Zoveel geven Belgen uit aan voeding (en het is meer dan je denkt)

rekening kassa supermarkt
Afbeelding bron: Shutterstock.com

Voeding blijft een zware hap uit het maandbudget van Belgische gezinnen nemen. Dat blijkt uit de Food Barometer 2025 van Edenred, gebaseerd op een bevraging bij meer dan 6.570 werknemers in België. Voor veel gezinnen gaat vandaag een derde of zelfs meer van het inkomen naar voeding. 

Meer dan een kwart van de Belgen besteedt minstens een derde aan voeding

De cijfers uit de Food Barometer 2025 zijn duidelijk. 27 procent van de Belgen geeft minstens 31 procent van zijn inkomen uit aan voeding. Voor 11 procent loopt dat zelfs op tot meer dan 40 procent van het maandinkomen. 

Daarnaast besteedt nog eens 30 procent tussen 21 en 30 procent van het inkomen aan voeding. Dat betekent dat een ruime meerderheid van de werkende Belgen minstens een vijfde van zijn loon aan eten uitgeeft. Die percentages zijn hoog, zeker wanneer je weet dat voeding slechts één onderdeel is van het totale huishoudbudget, naast woonkosten, energie, verzekeringen, mobiliteit en ontspanning. 

Inflatie vertraagt, maar voedsel blijft duur

Hoewel de algemene inflatie is afgekoeld, blijven voedselprijzen hoger dan enkele jaren geleden. Prijsstijgingen bij basisproducten zoals brood, zuivel, groenten en vlees werken langdurig door in het budget van gezinnen. Zelfs wanneer de stijgingen vertragen, keren prijzen zelden terug naar hun oude niveau.

Dat verklaart waarom de perceptie van 'het leven is duur' blijft hangen. Voeding is een terugkerende kost: elke week opnieuw moeten we boodschappen doen. Daardoor voelen prijsverhogingen in de supermarkt veel directer aan dan bijvoorbeeld stijgende telecomkosten of verzekeringspremies die maar één keer per jaar worden herzien.

Opvallend: weinig regionale verschillen

Wat in het oog springt in de cijfers, is dat er geen grote verschillen zijn tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. De percentages liggen opvallend dicht bij elkaar. Voeding is overal in het land een zware uitgavenpost. Dat wijst erop dat het probleem niet louter regionaal of lokaal is, maar structureel.

De gelijke spreiding toont ook aan dat verschillen in inkomen of levensduurte tussen regio’s het algemene beeld niet sterk veranderen. Voor zowel hogere als lagere inkomensgroepen neemt voeding een stevige hap uit het budget, al weegt het aandeel uiteraard zwaarder door bij lagere inkomens.

Wat betekent dit voor de koopkracht van de Belgen?

Wanneer meer dan een kwart van de bevolking minstens een derde van het inkomen aan voeding besteedt, blijft er minder ruimte over voor sparen of investeren. Dat kan gevolgen hebben op lange termijn. Minder spaargeld betekent minder financiële buffer bij onverwachte kosten, zoals bijvoorbeeld een kapotte wagen of medische uitgaven.

Daarnaast beperkt het ook de mogelijkheid om vermogen op te bouwen via beleggingen of pensioensparen. Zeker in samenleving waarin energieprijzen en woonkosten ook hoog blijven, stapelen de vaste kosten zich op.