Regering scherpt beveiliging aan na verschillende incidenten met drones
De federale regering neemt extra maatregelen om gevoelige locaties beter te beschermen tegen ongewenste drones. Naast politie en defensie zullen voortaan ook uitbaters van bepaalde kritieke infrastructuur onder strikte voorwaarden jammers mogen inzetten. Die apparatuur kan signalen van drones verstoren, maar het gebruik ervan blijft sterk gereguleerd omdat ook andere communicatiesystemen erdoor beïnvloed kunnen worden. De ministerraad heeft daarvoor een wetsvoorstel goedgekeurd op initiatief van minister Vanessa Matz.
Nieuwe maatregel tegen drones: meer organisaties mogen storingsapparatuur inzetten
Drones vormen steeds vaker een uitdaging voor de veiligheid van gevoelige locaties. Daarom heeft de federale regering beslist om de mogelijkheden uit te breiden om ongewenste drones uit de lucht te houden. Naast politie en defensie zullen voortaan ook bepaalde uitbaters van kritieke infrastructuur onder strikte voorwaarden zogenaamde jammers mogen gebruiken om hun terreinen te beschermen. Dat laat het kabinet van de minister weten in een persbericht aan onze redactie.
Uitbreiding van bestaande uitzonderingen
De ministerraad heeft het voorstel goedgekeurd op initiatief van minister van Modernisering van de Overheid en Telecom Vanessa Matz. De Nationale Veiligheidsraad had al eerder gevraagd om te onderzoeken hoe belangrijke infrastructuur beter beschermd kan worden tegen mogelijke dreigingen vanuit de lucht.
In België is het verstoren van telecomsignalen in principe verboden. Toch bestaan er al uitzonderingen voor onder meer de politie, defensie, de inlichtingen en veiligheidsdiensten, de NAVO en SHAPE. Die lijst wordt nu uitgebreid.
Voortaan zullen ook bepaalde uitbaters van kritieke infrastructuur een beroep kunnen doen op jammingtechnologie. Het gaat onder meer om nucleaire installaties, gevangenissen, SEVESO-bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken en de Europese instellingen.
Strenge voorwaarden voor gebruik
De regering benadrukt dat het gebruik van jammers niet zomaar kan gebeuren. Organisaties die de technologie willen inzetten, moeten eerst een vergunning aanvragen bij het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT).
Daarnaast moet voor elke afzonderlijke inzet een risicoanalyse worden uitgevoerd. Daarbij moet worden nagegaan of de voordelen van het verstoren van een dronesignaal groter zijn dan de mogelijke nadelige gevolgen voor de omgeving.
Ook geldt een meldingsplicht. Elke keer wanneer een jammer wordt gebruikt, moet dat binnen twee uur worden gemeld aan het BIPT.
Risico's voor communicatie en veiligheid
Volgens minister Vanessa Matz blijft voorzichtigheid noodzakelijk. Jammers kunnen immers niet alleen drones beïnvloeden, maar ook andere communicatiesystemen verstoren.
"Jamming kan de noodcommunicatie, medische apparatuur of luchtvaartnavigatie verstoren en blijft in regel onaanvaardbaar in een civiele omgeving", legt de minister uit.
Daarom worden de uitzonderingen beperkt tot specifieke noodsituaties. De bedoeling is om bedreigingen te kunnen neutraliseren wanneer dat echt noodzakelijk is, zonder daarbij onnodige risico's te creëren voor burgers of andere diensten, voegt de minister er nog aan toe.
Voorstel verder aangepast na consultatie
Vooraleer het wetsontwerp werd afgerond, organiseerde het BIPT een openbare consultatie. Zowel bedrijven als burgers kregen daarbij de kans om opmerkingen en suggesties te formuleren.
Op basis van die reacties werd de tekst nog verder aangepast en verfijnd. Met de nieuwe regeling wil de regering een evenwicht vinden tussen veiligheid en het beschermen van essentiële communicatiesystemen die dagelijks door burgers en hulpdiensten worden gebruikt.