Grote verandering voor leefloners: regering wil komaf maken met deze excuses
Wie een leefloon ontvangt of aanvraagt, moet bereid zijn om te werken. De federale regering wil die verplichting voortaan concreter laten beoordelen. Ook religieuze of culturele bezwaren tegen bepaalde taken zouden niet langer zomaar aanvaard worden. Dat kan gevolgen hebben voor wie steun krijgt via het OCMW.
Religieuze of culturele redenen volstaan niet langer zomaar
Een job weigeren omdat je om religieuze of culturele redenen bepaalde taken niet wilt uitvoeren, kan voortaan zwaar doorwegen bij de beoordeling van je recht op een leefloon. Minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt wil de OCMW’s duidelijkere richtlijnen geven over wat precies onder voldoende werkbereidheid valt.
Het gaat bijvoorbeeld om iemand die niet wil helpen bij de opbouw van een kerstmarkt omdat die persoon vanuit zijn geloof geen kerst wil vieren. Ook bezwaren tegen werken met alcohol of varkensvlees, het bedienen van klanten van het andere geslacht of werken op een plaats waar mannen en vrouwen samen aanwezig zijn, worden in de aangeleverde berichtgeving genoemd.
De minister maakt duidelijk dat sociale bescherming niet betekent dat iedere weigering aanvaard moet worden. “Wie kan werken, moet werken. We zijn te lang te laks geweest”, klinkt het bij Het Laatste Nieuws.
Ook andere redenen kunnen problemen opleveren. Zo zouden sommige leefloonbegunstigden een keukenopleiding weigeren omdat ze daar met bepaalde voedingsmiddelen in contact komen. Anderen vinden het werk te laaggeschoold of willen niet in een koude keuken werken.
OCMW krijgt meer mogelijkheden om leefloon te weigeren
Werkbereidheid is vandaag al een wettelijke voorwaarde om recht te hebben op een leefloon. Het gaat dus niet om een volledig nieuwe verplichting. De regering wil vooral duidelijker vastleggen hoe OCMW’s die bereidheid moeten beoordelen en welke inspanningen van een aanvrager verwacht mogen worden.
Wie zonder geldige gezondheids- of billijkheidsreden niet bereid is om te werken, kan zijn recht op maatschappelijke integratie verliezen. De minister benadrukte in het parlement dat het daarbij niet om een bijkomende sanctie gaat, maar om het intrekken van een recht waarvoor niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan.
Dat betekent niet dat ieder OCMW automatisch bij elke weigering het leefloon moet stopzetten. De concrete persoonlijke situatie blijft belangrijk. Gezondheidsproblemen of andere aanvaarde billijkheidsredenen kunnen ervoor zorgen dat iemand niet of niet voltijds beschikbaar is voor werk.
Kinderopvang, opleiding en taallessen spelen mee
De beoordeling van werkbereidheid gaat bovendien verder dan het al dan niet aanvaarden van een job. Ook wie zonder gegronde reden beschikbare kinderopvang weigert, een haalbaar aangepast uurrooster niet wil aanvaarden of niet wil deelnemen aan een opleiding of begeleiding, kan problemen krijgen.
Ook de kennis van de landstaal krijgt aandacht. Van leefloonbegunstigden kan verwacht worden dat ze aantonen dat ze inspanningen leveren om hun talenkennis te verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld door taallessen te volgen of actief aan een opleiding deel te nemen.
De minister wil vermijden dat de regels in de ene gemeente veel soepeler worden toegepast dan in de andere. Ze zegt dat OCMW’s nood hebben aan meer houvast om te beoordelen of iemand voldoende inspanningen levert.
Ook studenten met een leefloon moeten beschikbaar blijven
De strengere aanpak heeft ook gevolgen voor studenten die een leefloon ontvangen. Studeren kan een geldige reden zijn om niet voltijds te werken, maar betekent niet dat alle verplichtingen wegvallen.
Van studenten kan verwacht worden dat ze tijdens weekends en schoolvakanties beschikbaar zijn om bij te verdienen, als hun persoonlijke situatie dat toelaat. De redenering is dat een opleiding net moet helpen om op termijn financieel zelfstandig te worden.
“Studeren kan net de weg zijn naar zelfstandigheid en een goede job. Dat willen we ondersteunen. Maar wie kan bijverdienen tijdens het weekend of de vakantie, moet ook die verantwoordelijkheid opnemen”, aldus Van Bossuyt.
Leefloon bedraagt maximaal 1.847,89 euro per maand
De discussie komt op een moment dat steeds meer mensen bij het OCMW aankloppen. Volgens cijfers ontvingen tussen januari en september 2026 in totaal 275.278 mensen een leefloon. De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd speelt daarbij mee: een deel van de mensen die hun uitkering verliezen, komt bij het OCMW terecht.
De bedragen van het leefloon werden op 1 september 2026 aangepast. Een alleenstaande ontvangt maximaal 1.367,34 euro per maand. Voor iemand met een gezin ten laste bedraagt het leefloon 1.847,89 euro. Wie samenwoont, valt onder een lager bedrag van 911,56 euro per maand.