Nieuwe pensioenmaatregel kan duizenden Belgen maandelijks veel geld kosten
De federale Arizona-regering werkt aan een nieuwe pensioenbesparing die gevolgen kan hebben voor heel wat werknemers in België. In een nieuw wetsontwerp staat dat mensen geboren in 1968 of later maximaal 20 procent van hun loopbaan mogen opbouwen via zogenoemde “gelijkgestelde periodes”. Die maatregel wordt de “cap 20%” genoemd. Vooral werknemers die gebruikmaken van landingsbanen, periodes van werkloosheid of ziekte kennen, kunnen daardoor later een lager pensioen krijgen.
Wat zijn gelijkgestelde periodes?
In het Belgische pensioensysteem tellen sommige periodes waarin iemand niet volledig werkte toch mee voor de pensioenberekening. Dat noemt men gelijkgestelde periodes.
Het gaat bijvoorbeeld om periodes van ziekte, tijdelijke werkloosheid, ouderschapsverlof of landingsbanen. Ook wanneer iemand tijdelijk minder werkt aan het einde van de loopbaan, kan die periode vandaag nog gedeeltelijk meetellen voor het pensioen. Met de nieuwe “cap 20%” wil de regering dat beperken.
Wat betekent de “cap 20%” concreet?
De nieuwe maatregel houdt in dat maximaal 20 procent van de loopbaan nog mag bestaan uit gelijkgestelde periodes voor mensen geboren in 1968 of later. Wie boven die grens uitkomt, dreigt pensioenrechten te verliezen. Dat betekent concreet dat sommige jaren minder zwaar zullen meetellen voor het uiteindelijke pensioenbedrag.
Voor veel werknemers komt dat als een verrassing omdat zij in het verleden keuzes maakten op basis van de oude regels. De vakbond ABVV uit forse kritiek op deze hervorming.
Vooral landingsbanen komen onder druk
Eén van de meest gevoelige punten in het debat zijn de landingsbanen. Dat systeem laat oudere werknemers toe om op het einde van hun carrière minder te werken om het fysiek of mentaal langer vol te houden.
Vandaag tellen die periodes nog mee voor het pensioen. Maar door de nieuwe cap dreigen sommige werknemers later toch pensioenverlies te lijden wanneer ze te veel gelijkgestelde periodes hebben opgebouwd. Volgens het ABVV staat dat haaks op de boodschap van de regering dat mensen langer moeten werken.
Voorbeeld toont mogelijke impact op pensioen
De vakbond geeft het voorbeeld van Jan, een werknemer geboren in 1968. Jan kende tijdens zijn loopbaan vijf jaar onvrijwillige werkloosheid en stapte in 2023 in een halftijdse landingsbaan. Als hij blijft werken tot zijn 67ste in 2035, overschrijdt hij volgens de nieuwe regels de grens van 20 procent gelijkgestelde periodes.
Daardoor zou de Federale Pensioendienst een deel van zijn pensioenrechten schrappen. Volgens de berekeningen van het ABVV, die de vakbond deelt met onze redactie, zou zijn pensioen met ongeveer vier procent dalen. Bij een gemiddeld pensioen van 2.046 euro betekent dat een verlies van ongeveer 91 euro per maand.
Vakbond spreekt van oneerlijke besparing
Raf De Weerdt, federaal secretaris van het ABVV, reageert bijzonder scherp op de plannen van de regering. “We zijn verbolgen over het afkappen van pensioenen”, zegt hij. Volgens de vakbond is de maatregel sociaal onrechtvaardig omdat vooral mensen met lagere inkomens vaker periodes van werkloosheid, ziekte of deeltijds werk kennen.
Daarnaast wijst het ABVV erop dat de maatregel retroactief werkt. Dat betekent dat ook loopbaanjaren uit het verleden meegeteld worden, terwijl werknemers onmogelijk konden weten dat dit later negatieve gevolgen zou hebben voor hun pensioen.
Eén op tien werknemers mogelijk getroffen
Volgens cijfers van de Federale Pensioendienst zou ongeveer één op de tien werknemers geraakt worden door de nieuwe cap 20%. Gemiddeld zouden getroffen werknemers ongeveer 200 euro per maand kunnen verliezen op hun pensioen.
Daarnaast verwijst het ABVV naar een eerdere raming van het Federaal Planbureau waaruit blijkt dat de laagste pensioenen tijdens deze legislatuur met meer dan vijf procent zouden dalen.
Pensioendebat blijft gevoelig
Pensioen hervormen blijft één van de moeilijkste politieke dossiers in België. De regering probeert de pensioenuitgaven onder controle te houden door mensen langer aan het werk te houden en bepaalde voordelen te beperken. Vakbonden waarschuwen echter dat besparingen vooral de meest kwetsbare werknemers treffen, zeker mensen met zware loopbanen of onstabiele carrières.