Overheid geeft fors meer geld uit en we krijgen er onvoldoende voor terug: 'Geen ruimte voor nieuwe belastingen'

belastingen belgië
Afbeelding bron: Shutterstock.com

België geeft steeds meer geld uit aan de overheid, maar volgens Voka vertaalt die stijging zich onvoldoende in betere overheidsdiensten. Sinds 2019 zijn de Belgische overheidsuitgaven met 18 miljard euro toegenomen, omgerekend naar euro's van vandaag. Tegelijk staat België voor de kwaliteit van zijn overheidsdienstverlening slechts op de 21ste plaats van 24 onderzochte Europese landen. Op een moment dat de regering-De Wever op zoek is naar 10 miljard euro om de begroting op orde te krijgen, ligt een belangrijk deel van de oplossing volgens Voka dan ook niet bij nieuwe inkomsten, maar bij de manier waarop de overheid haar bestaande middelen besteedt.

Overheid wordt duurder, dienstverlening niet beter

De cijfers uit de nieuwe ‘waar voor je geld’-index van Voka leggen volgens de werkgeversorganisatie een duidelijke tegenstelling bloot. België behoort tot de Europese landen met de hoogste overheidsuitgaven, maar scoort tegelijk bijzonder laag wanneer wordt gekeken naar de kwaliteit van de dienstverlening.

Alleen Griekenland, Slovakije en Hongarije staan in de onderzochte groep nog lager dan België. Bovendien stelt Voka dat de kwaliteit van de Belgische overheidsdienstverlening in 2026 het laagste niveau bereikt sinds de organisatie in 2011 met deze metingen begon.

Gedelegeerd bestuurder Frank Beckx vat de conclusie als volgt samen: “We krijgen te weinig waar voor ons geld in België." Volgens hem moet de begrotingsronde daarom vooral gericht zijn op een slankere en productievere overheid.

10 miljard euro zoeken terwijl de uitgaven blijven stijgen

De discussie krijgt extra gewicht door de huidige begrotingssituatie. De federale regering heeft zich voor 2029 een begrotingsinspanning van 10 miljard euro als doel gesteld. Dat bedrag komt boven op eerdere saneringsmaatregelen en hervormingen. Voka wijst erop dat de overheid de voorbije jaren al aanzienlijk meer is gaan uitgeven. De organisatie stelt daarom dat het logisch is om aan de uitgavenkant naar structurele besparingen en efficiëntiewinsten te zoeken.

Meer geld leidt niet automatisch tot betere resultaten

Het onderzoek brengt daarmee een belangrijk onderscheid naar voren: meer overheidsuitgaven zijn niet hetzelfde als betere overheidsdiensten. In het onderwijs geeft België bijvoorbeeld relatief veel geld uit, terwijl de internationale kwaliteit volgens Voka slechts matig scoort. Ook in de gezondheidszorg worden hoge uitgaven gecombineerd met een gemiddelde kwaliteit.

Dat betekent volgens de cijfers niet dat investeringen in onderwijs of gezondheidszorg overbodig zijn. Wel roept het vragen op over de efficiëntie waarmee de beschikbare middelen worden ingezet. 

De redenering is vergelijkbaar met die in een bedrijf: wanneer de kosten stijgen, verwacht je normaal gezien dat daar ook meer productie, betere kwaliteit of een betere dienstverlening tegenover staat. Wanneer die verbetering uitblijft, wordt de vraag belangrijker waar de bijkomende middelen precies naartoe gaan.

Waar kan de overheid efficiënter werken?

Volgens Voka zit er ook binnen het overheidsapparaat ruimte voor efficiëntiewinsten. Vandaag werken in België meer dan 1,5 miljoen mensen voor een overheid. Dertig jaar geleden waren dat er ongeveer 1 miljoen. Een deel van de oplossing zou kunnen komen van digitalisering en een groter gebruik van artificiële intelligentie. 

Voka stelt dat doorgedreven AI-gebruik een potentiële productiviteitswinst van 20 procent kan opleveren, wat het equivalent zou zijn van het werkvolume van ongeveer 300.000 jobs. Het geeft vooral aan welke omvang Voka ziet in mogelijke efficiëntiewinsten door technologie.

Vooral de kwaliteit van de uitgaven telt

De cijfers maken duidelijk waarom de begrotingsdiscussie niet alleen over de omvang van de overheid kan gaan. Ook de kwaliteit van de bestedingen is belangrijk. Een overheid kan meer geld uitgeven aan onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur of administratie zonder dat de resultaten automatisch evenredig verbeteren. Omgekeerd kunnen gerichte investeringen in digitalisering, infrastructuur en productiviteit op langere termijn wel economische voordelen opleveren.

Voka pleit daarom voor een overheid die meer doet met de middelen die beschikbaar zijn. De organisatie ziet daarbij vooral ruimte aan de uitgavenkant en waarschuwt voor een begrotingsbeleid dat hoofdzakelijk op bijkomende belastingen steunt. 

18 miljard extra maakt discussie over efficiëntie onvermijdelijk

De stijging van de Belgische overheidsuitgaven met 18 miljard euro sinds 2019 vormt daarbij een belangrijk gegeven. Volgens Voka is België ondanks die extra middelen verder weggezakt op de Europese ranking voor overheidsdienstverlening.

Dat betekent niet dat alle bijkomende uitgaven nutteloos zijn of dat elke overheidsdienst slecht functioneert. Het betekent wel dat de Belgische begrotingsdiscussie verder kan gaan dan de klassieke keuze tussen meer belastingen of minder dienstverlening.

Nu de regering-De Wever opnieuw 10 miljard euro moet vinden, komt daarmee ook de efficiëntie van de overheid nadrukkelijk op tafel. Als de overheid veel uitgeeft, wordt het immers steeds belangrijker om ook te kunnen aantonen dat die middelen leiden tot kwalitatieve diensten, economische groei en maatschappelijke resultaten.