Virus duikt op in België en kan ook mensen treffen: vaccin is er niet
Een virus dat vooral met warmere delen van de wereld wordt geassocieerd, zorgt nu ook in België voor toenemende aandacht. Een recente gebeurtenis maakt duidelijk dat waakzaamheid tijdens het muggenseizoen belangrijk kan zijn. Gezondheidsdiensten houden de situatie daarom nauwlettend in de gaten. Ook voor mensen roept de aanwezigheid van het virus enkele belangrijke vragen op. Vooral de manier waarop een besmetting kan ontstaan en welke gevolgen die kan hebben, verdient aandacht.
Het westnijlvirus duikt steeds nadrukkelijker op in onze omgeving. Voor het eerst is in België een paard geëuthanaseerd nadat het dier besmet raakte met het virus. De ontwikkeling krijgt extra aandacht omdat niet alleen dieren vatbaar zijn voor een infectie. Ook mensen kunnen na een muggenbeet ziek worden. De kans daarop blijft in ons land voorlopig klein, maar gezondheidsdiensten houden de situatie nauwlettend in de gaten.
Eerste paard geëuthanaseerd in België
De vaststelling bij het paard is opvallend omdat het westnijlvirus lange tijd vooral werd geassocieerd met warmere gebieden. Het virus circuleert intussen al langer in delen van Europa. In België werden in 2025 voor het eerst besmettingen aangetroffen bij kraaiachtigen in de regio Mechelen-Halle.
Paarden behoren samen met mensen tot de zoogdieren die ziek kunnen worden na een besmetting. De meeste geïnfecteerde paarden vertonen geen of slechts beperkte ziekteverschijnselen. Bij sommige dieren kunnen echter neurologische problemen ontstaan, zoals coördinatiestoornissen of verlamming. In zeer ernstige situaties kan een paard overlijden of kan euthanasie noodzakelijk zijn.
Paarden kunnen tegen het westnijlvirus worden gevaccineerd. Voor mensen bestaat momenteel geen vaccin.
Sciensano houdt rekening met besmettingen bij mensen
In België zijn voorlopig geen lokaal opgelopen besmettingen bij mensen vastgesteld. Dat betekent niet dat gezondheidsdiensten ervan uitgaan dat dit zo zal blijven.
"We kunnen dat niet uitsluiten, al blijft het risico laag. In mei, aan het begin van het muggenseizoen, werd voor het eerst aan onder anderen neurologen, infectiologen en spoedartsen gevraagd om alert te zijn", zegt Tinne Lernout van Sciensano aan Het Nieuwsblad.
Vooral ouderen en mensen met een verminderde immuniteit hebben een grotere kans om ernstige klachten te ontwikkelen. Een specifieke behandeling tegen het virus bestaat niet. Bij ziekte richt de medische behandeling zich daarom voornamelijk op het verlichten van klachten en, bij ernstige gevallen, ondersteunende zorg.
Hoe kan een mens het westnijlvirus krijgen?
Besmetting gebeurt in de meeste gevallen door een steek van een geïnfecteerde mug. Vogels spelen daarbij een belangrijke rol. Een mug raakt besmet wanneer ze bloed zuigt bij een vogel die het virus draagt. De geïnfecteerde mug kan het virus vervolgens bij een volgende beet overdragen op een mens of paard.
Vooral muggen van het geslacht Culex zijn belangrijk bij de verspreiding. Ook de gewone huissteekmug, die in onze regio voorkomt, behoort tot die groep.
Mensen krijgen het virus dus niet doordat ze gewoon in de buurt van een besmet paard komen. Mensen en paarden worden beschouwd als zogenoemde eindgastheren. Er zit doorgaans onvoldoende virus in hun bloed om een nieuwe mug effectief te besmetten en zo de cyclus verder te zetten.
In uitzonderlijke omstandigheden is overdracht via een bloedtransfusie, orgaantransplantatie of van moeder op kind beschreven. Gewoon sociaal contact met een besmet persoon zorgt niet voor overdracht.
Meeste mensen merken helemaal niets
Een besmetting betekent bovendien niet automatisch dat iemand ziek wordt. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geeft aan dat ongeveer 80 procent van de geïnfecteerde mensen geen symptomen ontwikkelt.
Bij ongeveer 20 procent ontstaan wel klachten. Koorts, hoofdpijn, vermoeidheid, spier- en lichaamspijn, misselijkheid en braken behoren tot de mogelijke symptomen. Sommige patiënten krijgen huiduitslag of gezwollen lymfeklieren. De incubatietijd bedraagt doorgaans twee tot veertien dagen.
Een klein deel van de patiënten wordt ernstig ziek. Naar schatting ongeveer één op de 150 besmette personen ontwikkelt een ernstige aantasting van het zenuwstelsel. Het kan dan onder meer gaan om een hersenontsteking of hersenvliesontsteking.
Hoge koorts, ernstige hoofdpijn, een stijve nek, verwardheid, spierzwakte, trillingen, stuipen en verlamming kunnen bij zo'n ernstige vorm optreden. Ouderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem vormen de belangrijkste risicogroepen.
Al veel menselijke besmettingen in Europa
Menselijke infecties met het westnijlvirus zijn wereldwijd allesbehalve nieuw. Het virus werd in 1937 voor het eerst geïsoleerd bij een vrouw in het West-Nijldistrict in Oeganda. Inmiddels komt het voor in onder meer Afrika, Europa, het Midden-Oosten, Noord-Amerika en delen van Azië.
Ook in Europa worden ieder jaar menselijke besmettingen geregistreerd. Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) registreerde in 2025 in Europa 1.112 lokaal opgelopen menselijke besmettingen in veertien landen. Daarbij werden 97 overlijdens gemeld. Italië werd dat jaar bijzonder zwaar getroffen met 779 bevestigde gevallen.
Ook in 2026 zijn alweer infecties vastgesteld. Tot en met 22 juli registreerde het ECDC 81 lokaal opgelopen menselijke gevallen in zes Europese landen. Italië telde er 46, Griekenland 21, Noord-Macedonië en Roemenië elk vijf, Spanje drie en Frankrijk één.
Dat er in Europa menselijke besmettingen voorkomen, staat dus vast. De aandacht gaat in België vooral naar de vraag of en wanneer het virus ook hier via lokale muggen op mensen wordt overgedragen.
Muggenbeten vermijden blijft belangrijkste bescherming
Omdat er voor mensen geen vaccin beschikbaar is, draait preventie vooral om het vermijden van muggenbeten. Het gebruik van een geschikt muggenwerend middel, bedekkende kleding en horren kan daarbij helpen. Stilstaand water rond woningen verwijderen is eveneens nuttig, omdat muggen dergelijke plaatsen gebruiken om zich voort te planten.
Paniek is op basis van de huidige situatie niet aan de orde. De euthanasie van het besmette paard maakt wel duidelijk dat het westnijlvirus aanwezig is en dat waakzaamheid tijdens het muggenseizoen belangrijker wordt.