Na de aardbeving in Genk: moet je bang zijn voor een veel zwaardere schok?

Genl
Afbeelding bron: Shutterstock kristof lauwers

Een trilling onder je voeten kan je vertrouwde woonkamer plots heel anders doen aanvoelen. Zeker wanneer blijkt dat er echt een aardbeving is geweest. Na de lichte schok in Genk komt dan al snel een ongeruste vraag naar boven. Blijft het hierbij, of kan er nog iets zwaarders volgen? Het antwoord vraagt wat nuance, want een kleine beving vertelt niet zomaar wat de ondergrond morgen zal doen.

Wat is er gemeten bij de aardbeving in Genk?

Bij Genk werd een aardbeving met een lokale magnitude van 2,1 geregistreerd. De officiële registratie van de beving vermeldt een tijdstip van 20.22 uur. Het gaat om een lichte aardbeving. Dat cijfer beschrijft de grootte van de schok, maar vormt op zichzelf geen voorspelling voor een volgende gebeurtenis.

Daar zit meteen het belangrijkste onderscheid. Een meting vertelt dat de aarde heeft bewogen en hoe groot die beweging was. Ze vertelt niet automatisch dat er een zwaardere beving op komst is. Voor inwoners die geschrokken zijn, is dat een belangrijk verschil: een vastgestelde trilling is nog geen waarschuwing voor een naderende zware schok.

Kan een lichte aardbeving een voorschok zijn?

Ja, een kleinere aardbeving kan voorafgaan aan een grotere beving in hetzelfde gebied. Zo’n eerdere schok krijgt dan de naam voorschok. Het lastige is dat wetenschappers dat pas achteraf kunnen vaststellen, wanneer de grotere aardbeving daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Tijdens de eerste schok kan je dat onderscheid niet betrouwbaar maken.

Het woord voorschok klinkt alsof er al een duidelijk vervolg vaststaat. In werkelijkheid is het een benaming die achteraf wordt gegeven aan een onderdeel van een reeks. Zonder een latere, grotere beving kan je de schok bij Genk dus niet zomaar een voorschok noemen. Dat zou meer zekerheid suggereren dan de beschikbare gegevens toelaten.

Een naschok is iets anders: die volgt op een grotere hoofdschok. Ook die termen beschrijven de verhouding tussen verschillende bevingen. Ze betekenen niet dat aardbevingen altijd netjes verlopen van een kleine waarschuwing naar een grote klap en vervolgens enkele kleinere trillingen.

Waarom kan niemand zeggen wat er morgen gebeurt?

Een betrouwbare aardbevingsvoorspelling zou drie zaken moeten aangeven: waar de beving plaatsvindt, wanneer ze gebeurt en hoe zwaar ze wordt. Dat kunnen wetenschappers momenteel niet op een betrouwbare manier. Er bestaan wel berekeningen van de kans op aardbevingen binnen een bepaald gebied en over een bepaalde periode. Dat is iets anders dan voorspellen dat Genk binnenkort opnieuw zal schudden.

Ook een reeks kleine trillingen biedt geen eenvoudige oplossing. Zulke gebeurtenissen kunnen voorkomen zonder dat er een zware aardbeving volgt. Omgekeerd hebben zware bevingen niet altijd herkenbare voorlopers. Daardoor zijn kleine schokken geen betrouwbaar voorspellingssysteem. Hetzelfde geldt voor berichten die op basis van vreemd dierengedrag of andere vermeende signalen een precieze beving aankondigen.

Wat betekent dat nu voor jou?

De lichte aardbeving bij Genk bewijst op zichzelf niet dat er een zwaardere schok aankomt. Tegelijk kan niemand op basis van die ene meting garanderen dat er nooit meer een beving zal volgen. Beide uitspraken gaan verder dan wat uit het geregistreerde cijfer valt af te leiden.

Voor je eigen gemoedsrust helpt het om dat onderscheid vast te houden wanneer er verontrustende berichten rondgaan. “Er kan ooit een grotere beving plaatsvinden” is een algemene mogelijkheid. “Deze beving kondigt een zwaardere aan” is een concrete bewering waarvoor afzonderlijk bewijs nodig is. De magnitude van 2,1 levert dat bewijs niet.

Je hoeft deze lichte schok dus niet te beschouwen als een aftelklok naar iets ergers. De registratie bevestigt wat er gebeurd is. Over het precieze tijdstip en de grootte van een mogelijke volgende aardbeving geeft ze geen uitsluitsel.