“Voor mij is dat net motivatie”: Tim Merlier spreekt wielerlegende absoluut tegen

Tim Merlier Cameron Vandenbroucke
Afbeelding bron: Photonews

Tim Merlier heeft in Het Nieuwsblad toegelicht hoe zijn gezinsleven invloed heeft op zijn carrière. Sinds de geboorte van zijn zoon Jules in 2023 boekte hij een groot deel van zijn overwinningen. Het vaderschap blijkt voor hem een drijfveer te zijn, niet een rem.

Evenwicht tussen gezin en koers

Merlier benadrukte dat er een balans is gevonden tussen familie en sport. “Gelukkig is Jules een goeie slaper. Hij gaat nu naar school, dus ik hoop dat de ziektes niet meekomen naar huis”, klinkt het. Zijn partner Cameron neemt hun zoon minder vaak mee naar wedstrijden, omdat het drukker wordt. Het gezin heeft zo een ritme gevonden dat hem toelaat professioneel te presteren.

Merlier reageerde ook op een uitspraak van Lance Armstrong. “Lance Armstrong zei in een podcast dat het met sprinters bergaf gaat zodra ze kinderen hebben, maar ik denk dat het bij mij net andersom is.” Voor hem betekent het vaderschap juist een stimulans om zich extra in te zetten. “Voor mij is dat net een motivatie”, gaat hij verder.

Die motivatie vertaalt zich in resultaten: sinds 2023 behaalde hij 43 zeges, een aanzienlijk deel van zijn totale palmares. Het vaderschap wordt zo een factor die zijn prestaties ondersteunt. In februari wordt Jules drie jaar. Merlier gaf aan dat zijn zoon al een zekere betrokkenheid toont.

Niet alleen fietsen

Als er koers op tv is of als hij het geluid van koers op de gsm hoort, zegt hij ‘papa’, ook als papa niet meedoet.” Ook wanneer Merlier aan zijn fiets werkt, volgt Jules mee en wil hij zelf sleutelen.
Het kind toont enthousiasme voor fietsen, maar Merlier probeert hem ook andere sporten aan te reiken. “Hij fietst heel graag, maar ik probeer hem toch af en toe een bal te geven.”


Merlier ziet zijn zoon soms al te snel fietsen voor zijn leeftijd. “Hhet wordt soms gevaarlijk”, aldus Merlier. Toch hoopt hij dat Jules een sport zal kiezen die hem plezier geeft. “Als het wielrennen zou worden, liever geen sprinter. Laat hem dan maar een type Frank Vandenbroucke worden”, besluit hij.