Je kan vanaf 2027 toeslag krijgen om minder te werken
Gezondheidsproblemen kunnen ervoor zorgen dat voltijds werken tijdelijk niet meer haalbaar is. Toch betekent dat niet automatisch dat iemand helemaal moet stoppen met werken. Vanaf volgend jaar wil de federale regering experimenteren met een nieuwe aanpak voor werknemers die in zo'n situatie terechtkomen. Daarbij moet het mogelijk worden om herstel en werken beter met elkaar te combineren. Het proefproject kan daardoor voor heel wat werknemers een belangrijk verschil maken.
Werknemers met gezondheidsproblemen staan vandaag soms voor een moeilijke keuze. Minder werken om te herstellen kan financieel zwaar doorwegen, terwijl volledig uitvallen de afstand tot de werkvloer snel groter maakt. Vanaf 2027 moet een nieuw systeem daar verandering in proberen te brengen. Een proefproject moet onderzoeken of werknemers langer actief kunnen blijven door werk en herstel beter op elkaar af te stemmen. Het wettelijke kader wordt na het zomerreces voorgelegd aan de Kamer.
Minder werken zonder volledig arbeidsongeschikt te worden
Op 1 januari 2027 moet een proefproject met de arbeidsparticipatietoeslag, kortweg APT, van start gaan. Het voorstel komt van cd&v-Kamerlid Nahima Lanjri en richt zich op werknemers die door medische klachten tijdelijk niet meer hun volledige arbeidsregime aankunnen, maar wel nog gedeeltelijk kunnen werken. Dat laat de minister zelf weten in een persbericht aan onze redactie.
Het uitgangspunt verschilt van de huidige situatie. Een werknemer moet nu in veel gevallen eerst volledig arbeidsongeschikt worden voordat een uitkering in beeld komt. Met de APT zou het bijvoorbeeld mogelijk worden om tijdelijk vier vijfde te werken en voor een deel van de verloren inkomsten een tegemoetkoming te ontvangen.
"Wat als die nog perfect in staat is om 4/5e te werken? Dan moet dat kunnen en ook financieel aantrekkelijker zijn dan volledig uit te vallen", zegt Lanjri. De toeslag moet daarmee een tussenstap creëren voor mensen die nog kunnen werken, maar tijdelijk nood hebben aan een aangepast ritme.
Onder meer bedoeld voor mensen met artrose of MS
De maatregel kan bijvoorbeeld relevant zijn voor werknemers met artrose, MS of andere gezondheidsproblemen die het moeilijk maken om voltijds aan de slag te blijven. Zij zouden een financiële tegemoetkoming kunnen krijgen voor een gedeelte van de uren die ze tijdelijk niet presteren.
Het doel is tweeledig. De werknemer krijgt meer ruimte om te herstellen zonder meteen de volledige band met het werk te verliezen. Voor werkgevers kan het betekenen dat een medewerker gedeeltelijk actief blijft en de stap naar een volledige werkhervatting later kleiner wordt.
Lanjri lanceerde het idee al tijdens de vorige legislatuur. In oktober 2025 diende ze een resolutie in om de arbeidsparticipatietoeslag mogelijk te maken. De maatregel kreeg ondertussen een plaats in de meerjarenbegroting 2026-2029. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke
Volledige uitval voorkomen
Een belangrijk verschil met heel wat bestaande maatregelen is dat de APT al moet kunnen ingrijpen voordat iemand langdurig arbeidsongeschikt wordt. De redenering is dat voorkomen van volledige uitval gemakkelijker kan zijn dan iemand na maanden of jaren opnieuw naar de arbeidsmarkt begeleiden.
"We moeten mensen aan boord houden in plaats van ze uit het water te vissen", omschrijft Lanjri de achterliggende gedachte. Ze wil dat het beleid sterker inzet op preventie, participatie en aangepast werk.
Langdurige afwezigheid kan de terugkeer naar de werkvloer immers bemoeilijken. Met een tijdelijk lager arbeidsritme zou een werknemer actief kunnen blijven tijdens het herstel en tegelijk zijn of haar professionele contacten behouden.
Ook medische en preventieve begeleiding
De financiële tegemoetkoming is niet het enige onderdeel dat wordt onderzocht. Lanjri vroeg Vandenbroucke om te bekijken of werknemers binnen het proefproject ook gerichte begeleiding kunnen krijgen.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar bestaande programma's die vandaag pas beschikbaar zijn nadat iemand is uitgevallen. Een voorbeeld is het traject voor lage rugpijn van het Federaal agentschap voor beroepsrisico's, Fedris. Dat programma helpt werknemers met lage rugklachten bij hun herstel.
Lanjri wil dergelijke ondersteuning eerder kunnen inzetten. "Zo'n traject wordt vandaag enkel aangeboden aan wie al uit is gevallen: dat moet voortaan ook kunnen voor mensen die nog werken, maar dreigen uit te vallen, zodat de uitval vermeden kan worden", zegt ze.
De combinatie van tijdelijk minder werken, een gedeeltelijke financiële compensatie en individuele begeleiding moet ervoor zorgen dat medische problemen minder snel uitmonden in langdurige arbeidsongeschiktheid.
RIZIV moet doelgroep nog bepalen
Vandenbroucke heeft de RIZIV-werkgroep gevraagd om te onderzoeken hoe gerichte begeleiding in het pilootproject kan worden opgenomen. Ook de precieze groep werknemers die voor de APT in aanmerking zal komen, moet nog worden afgebakend.
Dat betekent dat nog niet iedere praktische voorwaarde vastligt. De start van het proefproject is voorzien voor 1 januari 2027, maar eerst moet er een wettelijk kader komen. Dat wordt na het zomerreces aan de Kamer voorgelegd.
Pas nadat de doelgroep en concrete voorwaarden zijn vastgelegd en het parlementaire traject is afgerond, zal duidelijk worden welke werknemers daadwerkelijk een beroep kunnen doen op de nieuwe toeslag en hoeveel financiële ondersteuning eraan verbonden wordt.
"Wie nog kan werken, moet die kans ook krijgen", besluit Lanjri. Het proefproject moet uiteindelijk aantonen of die aanpak werknemers daadwerkelijk langer aan het werk kan houden en langdurige uitval kan helpen voorkomen.