Pijnlijk nieuws over onze lonen: "Dit bewijst dat werknemers te weinig loonsverhoging hebben gekregen"
Er is onaangenaam nieuws over onze lonen. Die groeien langzamer dan in onze buurlanden het geval is, meldt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
De lonen in België zijn sinds 1996 met 1,1% trager gegroeid ten opzichte van onze buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland, blijkt uit het Technisch verslag van het Secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
ABVV-voorzitter trekt conclusies
Bert Engelaar, voorzitter van vakbond ABVV, trekt zijn conclusies uit het verslag. "Dit bewijst dat de loondumping te ver is doorgeschoten en het tijd is om werknemers eerlijk te verlonen", stelt hij in een bericht aan onze redactie.
"De dramatische show van de werkgevers is voorbij; ze moeten afscheid nemen van de stigmatiserende term 'loonkosthandicap', want de jury heeft geoordeeld dat die is weggewerkt."
Loonwet van 1996
Veel heeft te maken met de loonwet van 1996, destijds ingevoerd door de regering-Dehaene en in 2017 nog verstrengd door de regering-Michel. "De loonwet zorgde ervoor dat de marge voor loonsverhoging sinds 2023 0 procent is. En de twee jaar ervoor was dat ook maar 0,4 procent", weet Het Nieuwsblad.
"De wet van ’96 zorgt ervoor dat de loonmatiging die al sinds 2015 aan de gang is, helemaal is doorgeschoten", zegt Engelaar. "Het opleggen van de nul-normen de afgelopen vier jaar staat los van de sociaaleconomische realiteit. België doet aan loondumping ten opzichte van zijn buurlanden."
"Dit bewijst dat werknemers te weinig loonsverhoging hebben gekregen"
Engelaar vindt dat het zo niet verder kan en pleit voor een hervorming van de loonwet: "Het loonkostenvoordeel bewijst dat werknemers te weinig loonsverhoging hebben gekregen. Hervorm fundamenteel het mechanisme hierachter, namelijk de wet van ’96, die onze lonen in een kunstmatige wurggreep houdt."
Wat hij voorstelt? Een indicatieve loonmarge en aanpassingen op maat voor elke sector. "Maak de loonmarge indicatief voor vrijere interprofessionele onderhandelingen en onderhandelingen op sectorniveau, naargelang de eigen realiteit, productiviteit en winstgevendheid van de sector."