Wie is in ons land bevoegd voor vijandelijke drones? Het leger of de politie?
Er bestaat onduidelijkheid over wie precies mag optreden bij drone-vluchten boven gevoelige locaties: is dat het leger of de politie? Het antwoord blijkt vrij eenvoudig, maar toch staan de grenzen onder druk wegens de recente vijandelijke drones boven België. Ondertussen werken ons land en buurlanden samen in alle stilte aan een opgehoogde aanpak.
Militaire en civiele bevoegdheden
Het onderscheid is helder: op het militaire domein valt het optreden onder Belgische Defensie. Een drone boven de luchtmachtbasis van Melsbroek hoort dus tot zijn bevoegdheidssfeer, zo schrijft Het Nieuwsblad. Daarentegen geldt voor luchthavens, het civiele luchtruim en de openbare veiligheid dat de Federale Politie en het ministerie van Binnenlandse Zaken de leiding hebben.
Internationale steun en interne discussies
Hoewel de politie het civiele luchtruim bewaakt, krijgt België ook hulp van buitenlandse militairen, waaronder Duitse, Britse en Franse teams, bij het opsporen en onderdrukken van verdachte drones. De pers vermeldt dat ook ons leger in alle discretie is ingeschakeld.
De regering overweegt een nieuwe defensiecodex die zou bepalen wat het leger in dit kader precies mag doen. Een regeringsbron zei:
“Een aanpassing van die codex zou ook kunnen voorzien dat het leger een grotere rol krijgt bij het opsporen en neerhalen van drones.”
Een andere bron nuanceerde dit:
“De openbare veiligheid blijft de exclusieve bevoegdheid van de politie.”
Investeringen en uitrusting
Minister van Defensie Theo Francken
De grens tussen militair en civiel optreden bij drone-incidenten blijft onder druk staan – zeker nu er regelmatig drones boven luchthavens en militaire basissen worden opgemerkt. De vraag wie wanneer ingrijpt, maakt deel uit van het bredere veiligheidsvraagstuk rond luchtruimbewaking in ons land.