Interview. Deelt de overheid té veel subsidies uit? Econoom Gert Peersman is duidelijk
De federale regering maakt zich op voor nieuwe begrotingsonderhandelingen, terwijl België voor de zware opdracht staat om het begrotingstekort terug te dringen. Naast besparingen en nieuwe inkomsten komt ook de vraag op tafel hoe efficiënt belastinggeld vandaag wordt besteed. Volgens econoom en UGent-professor Gert Peersman is er één uitgavenpost die veel kritischer tegen het licht moet worden gehouden: subsidies.
Begrotingsonderhandelingen gaan niet alleen over besparen
De begrotingsbesprekingen zullen vooral draaien rond besparingen en extra inkomsten. Maar minstens even belangrijk is de vraag of de overheid haar bestaande middelen wel optimaal inzet. België geeft jaarlijks miljarden euro's uit aan subsidies voor bedrijven, sectoren, mobiliteit, klimaatmaatregelen en sociale initiatieven.
Volgens Gert Peersman, econoom en hoogleraar aan de Universiteit Gent, verdienen die uitgaven een veel kritischere evaluatie. “Je moet niet alleen kijken hoeveel geld de overheid uitgeeft, maar ook of die uitgaven daadwerkelijk bijdragen aan de economie of aan maatschappelijke doelstellingen", vertelt hij aan Redactie24.
"Economen zijn van nature sceptisch over subsidies" - Gert Peersman
Volgens Peersman vertrekken economen vanuit een eenvoudig principe: "Als econoom ben ik heel sceptisch over subsidies. Eigenlijk moet de overheid dat zo weinig mogelijk doen." Daarvoor ziet hij meerdere redenen. Subsidies kunnen bedrijven bevoordelen ten opzichte van concurrenten, waardoor de markt minder efficiënt gaat werken. "Dat kan zelfs competitievervalsend zijn wanneer bepaalde bedrijven worden bevoordeeld."
Daarnaast worden subsidies volgens hem vaak ingezet om problemen op korte termijn op te lossen, terwijl er onvoldoende aandacht gaat naar investeringen die de economie op lange termijn sterker maken.
Korte termijn versus investeren in de economie van morgen
Peersman haalt de Vlaamse steun aan energie-intensieve bedrijven als voorbeeld aan. "De Vlaamse regering geeft momenteel subsidies aan energie-intensieve bedrijven, zoals de chemische sector, omdat die het moeilijk hebben. Men wil jobs beschermen op korte termijn, maar men heeft geen langetermijnvisie."
Volgens hem is het een legitieme politieke keuze om bestaande werkgelegenheid te beschermen, maar moet ook de vraag worden gesteld welke sectoren België in de toekomst economisch sterker maken. "Zijn dat de bedrijven die goed zijn voor onze toekomst?" Hij wijst erop dat innovatieve technologiebedrijven vaak meer groeipotentieel hebben. "Anderzijds zit er meer toekomst in technologiebedrijven, maar die krijgen dan weer geen subsidies omdat ze vandaag niet in de problemen zitten."
Niet elke subsidie is volgens Peersman een slechte investering
Hoewel Peersman kritisch is over subsidies, betekent dat niet dat hij tegen elke vorm van overheidssteun is. Hij wijst op investeringen in het openbaar vervoer als voorbeeld van een subsidie die ook economische voordelen kan opleveren. "Wanneer je investeert in openbaar vervoer, kan je een onrechtstreeks terugverdieneffect creëren." Een betere mobiliteit zorgt ervoor dat mensen minder tijd verliezen.
"Als iedereen minder in de file staat, draait de economie beter en krijg je uiteindelijk ook meer belastinginkomsten." Volgens Peersman kunnen subsidies ook gerechtvaardigd zijn wanneer ze maatschappelijke doelstellingen ondersteunen, zoals klimaatbeleid of sociale bescherming. "Dat is dan een bewuste keuze van de overheid." Wel benadrukt hij dat dergelijke subsidies niet automatisch leiden tot extra economische groei.
Dienstencheques als voorbeeld van ontspoorde subsidie
Als voorbeeld van een subsidie die volgens hem te ver is doorgeschoten, noemt Peersman het systeem van de dienstencheques. "We zijn het enige land ter wereld waar het strijken van hemden door de overheid wordt gesubsidieerd." Hij erkent dat het oorspronkelijke doel van de maatregel verdedigbaar was. "Het idee was om zwartwerk uit de illegaliteit te halen en de dienstensector te ondersteunen."
Maar volgens de professor is het systeem doorheen de jaren te ruim geworden. "De diensten zijn zo goedkoop geworden dat de vraag groter is dan het aantal mensen dat er wil werken."
Subsidies verstoren volgens Peersman ook de arbeidsmarkt
Volgens de UGent-professor heeft het succes van de dienstencheques ook onbedoelde gevolgen voor andere sectoren van de economie. "Er trekken mensen uit andere sectoren weg richting de dienstencheques." Daardoor ontstaan elders grotere personeelstekorten. "In de maakindustrie en productie zijn er vandaag heel veel vacatures waarvoor geen mensen worden gevonden, terwijl werken in de dienstencheques voor sommigen financieel aantrekkelijker is."
Politiek populaire subsidies zijn moeilijk af te bouwen
Hoewel Peersman ruimte ziet om op bepaalde subsidies te besparen, beseft hij dat dit politiek bijzonder gevoelig ligt. De dienstencheques behoren tot de bevoegdheid van de gewesten en de Vlaamse begroting staat er relatief gezond voor met een begroting die bijna in balans is. Bovendien genieten de cheques veel maatschappelijke steun. "Dienstencheques zijn heel populair. Mensen hebben dat graag en electoraal is dat natuurlijk aantrekkelijk. Economisch gezien is het wel niet zo optimaal."
Elke subsidie moet haar nut blijven bewijzen
Voor Peersman ligt de kern van het debat niet bij de vraag of subsidies goed of slecht zijn, maar of ze hun doel bereiken. In tijden waarin de federale regering miljarden moet zoeken om de begroting op orde te krijgen, vindt hij dat elke subsidie kritisch geëvalueerd moet worden op haar economische en maatschappelijke meerwaarde.
Volgens hem moeten overheden minder focussen op het in stand houden van bestaande situaties en meer investeren in maatregelen die op langere termijn economische groei, innovatie en productiviteit versterken. Dat zou niet alleen de economie ten goede komen, maar ook bijdragen aan duurzamere overheidsfinanciën en -structuren.