Nieuwe factuur voor ouders: opvang voor en na school wordt duurder

school - lise vandecasteele
Afbeelding bron: Photonews

Het nieuwe schooljaar is nog maar net begonnen en voor heel wat gezinnen dreigt er alweer een extra uitgave bij te komen. De opvang van kinderen voor en na de schooluren wordt vanaf september op verschillende plaatsen duurder. Sommige ouders zullen het verschil behoorlijk voelen wanneer aan het einde van de maand de rekening komt. Vooral gezinnen die bijna dagelijks opvang nodig hebben, kunnen daardoor aanzienlijk meer betalen. De prijsstijging zorgt nu ook voor politieke discussie.

Prijs buitenschoolse opvang stijgt in één op drie gemeenten

Uit een recente bevraging van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) blijkt dat de prijs van de buitenschoolse opvang in één op de drie gemeenten stijgt. Aan de rondvraag namen 97 steden en gemeenten deel.

In 56 procent van de deelnemende gemeenten blijft het tarief gelijk. Tegelijk verandert er op andere vlakken vaak minder dan je misschien zou verwachten. Zo blijft het aantal opvangplaatsen in 66 procent van de gemeenten ongeveer hetzelfde en wijzigen de openingsuren bij 83 procent niet.

Dat de prijzen op verschillende plaatsen omhooggaan, zorgt voor kritiek bij de PVDA. De partij laat in een persbericht aan onze redactie weten dat ze wil dat Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez dringend ingrijpt.

“Na de dure schoolboeken moeten ouders nu ook voor de naschoolse opvang dieper in de portemonnee tasten”, reageert PVDA-volksvertegenwoordiger Lise Vandecasteele. “Wij hebben nochtans zes maanden geleden al gewaarschuwd voor deze prijsstijgingen. Minister Gennez wilde niet ingrijpen. Vandaag zien we de gevolgen.”

Gemeenten krijgen een grotere rol

De veranderingen hangen samen met het nieuwe systeem voor buitenschoolse opvang en activiteiten, beter bekend als het BOA-decreet. Vanaf 1 september 2026 kregen lokale besturen de centrale regierol. Het gaat daarbij niet alleen om opvang voor en na school, maar ook om een betere afstemming met activiteiten tijdens vrije momenten.

Het idee daarachter is dat opvang, scholen, sportclubs, jeugdwerk en andere lokale organisaties beter samenwerken. Zo moet het voor kinderen makkelijker worden om opvang en vrijetijdsactiviteiten te combineren, terwijl ouders kunnen werken of een opleiding volgen.

Lokale besturen krijgen daarbij ruimte om zelf keuzes te maken. Dat zorgt ervoor dat er verschillen kunnen ontstaan tussen gemeenten, ook op het vlak van tarieven.

In Mechelen verdubbelt het tarief

De PVDA haalt verschillende concrete voorbeelden aan. In Mechelen stijgt het tarief van 0,75 euro naar 1,50 euro per begonnen halfuur. In Dendermonde gaat de prijs van 1 euro naar 1,50 euro. In Kortrijk kan tot 2 euro per begonnen halfuur worden aangerekend.

Zeker voor ouders die meerdere dagen per week gebruikmaken van de opvang kan zo'n verhoging snel doorwegen. Een stijging van enkele tientallen centen per halfuur lijkt op het eerste gezicht misschien beperkt, maar over verschillende dagen en meerdere kinderen kan het bedrag stevig oplopen.

Vandecasteele vindt dat de Vlaamse regering niet moet wachten om de situatie te bekijken. “Minister Gennez suste onze kritiek door te zeggen dat ze na een jaar een evaluatie zou maken indien de prijzen de pan uit zouden swingen”, zegt ze. “Maar vandaag blijkt al dat die prijzen in één op drie gemeenten stijgen. De minister moet ingrijpen voordat de ouders op kosten gejaagd worden.”

Onderwijs - kinderen - school
Afbeelding bron: Pixabay (archieffoto)

Opvang is voor veel werkende ouders noodzakelijk

Voor veel gezinnen is buitenschoolse opvang geen luxe. Werkuren en schooluren sluiten nu eenmaal zelden perfect op elkaar aan. Een schooldag kan rond 15.30 uur eindigen, terwijl de werkdag van een ouder vaak nog enkele uren doorgaat.

“Heel veel ouders moeten voltijds werken om rond te komen en kunnen niet om half vier aan de schoolpoort staan”, zegt Vandecasteele. “Na de hoge factuur voor de schoolboeken volgt nu de hoge factuur voor de naschoolse opvang. In plaats van deftige investeringen wordt de rekening doorgeschoven naar de ouders.”

De betaalbaarheid was bovendien al vóór de huidige veranderingen een aandachtspunt. Uit de Gezinsbarometer van de Gezinsbond bleek dat drie op de vier gezinnen buitenschoolse opvang betaalbaar vinden. Dat betekent tegelijkertijd dat ongeveer een kwart van de gezinnen de opvang moeilijk betaalbaar of zelfs onbetaalbaar vindt.

Ook de nood aan opvang is groot. Meer dan acht op de tien bevraagde gezinnen geven aan buitenschoolse opvang nodig te hebben omdat ze werken. Op gewone schooldagen maken zes op de tien gezinnen er daadwerkelijk gebruik van.

Gemeenten steken zelf extra geld in de opvang

Ook lokale besturen geven aan dat de financiering een belangrijke uitdaging blijft. Uit de VVSG-bevraging blijkt dat negen op de tien lokale besturen zelf geld investeren bovenop de middelen die vanuit Vlaanderen komen.

Ongeveer de helft van de deelnemende besturen maakt jaarlijks tussen 100.000 en 500.000 euro extra vrij voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Bijna twee derde vraagt tegelijkertijd bijkomende Vlaamse financiering om de doelstellingen van het nieuwe systeem te kunnen realiseren.

Dat maakt de discussie over de tarieven ingewikkelder. Gemeenten moeten opvang organiseren, voldoende personeel voorzien en samenwerken met scholen en verenigingen, terwijl ze tegelijkertijd proberen de rekening voor gezinnen betaalbaar te houden.

PVDA vraagt maximumtarieven

De PVDA wil nu dat de commissie Welzijn vervroegd bijeenkomt om de prijsstijgingen te bespreken. De partij vraagt extra middelen voor de lokale besturen en wil dat er maximumtarieven komen voor de buitenschoolse opvang.

Daarmee zou Vlaanderen grenzen kunnen stellen aan wat ouders moeten betalen, terwijl gemeenten bijkomende financiële ondersteuning krijgen om de opvang te organiseren.