Dit weten heel veel mensen niet over hun verzekering als ze in fout zijn bij een ongeval
Een verkeersongeval waarbij de bestuurder in fout is, roept vaak vragen op over de dekking van de lichamelijke schade in de autoverzekering. De basisregels blijken minder vanzelfsprekend dan veel automobilisten denken.
Schade aan derden
De verplichte verzekering voor motorvoertuigen is uitsluitend bedoeld om schade aan derden te vergoeden. Dat principe vormt al decennialang de basis van het Belgische systeem. Barbara Van Speybroeck, woordvoerder bij Assuralia, benadrukt dat punt duidelijk. “De verplichte autoverzekering is een aansprakelijkheidsverzekering: ze dekt dus de schade die jij met je voertuig aan iemand anders veroorzaakt”, klinkt het in Het Laatste Nieuws. Daarmee staat vast dat de polis niet automatisch tussenkomt voor de schade van de bestuurder die zelf het ongeval veroorzaakt.
Eigen schade blijft buiten de basispolis
Wie zelf gewond raakt of materiële schade oploopt door een fout die hij of zij heeft gemaakt, kan niet rekenen op de standaardverzekering. De wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voorziet immers geen vergoeding voor de eigen letsels of voor de schade aan het eigen voertuig. Volgens Van Speybroeck is dat een essentieel onderscheid binnen het verzekeringsrecht. Ze verduidelijkt dat de dekking bewust beperkt is tot de bescherming van derden, wat de basispremie betaalbaar houdt. Ook eigen lichamelijke schade is niet gedekt als je in fout bent.
Aanvullende verzekeringen bieden bredere bescherming
Bestuurders die toch zekerheid willen over hun eigen risico’s, kunnen aanvullende polissen afsluiten. Van Speybroeck wijst op de beschikbare opties. “Ze dekt niet je eigen schade. Daarvoor kan je terecht bij je omniumverzekering, een eventuele bestuurdersverzekering of bij een persoonlijke ongevallenverzekering.” Deze bijkomende verzekeringen vullen elk een specifiek deel van het risico aan, gaande van materiële schade aan het voertuig tot medische kosten of blijvende letsels van de bestuurder.
Verschillen tussen de aanvullende formules
Een omniumverzekering richt zich vooral op de materiële schade aan het voertuig, ongeacht wie in fout is. Een bestuurdersverzekering daarentegen focust op de lichamelijke schade van de bestuurder zelf. Een persoonlijke ongevallenverzekering biedt dan weer een bredere bescherming die niet beperkt is tot verkeerssituaties. De keuze tussen deze formules hangt af van het risicoprofiel van de bestuurder en de waarde van het voertuig, maar ze zijn nooit verplicht.
Hardnekkige misverstanden blijven bestaan
Ondanks de duidelijke wettelijke structuur blijft het idee leven dat een autoverzekering automatisch alle lichamelijke schade dekt, ook wanneer de bestuurder zelf verantwoordelijk is voor het ongeval. Verzekeraars merken dat dit misverstand regelmatig leidt tot teleurstelling na een schadegeval. De sector benadrukt daarom het belang van correcte informatie en een bewuste keuze voor aanvullende verzekeringen wanneer men ook de eigen risico’s wil afdekken.