Onderzoek. Belgen veranderen massaal hoe ze hun geld sparen
Belgen staan al jarenlang bekend als een volk dat graag spaart, maar wat we met de spaarcenten doen, lijkt duidelijk te veranderen. Sinds 2025 vloeit er gemiddeld meer nieuw spaargeld van Belgische gezinnen naar beleggingsfondsen dan naar bankrekeningen. Volgens een nieuwe studie van ING is dat een opvallende omslag na een decennium waarin deposito’s nog duidelijk de voorkeur kregen.
De verschuiving kan op lange termijn een aanzienlijk verschil maken voor het financiële vermogen van Belgische gezinnen. Uit een simulatie van ING blijkt namelijk dat Belgische huishoudens vandaag samen 83,3 miljard euro meer financieel vermogen zouden hebben gehad als ze de voorbije dertig jaar een kwart van hun nieuwe deposito’s hadden belegd in de fondsen die ze aanhouden.
Belgen zetten sinds 2025 meer geld op beleggingsfondsen
De cijfers laten volgens ING een duidelijke trendbreuk zien. In de periode van 2015 tot en met 2024 ging er bij Belgische gezinnen nog bijna twee keer zoveel nieuw financieel spaargeld naar deposito’s als naar marktbeleggingen. Sinds 2025 is de verhouding echter omgekeerd. Belgische gezinnen brengen sindsdien gemiddeld 5,6 miljard euro per kwartaal onder in beleggingsfondsen. Naar deposito’s, zoals spaar- en andere bankrekeningen, gaat gemiddeld 3,5 miljard euro per kwartaal.
Dat betekent dat beleggingsfondsen momenteel ongeveer 60 procent meer nieuw spaargeld aantrekken dan deposito’s. Volgens ING is dat geen kleine verschuiving, maar een duidelijke verandering in het spaargedrag van Belgische gezinnen.
“Dat is een duidelijke breuk met het voorgaande decennium”, benadrukt Charlotte de Montpellier, Senior Economist bij ING Research en auteur van de studie. Volgens haar is de groei van fondsen, waaronder ETF’s, in België bovendien sterker dan in de andere onderzochte eurolanden.
Van klassieke spaarder naar belegger
De cijfers wijzen daarmee op een belangrijke verandering in de financiële gewoontes van Belgen. Waar een groot deel van het beschikbare spaargeld vroeger relatief eenvoudig op een bankrekening werd gezet, kiezen steeds meer gezinnen ervoor om minstens een deel ervan op de financiële markten te investeren.
Dat betekent niet dat Belgen massaal hun spaarrekening verlaten. Deposito’s blijven een belangrijk onderdeel van het financiële vermogen van gezinnen. De nieuwe cijfers wijzen er vooral op dat een groter deel van het nieuwe geld dat wordt gespaard, zijn weg vindt naar beleggingsproducten.
Een mogelijke verklaring is dat Belgen meer aandacht hebben gekregen voor het rendement van hun spaargeld. Wie geld jarenlang op een rekening laat staan, krijgt doorgaans een lager potentieel rendement dan iemand die belegt, al staat daar bij beleggen wel een belangrijk risico tegenover.
Beleggingsfondsen, ETF’s, aandelen en obligaties kunnen immers in waarde stijgen én dalen. Het rendement is dus niet gegarandeerd en beleggers kunnen een deel van hun ingelegde kapitaal verliezen.
43 procent van de Belgen belegt vandaag al
De veranderende geldgewoontes blijken ook uit de ING Consumer Survey. Daaruit blijkt dat 43 procent van de Belgen vandaag al belegt. Daarnaast geeft nog eens 24 procent aan dat ze in de toekomst mogelijk zouden beleggen. Er is dus volgens de enquête een aanzienlijke groep Belgen die nog niet investeert, maar daar wel voor openstaat.
Toch zijn er verschillende drempels die mensen ervan weerhouden om effectief de stap te zetten. Risicoaversie speelt een belangrijke rol. Veel mensen vinden het moeilijk om hun spaargeld bloot te stellen aan koersschommelingen, zeker wanneer ze gewend zijn om hun geld op een spaarrekening te bewaren.
Ook een gebrek aan kennis vormt volgens ING een belangrijke rem. Voor veel consumenten is het niet altijd duidelijk welk beleggingsproduct bij hun situatie past, hoeveel risico eraan verbonden is en hoe ze een beleggingsportefeuille moeten opbouwen.
Daarnaast speelt fiscaliteit een rol. De Belgische belastingregels rond sparen en beleggen kunnen complex zijn en beïnvloeden mee de keuze die mensen maken.
Waarom beleggen niet hetzelfde is als sparen
De toenemende populariteit van beleggingsfondsen betekent niet dat een spaarrekening plots overbodig is. Sparen en beleggen hebben een ander doel. Geld dat op korte termijn nodig is, wordt doorgaans beter beschikbaar gehouden zonder grote koersrisico’s. Een financiële buffer op een spaarrekening kan bijvoorbeeld belangrijk zijn voor onverwachte uitgaven.
Beleggen is eerder gericht op de langere termijn. Wie belegt, moet rekening houden met marktbewegingen en moet financieel in staat zijn om eventuele verliezen op te vangen. Het potentiële rendement ligt hoger dan bij klassieke spaarproducten, maar het risico eveneens. De ING-studie toont dus vooral dat de Belg een andere verhouding begint te zoeken tussen veilig sparen en investeren met het oog op rendement.
Grote omslag na jaren van voorzichtig sparen
De timing van de verandering is opvallend. Tussen 2015 en 2024 bleven deposito’s nog duidelijk domineren. Sinds 2025 is die situatie veranderd en trekken fondsen meer nieuw geld aan. Voor ING is dat een duidelijke aanwijzing dat het Belgische spaargedrag aan het verschuiven is. De Belg blijft sparen, maar doet dat steeds vaker op verschillende manieren.
De komende jaren zal moeten blijken of deze trend zich doorzet. De bereidheid om te beleggen is alvast groter dan het aantal Belgen dat vandaag effectief belegt: naast de 43 procent die al belegt, zegt 24 procent dat ze dit in de toekomst mogelijk zouden doen.