In de 90's openden we een pakje chips niet om het op te eten maar wel om een andere reden
Een zak chips openmaken was in de jaren negentig soms spannender dan de chips zelf opeten. Je hoopte iets te vinden dat je nog niet had. Op school kon zo’n kleine vondst vervolgens een heel gesprek op gang brengen. Er werd vergeleken, onderhandeld en soms stevig gebaald. Herken je dat gevoel nog, dan brengt deze herinnering je waarschijnlijk meteen terug naar de speelplaats.
Toen een zak chips ook een verrassing bevatte
Het begon hier in 1995, toen de flippo’s hun intrede deden. Chipszakken van Smiths bevatten kleine schijfjes met afbeeldingen van stripfiguren. Vooral de personages uit Looney Tunes maakten deel uit van die herkenbare wereld. Een eenvoudig extraatje bij een snack groeide uit tot een rage waarbij kinderen verzamelden, ruilden en spelletjes bedachten.
De aantrekkingskracht zat in het verzamelen. Een nieuw exemplaar betekende dat je collectie weer wat groeide. Een dubbele flippo was minder spannend bij het openmaken, maar kon later nog goed van pas komen. Je kon hem immers ruilen voor een afbeelding die je zelf miste. De flipporage uit de jaren negentig draaide daardoor om veel meer dan alleen chips eten.
Een map die steeds voller moest worden
Voor verzamelaars waren er speciale albums waarin de schijfjes een plaats kregen. Zo werd je verzameling iets waar je doorheen kon bladeren. De afbeeldingen lagen niet meer los door elkaar: je kon ze bekijken, vergelijken en laten zien. Toch verzamelde niet ieder kind op dezelfde manier. Sommigen wilden zoveel mogelijk exemplaren, anderen hielden vooral de plaatjes bij die ze mooi vonden.
Een bewaard flippoalbum uit 1995 tot 1997 laat zien hoe verschillend die herinneringen kunnen zijn. Bij de verzameling horen de verhalen van twee kinderen uit hetzelfde gezin. De zoon spoorde zijn ouders aan om meer chips te eten en vulde een album. Zijn zus koos vooral mooie exemplaren en gebruikte geen map. Ook zonder complete collectie kon je dus plezier hebben aan de schijfjes.
Op de speelplaats kon je verzameling veranderen
Ruilen was niet de enige manier om aan extra flippo’s te komen. Je kon er ook om spelen. Daarbij werd een stapel gemaakt waarop spelers om de beurt mikten met een werpschijf, vaak een zapper genoemd. Het verzamelen kreeg zo een spannend vervolg: je bracht schijfjes mee, maar liep het risico dat je met minder terug naar de klas ging.
Niet iedere verzamelaar deed daaraan mee. Een zorgvuldig opgebouwde collectie bewaren was iets anders dan je exemplaren inzetten tijdens een spel. Juist die combinatie van sparen en spelen maakte de hype bijzonder. Hetzelfde schijfje kon voor het ene kind een ontbrekend plaatje zijn en voor het andere een inzet bij de volgende uitdaging.
Chips kopen voor wat erbij zat
De flippo’s veranderden ook de reden waarom sommige kinderen een bepaalde zak chips wilden. Het extraatje werd het doel van de aankoop. De speelgoedhypes van de jaren negentig laten zien hoe fabrikanten inspeelden op de wens om te verzamelen en mee te doen. Bij flippo’s waren er zelfs kinderen die chips uitsluitend voor de schijfjes kochten.
Daar kwam kritiek op, omdat speelgoed zo werd gekoppeld aan ongezonde voeding. Maar in de herinnering aan de rage zitten ook de kleine, herkenbare momenten: een nieuw plaatje ontdekken, je dubbele exemplaren bekijken en iemand vinden die precies wilde ruilen wat jij nog zocht. Een zak chips was leeg na het eten. Met het schijfje dat erin zat, kon je nog dagen bezig zijn.