Interview. Autokeuring verandert vanaf 1 september: expert wijst op opvallend voordeel

Autokeuring
Afbeelding bron: Photonews

Vanaf 1 september 2026 veranderen de regels rond de technische autokeuring in België. Voor personenwagens ouder dan vier jaar wordt de keuringsperiode verlengd tot twee jaar. De hervorming moet automobilisten meer tijd geven en de administratie verlichten, maar roept ook vragen op over de verkeersveiligheid. Volgens Stefan Bornauw, netwerkhoofd van Qualitygarage België, blijft vooral één zaak belangrijk: bestuurders zullen zelf meer aandacht moeten hebben voor de technische staat van hun wagen.

Personenwagens vanaf september om de twee jaar naar de keuring

De hervorming van de technische keuring brengt vanaf 1 september 2026 een belangrijke verandering voor automobilisten. Personenwagens ouder dan vier jaar zullen voortaan nog maar om de twee jaar naar de technische keuring moeten. Ook voor bestelwagens en lichte vrachtvoertuigen verandert de regeling. Daar wordt tussen 2026 en 2028 geleidelijk overgeschakeld van een jaarlijkse naar een tweejaarlijkse keuring.

Leidt een langere keuringsperiode tot meer risico?

Voor automobilisten betekent dat minder vaak een afspraak bij het keuringsstation. Maar tegelijk wordt de periode waarin een voertuig zonder nieuwe officiële controle op de weg mag, langer. De vraag is dan ook of de verkeersveiligheid hierdoor niet in het gedrang kan komen. Stefan Bornauw, verantwoordelijk voor het netwerk van Qualitygarage in België, verwacht dat het veiligheidsrisico door de verlenging beperkt blijft, vertelt hij bij Redactie24.

“Er is altijd een risico om met je wagen in panne te vallen, ook indien je om het jaar naar de keuring gaat. Dat risico zal niet ineens verdubbelen of verdriedubbelen door van één jaar naar twee jaar te gaan.” Volgens Bornauw is het dus niet zo dat een verdubbeling van de keuringsperiode automatisch betekent dat een voertuig dubbel zoveel risico vormt. “De kans dat je een echt groot veiligheidsrisico creëert door die verlenging van één jaar naar twee jaar is relatief beperkt.”

Bestuurder krijgt meer verantwoordelijkheid

Daarbij maakt hij wel een belangrijke kanttekening: een technische keuring ontslaat een bestuurder nooit van de verantwoordelijkheid om zijn wagen goed te onderhouden Omdat een auto straks langer zonder technische keuring kan rijden, wordt regelmatig onderhoud volgens Bornauw alleen maar belangrijker.

“Maar er is altijd een bepaald veiligheidsrisico en er is natuurlijk ook altijd verantwoordelijkheid van de bestuurder zelf van een voertuig om ervoor te zorgen dat zijn voertuig in goede staat is.” Denk daarbij onder meer aan banden, remmen, verlichting, ruitenwissers en vloeistofniveaus. Problemen met dergelijke onderdelen ontstaan immers ook tussen twee keuringsmomenten.

Bewustmaking rond autoveiligheid is toegenomen

Volgens Bornauw is er de voorbije jaren bovendien een grotere bewustwording ontstaan bij automobilisten over de technische staat van hun voertuig. “We zien ook dat de bewustmaking van bestuurders rondom veiligheid van hun auto gegroeid is de afgelopen jaren.” Hij verwijst daarbij onder meer naar veranderingen in het rijexamen. 

Kandidaten moeten vandaag ook bepaalde praktische kennis over hun voertuig kunnen aantonen. Die kennis kan volgens Bornauw helpen om automobilisten bewuster te maken van de verantwoordelijkheid die ze zelf dragen zodra ze met een voertuig de weg op gaan.

Rode kaart blijft langer geldig

Naast de langere keuringsperiode voor bepaalde voertuigen verandert vanaf 1 september ook de geldigheidsduur van een rode kaart bij een groot gebrek. Die geldigheid wordt verlengd van vijftien dagen naar twee maanden. Een bestuurder krijgt daardoor aanzienlijk meer tijd om het voertuig te laten herstellen en opnieuw aan te bieden voor controle.

Bornauw noemt die wijziging positief. “Dat vind ik op zich wel een positieve evolutie.” Volgens de expert biedt de langere termijn vooral praktische voordelen voor automobilisten. Wie na de keuring met een groot gebrek wordt geconfronteerd, krijgt immers meer tijd om een garage te vinden, een afspraak vast te leggen en eventueel prijzen te vergelijken.

Meer tijd om een garage en prijs te vergelijken

De verlenging van vijftien dagen naar twee maanden kan volgens Bornauw ook financieel interessant zijn voor consumenten. “Het laat de consument vooral toe om meer uit te kijken naar alternatieven en prijzen te vergelijken.” Dat kan belangrijk zijn wanneer een herstelling onverwacht duur uitvalt. De bestuurder heeft meer tijd om verschillende garages te contacteren en een offerte te vragen, zonder dat de termijn van vijftien dagen meteen begint te knellen. 

Vijftien dagen is soms te kort voor een herstelling

Garages hebben immers niet altijd onmiddellijk ruimte in hun planning. Zeker wanneer een wagen een grotere herstelling nodig heeft, kan het lastig zijn om die binnen twee weken volledig te laten uitvoeren. “We zien toch dat heel veel garages een behoorlijk gevulde planning hebben waarbij vijftien dagen soms wel echt nipt is om tijdig die herstelling gedaan te krijgen.” De nieuwe termijn van twee maanden geeft daardoor zowel de automobilist als de garage meer ademruimte.

Hervorming maakt onderhoud niet minder belangrijk

De langere keuringsperiode betekent volgens Bornauw dus niet dat automobilisten hun wagen minder moeten laten controleren of onderhouden. Integendeel: wie slechts om de twee jaar officieel naar de keuring moet, zal zelf alert moeten blijven voor technische problemen die zich tussendoor kunnen voordoen.