Flitspaal die je snelheid niet meet: Vlaanderen test opvallende nieuwigheid
Een nieuwe generatie flitspalen moet komaf maken met auto's en motoren die overdreven veel lawaai maken. In Vlaanderen worden geluidsradars getest, maar wie denkt dat een luide uitlaat voortaan automatisch een boete oplevert, komt voorlopig bedrogen uit.
Geluidsflitspalen moeten lawaai op de weg aanpakken
Niet alleen snelheidsovertredingen zorgen voor ergernis op de weg. Ook voertuigen met uitzonderlijk luide uitlaten kunnen voor geluidsoverlast zorgen, zeker in woonstraten en tijdens de avonduren. Dat probleem staat bekend als knalpotterreur en krijgt ook in Vlaanderen aandacht.
Tijdens een vergadering van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening van het Vlaams Parlement kwam de inzet van geluidsflitspalen uitgebreid aan bod. Vlaams Parlementslid Andy Pieters vroeg minister Jo Brouns
De stad Gent wil met een proefopstelling onderzoeken hoe geluidsflitspalen kunnen helpen om bijzonder luide voertuigen op te sporen. Het initiatief maakt deel uit van het Gentse Geluidsactieplan 2026-2031. Ook in Genk en Brussel zijn al testopstellingen geweest, terwijl andere lokale politiezones interesse tonen.
Waarom een luide wagen niet zomaar een boete krijgt
De technologie kan geluid meten, maar daarmee is nog niet bewezen welke bestuurder verantwoordelijk is voor de overlast. Dat is precies een van de grootste problemen waarmee de geluidsflitspalen vandaag te maken krijgen.
Minister Jo Brouns
Dat onderscheid is belangrijk voor automobilisten en motorrijders. Een geluidsradar kan helpen om opvallend luide voertuigen te detecteren, maar een meting alleen volstaat niet om automatisch een overtreding vast te stellen die juridisch standhoudt.
Eén meetfout kan grote gevolgen hebben
Om een geluidsflitspaal effectief te kunnen gebruiken voor handhaving, moet het systeem nauwkeurig kunnen vaststellen welk voertuig het lawaai heeft veroorzaakt. Dat is niet eenvoudig wanneer verschillende auto's en motoren tegelijk passeren of wanneer achtergrondgeluiden de meting beïnvloeden.
Ook de wegverharding en de omgeving kunnen een rol spelen. Bovendien moet de meetapparatuur correct gecertificeerd en geijkt zijn. De overheid moet kunnen aantonen dat de meting betrouwbaar is en dat het vastgestelde geluid niet alleen luid klinkt, maar ook in strijd is met de toepasselijke technische voertuignormen.
Volgens Brouns moet er daarom een wetenschappelijk onderbouwde en juridisch sluitende methode komen. Zolang die ontbreekt, kunnen geluidsmetingen vooral dienen als hulpmiddel om gerichte politiecontroles uit te voeren.
Een opvallend luide wagen kan op basis van zo'n meting bijvoorbeeld worden geselecteerd voor een bijkomende controle. De politie of wegeninspectie kan het voertuig vervolgens laten onderzoeken volgens de geldende procedures. Dat is iets anders dan een boete die automatisch wordt verstuurd op basis van één geluidsmeting.
Ook de federale overheid moet meewerken
Een tweede groot obstakel is de verdeling van de bevoegdheden in België. Vlaanderen is bevoegd voor milieu, maar de technische eisen waaraan voertuigen moeten voldoen, vallen grotendeels onder het federale en Europese niveau.
Daarom volstaat een Vlaamse beslissing niet om een volledig systeem van automatische geluidsboetes in te voeren. Ook de regels over verkeershandhaving, sancties en de automatische vaststelling van overtredingen moeten worden bekeken.
Vlaanderen volgt ondertussen internationale proefprojecten op. In het Europese onderzoeksproject Net4Cities worden technieken onderzocht om zowel luchtverontreiniging als geluidsemissies van voertuigen te meten. Ook VITO en de Vlaamse Milieumaatschappij zijn betrokken bij meetcampagnes in Antwerpen.