De fout die veel Belgen maken met hun spaargeld

spaarrekening geld rente intrest
Afbeelding bron: Shutterstock.com

De Belgische banken hebben de afgelopen vijf maanden bij meer dan twee derde van hun spaarrekeningen de rente verlaagd. Terwijl de spaarrente in 2023 en begin 2024 langzaam omhoog kroop, is die trend nu duidelijk gekeerd. Toch blijft er volgens de Nationale Bank van België meer dan 300 miljard euro op Belgische spaarrekeningen staan. Maar met de dalende rente rijst de vraag: is het nog wel slim om zoveel geld op je spaarboekje te laten staan?

Waarom de spaarrente weer daalt

De renteverlagingen volgen op het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB), die sinds het voorjaar van 2025 haar beleidsrente stap voor stap heeft verlaagd om de economie te ondersteunen. 

Banken volgen dat ritme en verlagen hun spaarrentes, omdat ze minder vergoeding krijgen op het geld dat ze bij de ECB parkeren. Waar sommige banken begin 2025 nog 2% of meer aanboden, ligt dat vandaag vaak tussen 0,35% en 1,50% bruto.

1. Inflatie knaagt aan de waarde van spaargeld

Zelfs met de dalende inflatie blijft het rendement op spaarrekeningen negatief in reële termen. Dat betekent dat je spaargeld elk jaar wat aan koopkracht verliest.

Wie bijvoorbeeld €20.000 op een spaarrekening laat staan met een rente van 1%, verdient na een jaar €200 bruto. Maar doordat de inflatie hoger ligt, kan je met datzelfde bedrag eigenlijk minder kopen. In werkelijkheid verlies je dus aan waarde, ook al groeit het saldo op papier.

2. Spaarrekeningen bieden nauwelijks rendement

Een spaarrekening is handig voor je noodbuffer, maar voor geld dat je langere tijd niet nodig hebt, is het rendement vandaag erg beperkt. Wie zijn spaargeld wil laten groeien, moet dus verder kijken dan het klassieke spaarboekje.

3. Alternatieven kunnen meer opleveren

Er bestaan vandaag verschillende alternatieven met een hoger potentieel rendement, afhankelijk van je risicoprofiel. 

  • Termijnrekeningen: leveren vaak tussen 2% en 2,5% bruto op, bij een vaste looptijd van 6 tot 12 maanden.
  • Staatsbons: sinds hun herintroductie zijn ze opnieuw populair bij Belgen die veiligheid willen combineren met iets meer rendement.
  • Beleggingsfondsen of ETF’s: voor wie op langere termijn wil investeren, kunnen gespreide fondsen meer opleveren, al gaat dat uiteraard gepaard met risico.

Een verstandige strategie is om enkel je noodbuffer (ongeveer drie tot zes maanden aan vaste kosten) op een spaarrekening te houden en de rest te spreiden.

4. Psychologisch comfort versus financieel verlies

Veel Belgen houden vast aan hun spaarrekening omdat ze het gevoel van veiligheid waarderen: geld dat meteen beschikbaar is, voelt geruststellend. Toch kost die zekerheid op lange termijn geld. 

Door kleine stapjes te zetten, bijvoorbeeld een deel van het spaargeld te verplaatsen naar een termijnrekening of een defensief fonds, kan je dat evenwicht herstellen tussen zekerheid en rendement.

Lees ook: Spaarquote van Belgen stijgt fors: wat betekent dat en waarom is dat goed nieuws?

Sparen blijft nodig, maar niet te veel

Een spaarrekening blijft nuttig voor onverwachte uitgaven of als noodbuffer, maar grote bedragen laten stilstaan bij de huidige rente is zelden verstandig. 

Met de dalende spaarrentes en blijvende inflatie verlies je jaar na jaar koopkracht. Door je geld actiever te beheren, kan je meer rendement halen zonder onnodige risico’s te nemen.