Je verhuurder zegt ‘geen huisdieren’: mag dat eigenlijk wel?

hond huisdier
Afbeelding bron: Shutterstock.com

Een verbod op huisdieren in het huurcontract lijkt op het eerste gezicht duidelijk: geen hond, kat of ander dier. Toch ligt de situatie in Vlaanderen genuanceerder. Een algemeen verbod is niet afdwingbaar, maar een verhuurder kan in bepaalde omstandigheden wel bezwaar maken tegen een specifiek huisdier.

Een algemeen verbod houdt geen stand

Huur je een woning in Vlaanderen, dan kun je niet zomaar worden verplicht om volledig afstand te doen van huisdieren. De Vlaamse overheid stelt daarover op haar website dat huisdieren altijd toegelaten zijn in huurwoningen, tenzij de huurwoning niet geschikt is voor het huisdier. 

Dat is een belangrijk onderscheid. Een verhuurder kan dus niet simpelweg bepalen dat een huurder onder geen enkele omstandigheid een huisdier mag houden. Volgens Vlaanderen kan een algemeen verbod op het houden van eender welk huisdier niet worden afgedwongen.

Ook een clausule in een huurcontract die zonder meer bepaalt dat huisdieren verboden zijn, biedt de verhuurder dus niet automatisch de mogelijkheid om een dier uit de woning te laten verwijderen. Dat betekent echter niet dat elke huurder zonder voorwaarden om het even welk dier mag houden. De concrete situatie blijft doorslaggevend.

De woning én het dier spelen een rol

Bij een geschil wordt onder meer gekeken naar de woning en het specifieke huisdier. Een kleine woning kan bijvoorbeeld minder geschikt zijn voor een zeer groot dier. De Vlaamse overheid geeft zelf het voorbeeld van een studio en een grote hond.

Het gaat dus niet alleen om de vraag of een verhuurder van dieren houdt, maar om een objectieve beoordeling van de omstandigheden. Een klein huisdier dat geen schade veroorzaakt en geen hinder oplevert, staat juridisch veel sterker dan een dier dat ernstige overlast veroorzaakt.

Ook de Vlaamse overheid benadrukt dat kleine dieren die geen schade veroorzaken aan de huurwoning of geen overlast geven, steeds toegelaten zijn. Een verhuurder kan dus wel optreden wanneer een huisdier schade veroorzaakt, voor ernstige geluidshinder zorgt, voor onhygiënische situaties leidt of de leefbaarheid van de woning of omgeving aantast.

Dat sluit aan bij de algemene verplichtingen van een huurder. Het Vlaams Woninghuurdecreet bepaalt dat de huurder de woning als een goede huisvader moet gebruiken. 

Wat als de hond van de buren blijft blaffen?

Overlast kan een heel ander verhaal worden. Stel dat een hond voortdurend blaft en buren daar herhaaldelijk last van hebben. Of een kat veroorzaakt schade aan gemeenschappelijke delen. In zulke situaties staat de verhuurder veel sterker wanneer hij maatregelen wil nemen.

De Vlaamse overheid vermeldt dat huisdieren geen overlast mogen veroorzaken en dat de huurder verantwoordelijk blijft voor eventuele schade die het dier aan de woning veroorzaakt. Een verhuurder kan de huurder eerst aanspreken en vragen om de situatie op te lossen. Als de problemen blijven bestaan, kan een geschil uiteindelijk bij de vrederechter terechtkomen.

De vrederechter bekijkt dan de concrete omstandigheden. Het is dus niet automatisch zo dat een klacht van één buur betekent dat een huisdier onmiddellijk moet verdwijnen. Er moet worden gekeken naar de ernst van de hinder, de woning, het dier en de belangen van alle betrokkenen.

Ook sociale huur kent vergelijkbare principes. Vlaanderen vermeldt dat er geen absoluut verbod op huisdieren bestaat, maar dat een verhuurder in specifieke situaties wel kan eisen dat een bepaald huisdier niet wordt gehouden wanneer daarvoor een goede motivering bestaat. 

Wat als het huurcontract toch ‘geen huisdieren’ zegt?

Staat er in jouw huurcontract dat huisdieren verboden zijn? Dan betekent dat dus niet automatisch dat je je huisdier moet wegdoen. Een algemeen verbod kan volgens de huidige informatie van Vlaanderen niet worden afgedwongen.

Toch is het geen goed idee om een conflict onmiddellijk te laten escaleren. Vraag de verhuurder waarom hij bezwaar maakt en probeer afspraken te maken over bijvoorbeeld mogelijke schade, geluidsoverlast of het gebruik van gemeenschappelijke delen.

Een huurder blijft immers verantwoordelijk voor schade die door het huisdier wordt veroorzaakt. Een goede plaatsbeschrijving bij het begin van de huur is daarom extra belangrijk.

Ook kandidaat-huurders moeten opletten. Een verhuurder mag kiezen aan wie hij verhuurt, maar moet zich daarbij aan de regels rond discriminatie houden.Een weigering omdat een bepaalde woning niet geschikt is voor een specifiek groot dier kan iets anders zijn dan een absoluut verbod op alle huisdieren.

Kortom: een huisbaas kan in Vlaanderen niet zomaar alle huisdieren verbieden. De woning, het soort dier en eventuele hinder of schade spelen een cruciale rol. Wie een huisdier heeft of wil nemen, doet er daarom verstandig aan om niet alleen naar het huurcontract te kijken, maar ook naar de concrete omstandigheden.