Yves Vanderhaeghe voelt zich gepasseerd en heeft duidelijke boodschap voor Belgische clubs

Yves Vanderhaeghe.jpg
Afbeelding bron: Photonews

Yves Vanderhaeghe is momenteel aan de slag bij Francs Borains, maar droomt nog altijd van een terugkeer naar het hoogste niveau. De trainer heeft met passages bij KV Kortrijk, KV Oostende, KAA Gent en Cercle Brugge heel wat ervaring in het Belgische voetbal. Toch lijkt een nieuwe kans in eerste klasse voorlopig niet meteen in zicht. Zeker nu clubs steeds vaker voor buitenlandse trainers kiezen, heeft Vanderhaeghe daar zijn eigen mening over. 

Vanderhaeghe ziet hoe twee van zijn ex-clubs, Cercle Brugge en KV Kortrijk, hun trainer aan de deur zetten en vervolgens een buitenlandse opvolger aanstellen. Hij kijkt daar in Het Nieuwsblad niet bepaald verbaasd van op. "Buitenlandse trainers halen is de mode, hé. Ik ga ervan uit dat die clubs een keuze gemaakt hebben waar ze volledig achter staan."

Dat hij zelf voorlopig niet in aanmerking lijkt te komen voor een nieuwe job in eerste klasse, vindt Vanderhaeghe toch opmerkelijk. Hij heeft naar eigen zeggen nochtans vaak genoeg zijn waarde bewezen in het Belgische voetbal. "Blijkbaar heb ik niet genoeg bewezen. Nochtans heb ik vaak ploegen uit de shit geholpen."

Te vaak de brandjes moeten blussen

Misschien ligt daar volgens de trainer wel een deel van de verklaring. Hij kreeg in het verleden vaak de opdracht om ploegen uit de problemen te helpen, maar dat lijkt hem niet noodzakelijk nieuwe kansen op te leveren.

Ook het ontslag van Friis bij Cercle Brugge is Vanderhaeghe niet ontgaan. Zijn kijk op de trainerscarrousel bij groen-zwart is dan ook bijzonder scherp. "Ik weet uit ervaring dat je bij Cercle best niet kan winnen als je niet ontslagen wil worden."

Droom van eerste klasse blijft leven

Toch heeft Vanderhaeghe de hoop op een terugkeer naar het hoogste niveau nog niet opgegeven. Zijn huidige job bij Francs Borains is niet het eindpunt van zijn ambities. "Natuurlijk droom ik ervan om in betere omstandigheden aan de slag te gaan. Maar we zien wel. Als de nood het hoogst is, komen ze misschien nog eens terug bij mij uit."