Grote verschillen per gemeente: buitenschoolse opvang wordt in 2026 fórs duurder

familie gezin
Afbeelding bron: Pixabay

Buitenschoolse opvang wordt voor veel Vlaamse gezinnen een stuk duurder. Sinds de Vlaamse regering de volledige verantwoordelijkheid voor de organisatie, prijsbepaling en reglementering van de buitenschoolse opvang heeft doorgeschoven naar de lokale besturen, ontstaan er grote verschillen tussen gemeenten. Daardoor hangt de kostprijs van opvang voor en na school, tijdens de middag, op woensdagnamiddag en op schoolvrije dagen steeds meer af van de woonplaats van een gezin.

Volgens PVDA-volksvertegenwoordiger Lise Vandecasteele leidt dat tot een "prijsloterij" waarbij de postcode bepaalt hoeveel ouders betalen voor dezelfde dienstverlening. Dat vertelt Vandecasteele in een bericht aan onze redactie. Tot voor kort golden in heel Vlaanderen uniforme regels voor buitenschoolse opvang. De Vlaamse overheid bepaalde onder meer welke tarieven mochten worden aangerekend, welke kortingen mogelijk waren en aan welke kwaliteits- en personeelsnormen de opvang moest voldoen. 

Dat systeem is gewijzigd. Gemeenten staan nu zelf in voor de organisatie, prijzen, reglementering en handhaving. Lokale besturen konden ervoor kiezen om de nieuwe regeling vanaf 1 januari 2026 of vanaf 1 september 2026 in te voeren.

Duurdere opvang in Mechelen en Gent

De gevolgen daarvan laten zich nu al voelen. In meerdere gemeenten stijgen de tarieven aanzienlijk. Zo verdubbelt de prijs in Mechelen van 0,75 euro naar 1,50 euro per half uur opvang.

Ook in Gent betalen ouders vanaf september meer. Twee uur opvang na school kost daar voortaan 4 euro, terwijl dat eerder 2,28 euro of zelfs 1,82 euro was. Daarnaast zullen ook in onder meer Vilvoorde, Jette, Wichelen, Hoeilaart, Aalst en Sint-Truiden prijsverhogingen plaatsvinden of werden er al doorgevoerd.

Verschillen tussen gemeenten

De prijs stijgt en ook de verschillen tussen gemeenten nemen toe. Zo betalen ouders in Kortrijk 2 euro per half uur buitenschoolse opvang, terwijl hetzelfde in Oostende slechts 1 euro kost. Ook sociale tarieven lopen sterk uiteen. Gezinnen met een lager inkomen krijgen in Genk een korting van 50 procent, terwijl die in Leuven kan oplopen tot 80 procent.

Vroeger was een gezinskorting verplicht vanuit de overheid. Sommige gemeenten kiezen ervoor om die te behouden, terwijl andere die volledig afschaffen. Tielt, Denderleeuw en Lede blijven een korting geven wanneer meerdere kinderen uit hetzelfde gezin tegelijk worden opgevangen, maar in Gent en Dilbeek verdwijnt die regeling.

Onvoldoende financiering

Volgens Vandecasteele zijn deze prijsverschillen het gevolg van onvoldoende financiering door de Vlaamse overheid. De regering voorziet jaarlijks 200 miljoen euro voor de buitenschoolse opvang, terwijl berekeningen van de VVSG, de Gezinsbond en het Vlaams Welzijnsverbond aangeven dat minstens 334 miljoen euro nodig is om alle kinderen kwaliteitsvolle opvang te bieden. "Het gevolg: de factuur wordt doorgeschoven naar de ouders", aldus Vandecasteele.

Voor veel gezinnen komt dat op een moeilijk moment. "Uit de Gezinsbarometer van de Gezinsbond van 2025 blijkt dat een kwart van de gezinnen de buitenschoolse opvang toen al moeilijk betaalbaar of zelfs onbetaalbaar vond. Met deze prijsstijgingen zal dat alleen maar erger worden", duidt Vandecasteele. Verdere prijsstijgingen kunnen die financiële druk nog vergroten.

Een ander beleid

PVDA pleit daarom voor een ander beleid, omdat buitenschoolse opvang "geen luxe" is volgens Vandecasteele. De partij vraagt de Vlaamse regering om opnieuw meer financiële middelen vrij te maken, maximumtarieven vast te leggen en overal verplichte sociale tarieven en gezinskortingen in te voeren.

Daarnaast wil ze dat er opnieuw duidelijke kwaliteits- en personeelsnormen komen. "De regering moet haar verantwoordelijkheid nemen en stoppen met die door te schuiven naar de lokale besturen en de ouders", sluit Vandecasteele af.