Betaal jij je als ouder blauw aan onderwijskosten? Dit mag een school wél aanrekenen
De schoolfactuur kan bij de start van het nieuwe schooljaar meteen stevig oplopen. Maar scholen mogen niet zomaar alle kosten aan ouders doorrekenen. In het basisonderwijs gelden duidelijke maximumfacturen, terwijl voor sommige diensten andere regels bestaan. Dit zijn de belangrijkste kosten waar ouders vanaf 1 september 2026 rekening mee moeten houden.
Gratis onderwijs betekent niet dat alles gratis is
Wie zijn kind dinsdag naar de kleuter- of lagere school stuurt, hoeft geen inschrijvingsgeld te betalen. Ook bepaalde materialen die noodzakelijk zijn om de onderwijsdoelen te bereiken, moeten scholen gratis aanbieden. Dat gaat bijvoorbeeld om materiaal dat een leerling nodig heeft om de leerstof te kunnen verwerken. De Vlaamse overheid benadrukt bovendien dat een school voor dergelijke materialen ook geen waarborg mag vragen.
Dat betekent echter niet dat ouders helemaal geen schoolkosten hebben. Scholen organiseren bijvoorbeeld uitstappen, sportactiviteiten, toneelbezoeken of andere activiteiten die het onderwijs aantrekkelijker maken, maar die niet strikt noodzakelijk zijn om de onderwijsdoelen te bereiken. Daarvoor mag wel een bijdrage worden gevraagd.
Voor ouders is vooral belangrijk dat een school niet zomaar eender welk bedrag kan bepalen. Voor een groot deel van die kosten geldt in het basisonderwijs de zogenaamde scherpe maximumfactuur. Voor het schooljaar 2026-2027 bedraagt die 55 euro per kind in het kleuteronderwijs en 110 euro per kind in het lager onderwijs.
Dat bedrag geldt per schooljaar. Een school mag dus niet boven die grens gaan door bijvoorbeeld een reeks uitstappen, activiteiten en materialen afzonderlijk aan te rekenen.
55 of 110 euro: dit valt onder de maximumfactuur
De scherpe maximumfactuur is bedoeld voor kosten die niet noodzakelijk zijn om de minimumdoelen te bereiken, maar die wel tijdens de schooluren worden aangeboden. Denk aan een museumbezoek, een toneelvoorstelling, bepaalde sportactiviteiten of zwemlessen.
Er is wel een belangrijke uitzondering: ieder kind in het lager onderwijs heeft recht op één schooljaar gratis schoolzwemmen. De school betaalt in dat geval zowel het vervoer als de toegang tot het zwembad. In de andere jaren kunnen de kosten voor zwemmen wel binnen de scherpe maximumfactuur vallen.
Ook voor bepaalde materialen kan een school een bijdrage vragen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een specifiek tijdschrift, een bepaalde map of een T-shirt met het schoollogo. De school mag daarbij zelf bepalen welk materiaal ze gebruikt. Ouders kunnen dus niet altijd eisen dat ze hetzelfde product elders goedkoper mogen kopen.
Wie denkt dat een school de maximumfactuur kan omzeilen door allerlei bedragen onder verschillende namen te factureren, is eraan voor de moeite. Het gaat om het totaal van de kosten die onder deze regeling vallen.
Meerdaagse schoolreis kan wél honderden euro's kosten
Een andere belangrijke pot zijn de meerdaagse uitstappen in het lager onderwijs. Daarvoor geldt een aparte, minder scherpe maximumfactuur. Voor het schooljaar 2026-2027 bedraagt die 560 euro over de volledige duur van het lager onderwijs.
Het gaat bijvoorbeeld om zee-, bos- of plattelandsklassen die gedeeltelijk binnen en gedeeltelijk buiten de schooluren plaatsvinden. Een kind hoeft overigens niet verplicht mee te gaan. Ouders mogen beslissen om hun kind niet aan de uitstap te laten deelnemen.
Voor kleuters ligt de situatie opnieuw anders. In het kleuteronderwijs mogen scholen geen bijdrage vragen voor meerdaagse uitstappen. Doet een kleuterschool toch zo'n uitstap, dan moet die gratis zijn.
Ook een schoolreis die volledig buiten de schooluren plaatsvindt, bijvoorbeeld tijdens een vakantie, valt niet onder dezelfde maximumfactuur. Daarvoor kan de school zelf bepalen welk bedrag ze aanrekent.
Opvang, maaltijden en bus vallen buiten de maximumfactuur
En daar zit voor veel ouders een belangrijke adder onder het gras: niet alle schoolkosten tellen mee voor de maximumfactuur. Kosten voor bijvoorbeeld middagtoezicht, buitenschoolse opvang, maaltijden, drankjes en een schoolbus vallen er buiten.
Dat betekent niet dat een school zomaar eender welk bedrag mag vragen. Volgens de Vlaamse overheid moet de school vooraf duidelijk maken welke bijdragen ouders kunnen verwachten. Die informatie moet in het schoolreglement en de bijdrageregeling staan.
Ook de betalingswijze is gereglementeerd. Een school mag ouders niet verplichten om alle verwachte kosten in één keer te betalen. Er moeten over het schooljaar minstens drie betaalmomenten zijn.
Kan een kind door tijdig verwittigen niet deelnemen aan een bepaalde activiteit, dan mag de school de betreffende kosten evenmin zomaar blijven aanrekenen. Voor ouders die moeite hebben om de schoolfactuur te betalen, moeten scholen bovendien rekening houden met mogelijke afwijkingen of financiële tegemoetkomingen.
Voor het secundair onderwijs is de situatie anders. Daar bestaat geen maximumfactuur zoals in het basisonderwijs. Scholen mogen bijdragen vragen voor onder meer didactisch materiaal, activiteiten, maaltijden, opvang en uitstappen. Die kosten mogen niet buitensporig zijn, maar een wettelijke bovengrens zoals 110 euro per schooljaar bestaat er niet.