Wie is in ons land bevoegd voor vijandelijke drones? Het leger of de politie?

drone
Afbeelding bron: Archieffoto (Pixabay)

Er bestaat onduidelijkheid over wie precies mag optreden bij drone-vluchten boven gevoelige locaties: is dat het leger of de politie? Het antwoord blijkt vrij eenvoudig, maar toch staan de grenzen onder druk wegens de recente vijandelijke drones boven België. Ondertussen werken ons land en buurlanden samen in alle stilte aan een opgehoogde aanpak.

Militaire en civiele bevoegdheden

Het onderscheid is helder: op het militaire domein valt het optreden onder Belgische Defensie. Een drone boven de luchtmachtbasis van Melsbroek hoort dus tot zijn bevoegdheidssfeer, zo schrijft Het Nieuwsblad. Daarentegen geldt voor luchthavens, het civiele luchtruim en de openbare veiligheid dat de Federale Politie en het ministerie van Binnenlandse Zaken de leiding hebben.

Internationale steun en interne discussies

Hoewel de politie het civiele luchtruim bewaakt, krijgt België ook hulp van buitenlandse militairen, waaronder Duitse, Britse en Franse teams, bij het opsporen en onderdrukken van verdachte drones. De pers vermeldt dat ook ons leger in alle discretie is ingeschakeld.

De regering overweegt een nieuwe defensiecodex die zou bepalen wat het leger in dit kader precies mag doen. Een regeringsbron zei:

“Een aanpassing van die codex zou ook kunnen voorzien dat het leger een grotere rol krijgt bij het opsporen en neerhalen van drones.”

Een andere bron nuanceerde dit:

“De openbare veiligheid blijft de exclusieve bevoegdheid van de politie.”

Investeringen en uitrusting

Minister van Defensie Theo Francken kondigt aan dat ongeveer 50 miljoen euro wordt vrijgemaakt voor sensoren, detectie-apparatuur, jammers en anti-drone-systemen. Deze uitrusting zal niet enkel door het leger worden ingezet, maar ook door de politie mogen gebruikt worden.

De grens tussen militair en civiel optreden bij drone-incidenten blijft onder druk staan – zeker nu er regelmatig drones boven luchthavens en militaire basissen worden opgemerkt. De vraag wie wanneer ingrijpt, maakt deel uit van het bredere veiligheidsvraagstuk rond luchtruim­bewaking in ons land.