"Met de kaart kan pas vanaf 5 euro”: mag een winkel dat eigenlijk toepassen?
Je koopt snel een brood of een fles water en haalt je bankkaart boven. Aan de kassa blijkt plots een minimumbedrag te gelden. Soms vraagt de handelaar je om nog iets bij te nemen, soms om toch maar cash te betalen. Dat kan voor verwarring zorgen, want winkels mogen zelf kiezen welke elektronische betaalmogelijkheden ze aanbieden. Toch zijn er duidelijke regels over kleine bedragen en bijkomende kosten.
Mag een winkel een minimumbedrag opleggen?
Een handelaar mag een elektronische betaling niet weigeren omdat je aankoopbedrag te laag is. Een bordje met “elektronisch betalen vanaf 5 euro” verandert daar niets aan. Ook voor een kleine aankoop moet je minstens één elektronisch betaalmiddel kunnen gebruiken, zonder extra kosten. Dat staat uitgelegd in de regels voor elektronische betalingen.
Een winkel mag je dus niet verplichten om nog een tweede product te kopen enkel om elektronisch te kunnen betalen. Een toeslag van bijvoorbeeld 20 cent omdat je een klein bedrag elektronisch afrekent, mag evenmin. De prijs van je aankoop mag daardoor niet plots stijgen.
Dat is ook voor handelaars met een klein assortiment van belang. De verplichting om minstens één elektronisch betaalmiddel aan te bieden geldt niet alleen voor grote supermarkten. Ook kleinere ondernemingen die aan consumenten verkopen, vallen eronder.
Moet je dan altijd met je bankkaart kunnen betalen?
Hier zit het verschil dat aan de kassa vaak voor discussie zorgt. Een handelaar moet minstens één elektronische betaalmogelijkheid aanbieden, maar mag zelf kiezen welke oplossing hij gebruikt. Dat kan een betaalterminal zijn, maar bijvoorbeeld ook een betaling via een app of een overschrijving.
Een winkel kan de elektronische betaalwijzen bovendien laten verschillen naargelang het bedrag, zolang je ook bij een kleine aankoop elektronisch kunt betalen. Stel dat de handelaar je bankkaart niet aanneemt voor een aankoop van €2, maar je wel kosteloos met een betaalapp laat betalen. Dan is er nog steeds een elektronische mogelijkheid. De winkel moet je wel vóór de aankoop duidelijk informeren over de beschikbare betaalwijzen en de voorwaarden.
Zie je een bordje met “kaart vanaf 5 euro”, kijk dan dus verder dan die ene zin. De vraag is of je voor een kleiner bedrag op een andere manier elektronisch kunt betalen. Kan dat niet en word je naar cash verwezen, dan klopt de situatie niet met de verplichting.
En als de handelaar extra kosten aanrekent?
Voor gebruikelijke elektronische betaalmiddelen, zoals een debetkaart, kredietkaart of overschrijving, mogen ondernemingen geen extra bedrag aanrekenen omdat je die betaalwijze kiest. Dat geldt ook wanneer het om een kleine aankoop gaat. De regels over betaalkosten verbieden eveneens een verplicht minimumbedrag voor zulke betaalmiddelen.
Betaalt de klant met een bijzondere betaaloplossing, zoals een oplaadbare festivalarmband, dan kunnen andere regels voor eventuele kosten gelden. Voor de gewone aankoop in een winkel is vooral dit van belang: er moet minstens één gratis elektronische mogelijkheid beschikbaar zijn.
Wat doe je als het toch gebeurt?
Vraag rustig welke elektronische betaalmogelijkheden de winkel voor jouw aankoop aanbiedt. Soms blijkt er naast de kaartterminal ook een QR-code beschikbaar. Als je helemaal niet elektronisch kunt betalen of een verboden toeslag krijgt, kun je dat via ConsumerConnect melden aan de Economische Inspectie.
Noteer bij een melding de naam en het adres van de zaak, de datum en wat er aan de kassa werd gezegd. Een foto van het bordje of een kasticket kan helpen om de situatie duidelijk te maken. Zo hoeft een aankoop van een paar euro geen discussie op basis van giswerk te worden.