Phaedra Hoste eist duidelijkheid na rellen: "Hoog tijd dat we daar eens mee beginnen"

Phaedra Hoste
Afbeelding bron: Photonews

Sommige beelden blijven nazinderen, ook nadat de rust op straat is teruggekeerd. Zeker wanneer vernielingen vragen oproepen over veiligheid en over de rekening die achteraf volgt. Voor handelaars, buurtbewoners en voorbijgangers komt zo’n situatie akelig dichtbij. Ook Phaedra Hoste laat haar frustratie daarover de vrije loop. Op Facebook schrijft ze een lange reactie waarin ze haar woorden bijzonder scherp kiest.

Phaedra Hoste spreekt zich uit over rellen in Brussel

De rellen in Brussel vormen de aanleiding voor haar bericht. Hoste vindt dat de manier waarop over het geweld wordt gesproken, tekortschiet. Ze opent met een duidelijke boodschap: “Het wordt hoog tijd dat we de dingen eens benoemen zoals ze zijn en stoppen met rond de pot te draaien.” Daarmee zet ze meteen de toon voor een tekst waarin boosheid en ongeduld centraal staan.

Vooral het gebruik van woorden als “studenten” en “jongeren” stoort haar wanneer het over vernielingen gaat. Ze wil dat de aandacht sterker verschuift naar wat mensen daadwerkelijk doen. “Sinds wanneer zijn studenten bezig met het in brand steken van historische gebouwen?”, vraagt ze. Die verwijzing maakt deel uit van haar eigen betoog en is geen vaststelling dat bij de recente Brusselse rellen historische gebouwen in brand zijn gestoken.

Ook plunderingen haalt ze aan. In haar bericht noemt ze verschillende winkelmerken en vraagt ze wat het leegroven van handelszaken nog met protest te maken heeft. Haar kritiek richt zich daarmee op de grens tussen een boodschap uitdragen en schade aanrichten. Die grens is voor haar duidelijk overschreden zodra winkels worden geplunderd of mensen worden aangevallen.

Handelaars beschermen hun winkelramen

Dat de onrust gevolgen heeft voor het dagelijkse leven in de hoofdstad, blijkt uit de voorzorgen die handelaars nemen. In de Nieuwstraat hebben verschillende winkels houten panelen voor hun ramen geplaatst. Het gaat onder meer om handelszaken die eerder al schade of plunderingen meemaakten. Ook extra bewaking en voorbereidingen op mogelijke nieuwe onrust komen daarbij kijken.

Voor een winkeluitbater gaat het dan over veel meer dan een kapotte ruit. De zaak moet beschermd worden, medewerkers moeten hun werk kunnen doen en klanten moeten veilig kunnen binnenstappen. Precies die weerslag op het gewone leven sluit aan bij de bezorgdheid die Hoste in haar reactie uitspreekt. Ze vraagt zich nadrukkelijk af waarom anderen telkens met de gevolgen van vernielingen blijven zitten.

“Ik ben het kotsmoe”

Halverwege haar bericht wordt haar toon nog persoonlijker. “Ik ben het kotsmoe dat er constant geplooid en gepamperd wordt”, schrijft ze. Hoste vindt dat problemen te weinig rechtstreeks worden aangepakt en vraagt een harder optreden tegen mensen die onherkenbaar aan gewelddadige acties deelnemen.

Daarbij richt ze zich specifiek op zwarte kapjes en maskers waarmee mensen hun gezicht verbergen. Ze pleit voor duidelijke regels en wil dat er onmiddellijk wordt ingegrepen. Dat is haar politieke standpunt: haar bericht beschrijft daarmee niet automatisch welke maatregelen de politie in iedere concrete situatie kan nemen.

Verder legt Hoste een verband met buitenlandse conflicten en met Palestijnse vlaggen die ze bij ongeregeldheden zegt te zien. Die bredere koppeling is haar eigen interpretatie. De aanwezigheid van een vlag bewijst op zichzelf niet wat alle aanwezigen drijft of welke personen verantwoordelijk zijn voor geweld. Voor de beoordeling van concrete vernielingen blijft het belangrijk om naar de afzonderlijke feiten en daders te kijken.

Wie betaalt uiteindelijk de schade?

Een terugkerend punt in haar reactie is geld. Hoste brengt besparingen, overheidsuitgaven en de kosten van vernielingen samen in haar kritiek. Haar verwijzing naar een begrotingsgat van tien miljard euro staat in haar persoonlijke betoog; ze licht daarbij niet toe op welke concrete begrotingsberekening ze zich baseert.

Over de schadevergoeding is haar boodschap bijzonder uitgesproken: “Laat hen die puinhoop eens helemaal zelf vergoeden tot de laatste cent”. Daarmee verwoordt ze haar wens dat de verantwoordelijkheid bij de daders terechtkomt. Haar uitspraak betekent niet dat al vaststaat hoeveel de schade bedraagt, welke bedragen kunnen worden teruggevorderd of wie uiteindelijk welk deel zal betalen.

Hoste sluit af met een oproep om veiligheid in de eigen straten voorrang te geven. “Tijd voor wat gezond verstand en echte daadkracht.”