Waarom nieuwe regels trajectcontroles niet voor minder boetes zullen zorgen

trajectcontrole snelheidscontrole
Afbeelding bron: Photonews

Trajectcontroles zijn de voorbije jaren enorm sterk toegenomen op Vlaamse wegen. Ze moeten in de eerste plaats de verkeersveiligheid verbeteren, maar steeds vaker klinkt kritiek dat sommige trajectcontroles vooral dienen als verdienmodel via verkeersboetes. De Vlaamse regering wil daar nu paal en perk aan stellen, maar er is een belangrijke kanttekening.

Hilde Crevits en Annick De Ridder kondigden aan dat ze een omzendbrief naar lokale besturen sturen om duidelijk te maken hoe trajectcontroles correct moeten worden gebruikt. Toch blijft er discussie, omdat bestaande contracten met private bedrijven voorlopig niet verdwijnen.

Trajectcontroles moeten verkeersveiligheid verbeteren

Volgens minister Hilde Crevits is het uitgangspunt duidelijk: trajectcontroles zijn er om snelheidsovertredingen te verminderen en het aantal ongevallen te beperken. “Trajectcontroles moeten dienen om de verkeersveiligheid in een gemeente te verbeteren, niet als verdienmodel”, stelt ze. Daarom wil de Vlaamse regering duidelijk maken dat bepaalde financieringsconstructies niet langer aanvaardbaar zijn.

Het gaat vooral om situaties waarbij private partners betaald worden op basis van het aantal uitgeschreven boetes. In zulke modellen kan de indruk ontstaan dat er een financieel belang is om zoveel mogelijk overtredingen vast te stellen. Volgens de Vlaamse regering is dat onverenigbaar met het doel van verkeershandhaving.

Nieuwe regels voor toekomstige trajectcontroles

Met de omzendbrief willen Annick De Ridder en Hilde Crevits lokale besturen duidelijk maken dat trajectcontroles niet mogen worden opgezet als inkomstenbron. Gemeenten moeten aantonen dat de systemen bijdragen aan verkeersveiligheid en mogen geen contracten afsluiten waarbij een privébedrijf enkel wordt betaald op basis van het aantal uitgeschreven boetes.

Kritiek van mobiliteitsexpert 

Toch is niet iedereen overtuigd dat de maatregel ver genoeg gaat. Mobiliteitsexpert Johan De Mol wijst erop dat de aangekondigde maatregelen betrekking hebben op toekomstige trajectcontroles, maar dat het probleem met de bestaande trajectcontroles hiermee niet wordt aangepakt.

Volgens hem blijven bestaande contracten met private bedrijven voorlopig gewoon doorlopen. “De maatregelen zijn enkel bedoeld voor toekomstige trajectcontroles. Wat met de bestaande overeenkomsten met een privébedrijf? Crevits zegt dat ze gaat optreden."

"Maar ze treedt niet op tegen het verleden. Dus die trajectcontroles blijven allemaal bestaan als verdienmodel”, stelt de mobiliteitsexpert in een reactie in de krant Het Laatste Nieuws. Als voorbeeld noemt hij een trajectcontrole in Londerzeel, waar het contract met een privépartner nog loopt tot 2031.

Waarom trajectcontroles zo populair zijn bij gemeenten

Trajectcontroles meten de gemiddelde snelheid van voertuigen tussen twee punten. Daardoor kunnen bestuurders niet enkel vlak voor een flitspaal vertragen en daarna opnieuw versnellen. Studies tonen aan dat deze systemen vaak een stabielere snelheid en minder ongevallen opleveren.

In sommige gevallen worden de systemen bovendien geplaatst in samenwerking met private bedrijven die de technologie leveren en onderhouden. Net die samenwerking ligt onder vuur wanneer de vergoeding afhankelijk is van het aantal boetes.

Debat over verkeersveiligheid versus inkomsten

Het debat over trajectcontroles als melkkoe blijft bestaan en met de omzendbrief geeft de Vlaamse regering aan dat ze erkent dat sommige lokale besturen in het verleden vooral aan de inkomsten hebben gedacht bij het installeren van trajectcontroles. 

Zijn ze ze een instrument voor verkeersveiligheid of een manier om inkomsten te genereren? Voorstanders wijzen erop dat trajectcontroles bewezen effectief zijn om snelheidsovertredingen te verminderen. Tegenstanders vrezen dat sommige systemen worden geplaatst op locaties waar ze vooral veel boetes opleveren.

De nieuwe richtlijnen van de Vlaamse regering moeten duidelijk maken dat veiligheid altijd het belangrijkste doel moet zijn. Tegelijk blijft de vraag hoe er wordt omgegaan met bestaande contracten die nog jarenlang lopen.