch dat de overheid dat betaalt, zeker nu, in tijden van krapte?”, vraagt Peersman zich af. Moeten de subsidies voor dienstencheques behouden blijven of is het tijd om te besparen?
De dienstenchequesector in cijfers
In 2024 was de sector goed voor 1,56 miljard euro aan overheidssubsidies. Via het systeem betalen consumenten slechts 10 euro per dienstencheque, terwijl de effectieve kostprijs rond de 30 euro per uur ligt. De overheid neemt dus het grootste deel van de rekening voor haar rekening, zo duidt Peersman de cijfers.
Het systeem werd ooit ingevoerd om zwartwerk tegen te gaan, laaggeschoolden aan werk te helpen en huishoudelijke hulp betaalbaar te maken voor gezinnen. Vandaag werken er duizenden mensen via dienstencheques in België, waarvan het merendeel vrouwen.
Argumenten om de subsidies te behouden
Er zijn sterke economische en sociale redenen om de overheidssteun voor dienstencheques te behouden. Ten eerste zorgt het systeem voor duizenden banen, vooral voor mensen die moeilijker toegang hebben tot de reguliere arbeidsmarkt. Zonder subsidies dreigt een groot deel van die jobs te verdwijnen, wat een stijging van de werkloosheid zou veroorzaken.
Daarnaast speelt het systeem een belangrijke rol in de strijd tegen zwartwerk. Voor de invoering van de dienstencheques gebeurden veel poets- en strijkactiviteiten in het zwart.
Dankzij de subsidiëring kunnen gezinnen op een legale, betaalbare manier huishoudhulp inschakelen, wat niet alleen zorgt voor meer fiscale transparantie, maar ook voor betere sociale bescherming van werknemers (zoals pensioenrechten en ziekteverzekering).
Ook werkende gezinnen en ouderen profiteren van het systeem. Betaalbare huishoudhulp zorgt ervoor dat gezinnen werk en zorg beter kunnen combineren, terwijl ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. De maatschappelijke meerwaarde van het systeem is dus breder dan enkel economisch.
Redenen om de subsidies te verminderen
Tegenstanders van het huidige niveau van subsidiëring, zoals Gert Peersman, wijzen op de hoge kostprijs voor de overheid. In tijden van budgettaire krapte en stijgende vergrijzingskosten is het volgens hen moeilijk te verantwoorden dat de overheid 20 euro per gewerkt uur bijlegt.
Bovendien is de vraag of het systeem nog echt bereikt waarvoor het in het leven werd geroepen. Oorspronkelijk bedoeld voor gezinnen met lagere inkomens, wordt het nu ook massaal gebruikt door hogere inkomensgroepen die perfect in staat zijn de werkelijke prijs te betalen.
Peersman stelt daarom de vraag of het nog logisch is dat de overheid subsidieert, zeker als dat betekent dat er elders moet worden bespaard op pensioenen, onderwijs of gezondheidszorg.
Evenwicht zoeken tussen sociale bescherming en efficiëntie
Het debat draait dus niet alleen om cijfers, maar ook om maatschappelijke keuzes. Enerzijds creëren de dienstencheques werkgelegenheid en sociale bescherming voor een kwetsbare groep. Anderzijds legt het systeem een zware last op de begroting, en komt het voordeel niet altijd terecht bij wie het het meest nodig heeft.
Een hervorming lijkt dan ook realistischer dan een volledige afschaffing. Denk aan inkomensafhankelijke subsidies, waarbij gezinnen met lagere inkomens meer steun krijgen, of aan beperkingen in het aantal cheques per persoon om misbruik te vermijden. Zo kan de overheid de sociale doelstellingen behouden en toch besparen of alvast zorgen dat de kosten niet ontsporen.
Wat betekent dit voor de consument?
Voor gezinnen die regelmatig gebruikmaken van dienstencheques, zou een besparing of hervorming rechtstreeks voelbaar zijn. Een stijging van de prijs per cheque, bijvoorbeeld van 10 naar 12 of 15 euro, zou het systeem minder aantrekkelijk maken.
Tegelijk zou het de vraag kunnen doen dalen, wat opnieuw gevolgen heeft voor de tewerkstelling in de sector. Econoom Gert Peersman opent alvast opnieuw de discussie over de dienstencheques.