Verleden tijd: vanaf volgend jaar geen gevarendriehoek meer nodig bij pech
Wie vanaf 1 juni 2027 met pech langs de weg strandt, zal in de meeste gevallen niet langer verplicht zijn om een gevarendriehoek te plaatsen. De wijziging maakt deel uit van de nieuwe Belgische wegcode en moet vooral de veiligheid van gestrande automobilisten verhogen. Wat jarenlang als een basisregel gold, wordt daarmee grotendeels verleden tijd.
Nieuwe wegcode kiest voor veiligere aanpak
De aanpassing maakt deel uit van de hervorming van de Belgische wegcode, die op 1 juni 2027 in werking treedt. Volgens de federale overheidsdienst Mobiliteit volstaat het vanaf dan om de vier richtingaanwijzers – beter bekend als de alarmlichten – in te schakelen wanneer een voertuig defect raakt of betrokken is bij een ongeval. Alleen wanneer dat technisch niet mogelijk is, blijft het plaatsen van een gevarendriehoek verplicht.
De overheid wil daarmee een praktijk afschaffen die al jaren ter discussie staat. Bestuurders moesten tot nu toe op autosnelwegen vaak tientallen meters langs de pechstrook lopen om een gevarendriehoek correct te plaatsen. Net dat wordt door verkeersdeskundigen als een aanzienlijk risico beschouwd. Volgens de nieuwe regelgeving primeert voortaan de veiligheid van de inzittenden boven het fysiek plaatsen van een waarschuwingsmiddel.
Pechstrook blijft gevaarlijke plaats
Dat de maatregel er komt, is geen toeval. Verschillende instanties wijzen al langer op de gevaren van een verblijf op de pechstrook. Wie uitstapt om een gevarendriehoek uit de koffer te halen en die vervolgens op de juiste afstand moet plaatsen, begeeft zich vaak in een omgeving waar voertuigen met hoge snelheid passeren.
Ook de nieuwe wegcode benadrukt daarom dat bestuurders zich zo snel mogelijk in veiligheid moeten brengen nadat ze hun alarmlichten hebben geactiveerd. Het gebruik van een fluohesje blijft bovendien verplicht wanneer iemand zijn voertuig moet verlaten op autosnelwegen, autowegen of in tunnels.
Volgens cijfers die door mobiliteitsinstanties worden aangehaald, gebeuren er jaarlijks meerdere zware ongevallen op of nabij pechstroken. Daardoor groeit de overtuiging dat zichtbaarheid alleen niet volstaat en dat het beperken van de blootstelling aan verkeer minstens even belangrijk is.
Inspiratie uit het buitenland
De Belgische beslissing past binnen een bredere Europese evolutie. In Spanje werd de klassieke gevarendriehoek inmiddels vervangen door een zogenoemd V16-noodlicht. Dat is een compact oranje zwaailicht dat eenvoudig op het dak van een voertuig kan worden geplaatst zonder dat de bestuurder ver achter de wagen moet lopen.
Volgens informatie van de ANWB is het licht zichtbaar tot op grote afstand en kan het in bepaalde uitvoeringen zelfs automatisch de locatie van het voertuig doorgeven aan de hulpdiensten.De Spaanse overheid koos voor die oplossing omdat bestuurders daardoor minder tijd op de rijbaan of pechstrook hoeven door te brengen.
België voert zo'n systeem voorlopig niet in, maar verkeersorganisaties volgen de buitenlandse ervaringen wel met belangstelling.
Einde van een vertrouwd verkeerssymbool
Hoewel de gevarendriehoek niet volledig verdwijnt uit de wetgeving, wordt haar rol vanaf 2027 aanzienlijk kleiner. Decennialang was het rode reflecterende driehoekje een vast onderdeel van de verplichte uitrusting van elke wagen. Vanaf volgend jaar verschuift de aandacht echter naar snellere en veiligere manieren om andere weggebruikers te waarschuwen.
Voor automobilisten verandert er daardoor vooral één belangrijke gewoonte: bij pech eerst de alarmlichten inschakelen en vervolgens zo snel mogelijk een veilige plaats opzoeken. De gevarendriehoek wordt voortaan slechts een reserveoplossing wanneer de technologie aan boord het laat afweten. Daarmee kiest de nieuwe wegcode nadrukkelijk voor een aanpak die het risico voor gestrande bestuurders moet beperken.