Met eenvoudige truc maak je veel makkelijker een mooie vlecht
Vlechten zien er vaak een stuk ingewikkelder uit dan ze werkelijk zijn. Je hoeft echt geen kapper te zijn om thuis een mooie vlecht te maken, al helpt het wel als je met een eenvoudige techniek begint. Met drie haarlokken, een elastiekje en enkele minuten tijd kom je al verrassend ver. Bovendien kun je dezelfde basistechniek later gebruiken voor heel wat andere kapsels. We leggen je stap voor stap uit hoe je eraan begint en wat je kunt doen om te voorkomen dat je halverwege met je vingers in de knoop raakt.
Begin niet meteen met vlechten
Een mooie vlecht begint eigenlijk voordat je de eerste lok over de andere legt. Zorg eerst dat er zo weinig mogelijk knopen in je haar zitten. Ontwar het rustig en werk daarbij van de punten naar boven toe. Hard vanaf de haarwortels door knopen borstelen kan het haar onnodig belasten en breuk veroorzaken.
Heel glad haar kan tijdens het vlechten uit je handen glippen. Een beetje textuur maakt het werk dan makkelijker. Een kleine hoeveelheid droogshampoo of een ander textuurproduct kan extra grip geven. Dat kan vooral handig zijn bij fijn of pas gewassen haar.
Leg daarnaast alvast een klein haarelastiekje klaar. Zo hoef je niet naar een elastiek te zoeken terwijl je de bijna afgewerkte vlecht met één hand probeert vast te houden.
De gewone vlecht is het makkelijkst om te leren
Wil je het jezelf eenvoudig maken, begin dan met een klassieke vlecht met drie strengen. Breng je haar naar achteren of over één schouder. Die laatste optie is voor beginners vaak handig, omdat je beter kunt zien wat je handen doen.
Verdeel het haar vervolgens in drie ongeveer even dikke delen: links, midden en rechts. Breng de linker haarlok over de middelste lok. De linker lok ligt nu in het midden. Daarna breng je de rechter lok over de nieuwe middelste lok.
Dat patroon blijf je herhalen: links over het midden, rechts over het midden, links over het midden en zo verder. Probeer de drie delen tijdens het werken gescheiden te houden. Na enkele bewegingen zie je de vlecht vanzelf ontstaan.
Stop een paar centimeter boven de haarpunten en zet alles vast met een elastiekje. Trek niet overdreven hard. De vlecht moet blijven zitten, maar hoeft niet strak aan je hoofdhuid te trekken.
Zo laat je de vlecht er voller uitzien
Is je vlecht klaar, dan kun je hem nog wat mooier maken. Trek met je vingers heel voorzichtig aan de buitenste lusjes. In het Engels wordt deze techniek vaak pancaking genoemd. Daardoor wordt de vlecht breder en lijkt je haar voller.
Werk telkens met kleine bewegingen. Trek je meteen hard aan een groot stuk, dan bestaat de kans dat je de vlecht gedeeltelijk uit elkaar haalt. Een wat lossere afwerking geeft bovendien snel een ontspannen kapsel dat niet lijkt alsof je er een uur voor de spiegel aan hebt gewerkt.
Een Franse vlecht vraagt één extra handeling
Lukt de gewone vlecht zonder veel nadenken? Dan kun je een Franse vlecht proberen. Het principe blijft grotendeels hetzelfde, alleen voeg je tijdens het vlechten telkens een beetje los haar toe.
Neem bovenaan je hoofd drie kleine haarlokken en begin zoals bij een gewone vlecht. Voordat je een buitenste lok naar het midden brengt, neem je daar een klein beetje haar van de zijkant bij. Daarna doe je hetzelfde aan de andere kant. Zo werk je langzaam naar beneden totdat al het losse haar in de vlecht zit.
Daarna vlecht je het resterende stuk gewoon verder met drie strengen. Een Franse vlecht is een klassieker die zowel losser als behoorlijk strak kan worden gedragen.
Maak je in het begin geen zorgen als de eerste pogingen niet perfect recht lopen. Het moeilijkste gedeelte is meestal niet de vlechttechniek zelf, maar het vasthouden van de drie strengen terwijl je nieuw haar toevoegt.
En wat is dan een Nederlandse vlecht?
Heb je de Franse versie onder de knie, dan is de stap naar een Nederlandse vlecht verrassend klein. Er verandert eigenlijk maar één belangrijk detail. Bij deze techniek gaan de haarstrengen onder elkaar door in plaats van eroverheen. Daardoor komt de vlecht duidelijker boven op het haar te liggen en ontstaat dat typische driedimensionale effect.
Ook twee Nederlandse vlechten naast elkaar zijn mogelijk. Verdeel daarvoor het haar met een middenscheiding in twee delen en werk eerst de ene en daarna de andere kant af.
Ook met korter haar kun je vlechten
Lang haar maakt sommige kapsels gemakkelijker, maar een bob of ander korter kapsel hoeft je niet tegen te houden. Kleine vlechten aan de zijkant, een gevlochten haarband of twee korte Franse vlechten kunnen juist goed werken bij kort haar.
Een handige beginnersversie is een kleine zijvlecht. Maak een scheiding, neem vlak bij de haarlijn drie lokjes en vlecht richting het oor. Zet het uiteinde achter je oor vast met een speldje. Zo hoef je niet meteen je volledige haardos te vlechten en kun je de beweging eerst rustig oefenen.
Deze simpele truc maakt leren veel makkelijker
Probeer bij je eerste pogingen niet meteen een ingewikkeld kapsel na te maken dat je online hebt gezien. Oefen eerst de beweging met drie strengen totdat je vingers bijna automatisch weten welke lok aan de beurt is.
Begin eventueel met een lage zijvlecht voor de spiegel. Zodra dat lukt, probeer je dezelfde techniek achter op je hoofd zonder voortdurend te kijken. Daarna kun je haar gaan toevoegen en overstappen op een Franse of Nederlandse vlecht.
Na een paar oefenbeurten gaat het meestal al een stuk vlotter. En een vlecht hoeft zeker niet volledig strak en symmetrisch te zijn. Een paar losse lokjes kunnen het kapsel juist een natuurlijke uitstraling geven.